Hoofdstuk · Landbouw, dieren & ecosystemen
Gewasziekten en plagen zonder gif
Eerst voorkomen, dan rapen en vangen, en weten wat je niet zelf moet mengen
Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.
Gevaar · Zelf gif maken Maak deze dingen nooit, ook niet in nood. Bewaar een spuitmiddel nooit in een drinkfles of etenspot.
- Tabaksthee of nicotine. Nicotine gaat door de huid, is in kleine hoeveelheden dodelijk en doodt ook bijen en lieveheersbeestjes. Nicotinemiddelen zijn daarom in veel landen uit de handel wordt getoetst. Tabak kan ook het mozaïekvirus op tomaat overbrengen wordt getoetst.
- Oude potten uit de schuur. Middelen zonder etiket of met verboden stof niet gebruiken, niet verbranden, niet in sloot of put gieten. Zet ze droog en gesloten weg, met een briefje (11.01 Veilig werken met stoffen) wordt getoetst.
- Benzine, diesel, accuzuur, bleek, ammoniak. Giftig voor grond en water. Bleek samen met ammoniak of zuur geeft giftig gas (11.01).
- Aftreksels van oleander, wonderboom, doornappel of andere giftige planten (03.03 Giftige planten en dubbelgangers) wordt getoetst.
- Rattengif tegen slakken of in de tuin. Het komt via dieren in je eten terecht wordt getoetst.
- Spuiten op bloemen waar bijen vliegen. Ook zeep kan doden wat ze raakt wordt getoetst.

Waarom dit telt
Zonder bestrijdingsmiddelen uit de winkel verlies je oogst aan slakken, luizen en schimmels. Aardappelziekte kan in een nat jaar bijna een heel veld kosten, en gaf in de jaren 1840 hongersnood in Ierland en ook in Nederland wordt getoetst. Je wint dit niet met één wondermiddel, maar met veel kleine gewoontes die elke week terugkomen. En wie in paniek zelf gif mengt, loopt de kans eerder zichzelf, zijn bijen en zijn bodem te vergiftigen dan de plaag.
Als er nog hulp is Gebruik alleen middelen met een toelatingsnummer van het Ctgb; azijn, chloor en zout zijn als onkruidmiddel niet toegelaten, en zelfgemaakte sprays vallen ook buiten de toelating wordt getoetst.
Eerst doen
- Loop twee keer per week langs je planten, ook aan de onderkant van de bladeren. De Universiteit van Californië (UC IPM) noemt dat het minimum in de groeitijd.
- Stel eerst vast wat het is. Een slijmspoor is een slak; een gat zonder spoor kan iets anders zijn.
- Beslis of je iets moet doen. Een aangevreten buitenblad is geen ramp.
- Haal met de hand weg wat je kunt, vandaag nog.
- Haal zieke planten weg en begraaf ze diep, of verbrand ze als dat veilig en toegestaan is. Niet op de compost.
- Noteer wat je zag en waar, voor de teelt van volgend jaar (13.05 Teeltplanning).
Wat je nodig hebt
- Een zaklamp, handschoenen, een emmer met deksel.
- Planken van ongeveer 30 bij 40 cm op latjes, en meloenschillen, als slakkenval.
- Fijn gaas of vliesdoek om gewassen af te dekken.
- Zaad en pootgoed van rassen die tegen ziekte kunnen (13.07 Zaden verzamelen en bewaren).
- Een plantenspuit of een gieter met een fijne broes, alleen voor water en zeep. Nooit een spuit die ooit gif of onkruidmiddel bevatte wordt getoetst.
- Vloeibare handzeep, geen wasmiddel.
- Een schrift met een plattegrond van de tuin per jaar.
Werkwijze
Preventie gaat voor alles
Een sterke plant op de goede plek krijgt minder ziekte. Dit doe je vóór je iets ziet.
- Bodem. Compost en een levende grond geven trage, gelijkmatige voeding (13.02 Bodemleven en compost).
- Niet te veel stikstof. Te veel stikstof geeft malse groei waar luizen zich sneller vermeerderen en meeldauw makkelijker aanslaat (UC IPM, RHS). Verse mest dus niet op de groeiende plant.
- Water. Geef 's ochtends aan de voet wordt getoetst. Bladeren die lang nat blijven, geven sneller schimmel. Avondwater helpt slakken. Droge wortels maken een plant juist vatbaar voor meeldauw, dus geef in droge tijd regelmatig water.
- Ruimte en zon. Plant niet te dicht, en niet in stille hoeken tegen muren.
- Stevig planten. Zet geen piepkleine zaailingen uit, maar sterke planten, die slakken overleven.
- Afdekken. Gaas of vliesdoek houdt koolvlieg, wortelvlieg en vlinders weg. Haal het weg als een gewas bloeit dat insecten nodig heeft, zoals courgette wordt getoetst.
- Mengen. Geen hele akker met één gewas. Een ziekte neemt dan alles tegelijk (13.06 Gewassen combineren).
Wisselbouw
Elke plantenfamilie heeft eigen plagen in de grond. De Britse Royal Horticultural Society (RHS) adviseert daarom elk jaar te verplaatsen, in drie of vier vakken.
| № | Groep | Gewassen |
|---|---|---|
| 1 | Peulvruchten | Erwten, tuinbonen, sperziebonen |
| 2 | Koolachtigen | Kool, boerenkool, koolraap, radijs |
| 3 | Aardappelfamilie | Aardappel, tomaat; paprika en aubergine mogen overal |
| 4 | Uien en wortels | Ui, knoflook, prei; biet, wortel, pastinaak |
Bij drie vakken schuift alles elk jaar één vak door: koolachtigen komen na peulvruchten, aardappels na koolachtigen, en peulvruchten, uien en wortels na aardappels. De RHS noemt knolvoet bij kool en witrot bij ui als ziekten die je zo helpt voorkomen. Eenmaal in de grond blijven die jaren zitten wordt getoetst. Aardappels en tomaten horen volgens de RHS minstens vier jaar op een andere plek te staan, dus vier vakken zijn beter dan drie. Een hele kleine tuin kan dit nauwelijks, dus ruil met de buren van veld of houd die gewassen in bakken met verse grond wordt getoetst.
Slakken
De RHS zegt het eerlijk: je krijgt ze nooit weg, dus bescherm vooral wat kwetsbaar is.
- Haal schuilplekken weg rond zaaibedden: planken, stenen, onkruid, oude potten.
- Raap op zachte, vochtige avonden met zaklamp en handschoenen. Eerst dagelijks, daarna wekelijks. UC IPM raadt aan het bed eind middag te gieten en na donker te zoeken; doe dat alleen als je daarna ook echt gaat rapen.
- Leg planken van ongeveer 30 bij 40 cm op latjes van 2,5 cm, of meloenschillen met de open kant naar onder. Schraap elke ochtend de onderkant leeg.
- Graaf potjes bier tot de grond in. Ze vangen alleen wat binnen een paar meter is. Leeg ze elke ochtend.
- Zet kippen of eenden in een afgezet stuk na de oogst, of vóór het planten. Bij jonge planten eten ze mee (13.11 Kippen en konijnen). Oogst daar niet meteen daarna rauwe bladgroente: pluimveemest kan salmonella bevatten wordt getoetst.
- Gebruik geen zout: dat bederft de grond. Bronnen spreken elkaar tegen over koperband: UC IPM zegt dat het slakken afschrikt, maar in een RHS-proef in echte tuinen hielp koperband noch schors. Ook ruwe mulch en geurstoffen zijn niet bewezen. Besteed er dus geen schaarse moeite aan. Was sla goed, was je handen na het rapen, en eet slakken nooit rauw: ze kunnen de rattenlongworm dragen (03.08 Insecten en ongewervelden).
Luizen
Bladluizen doen de meeste schade rond 18 tot 27 graden en brengen virus over.
- Knijp ze tussen duim en vinger, en knip zwaar bezette topjes weg wordt getoetst.
- Spuit stevige planten vroeg op de dag met een harde straal water, zodat ze snel drogen.
- Kijk of mieren de luizen beschermen. Houd ze weg met een kleverige band op tape om de stam, nooit direct op dunne bast.
- Wacht even. Lieveheersbeestjes, gaasvliegen, zweefvlieglarven en sluipwespen komen als er eten is. Gekochte lieveheersbeestjes helpen maar kort.
- Is het echt nodig, gebruik dan zeep (zie verderop).
Meeldauw
Meeldauw is een schimmel die als wit poeder op het blad ligt. Anders dan de meeste schimmels heeft hij geen nat blad nodig: droge wortels, vochtige lucht en te veel stikstof maken de plant vatbaar (RHS). Daarom komt hij ook in droge zomers voor wordt getoetst.
- Geef regelmatig water, en mulch tegen uitdrogen (13.03 Water in de bodem).
- Geef lucht: ruimer planten, snoeien.
- Haal aangetaste bladeren weg en kies resistente rassen.
- Melk en zuiveringszout (natriumbicarbonaat, niet bakpoeder) zijn volksmiddelen met zwak bewijs. In Taiwanese potproeven gaf natriumbicarbonaat met agar 75,5 procent bestrijding bij erwten, maar een mengsel met melk gaf bladschade. Een Braziliaanse proef met verdunde melk bij courgette ken ik alleen uit tweede hand wordt getoetst. De RHS raadt zelfgemaakte middelen af omdat ze niet getest zijn. Dit boek geeft daarom geen recept; reken er niet op.
Aardappelziekte
Deze schimmelachtige ziekte (Phytophthora) groeit in warm, nat weer. Eerst bruine vlekken met een lichte rand op het blad, bij vochtig weer met wit dons aan de onderkant, dan rotte stengels en knollen wordt getoetst. In Groot-Brittannië komt ze vanaf juni; reken hier op hetzelfde wordt getoetst. Ook tomaten krijgen haar.
- Kies resistente rassen, zoals de Sarpo-rassen die de RHS noemt, en poot alleen gezonde knollen. Het Louis Bolk Instituut en Wageningen waarschuwen dat resistentie kan worden doorbroken; teel je meerdere rassen, kies dan rassen met verschillende resistentiebronnen.
- Kies vroege rassen: die ontsnappen vaker aan de ziekte, maar niet altijd.
- Aard de ruggen goed aan, dat beschermt de knollen tegen sporen die omlaag spoelen.
- Haal een eerste zieke plant direct weg, samen met de buurplanten. Bij ongeveer 25 procent aangetaste bladeren, of vlekken op de stengels: snijd het loof af bij de grond en hark het weg. Graaf de knollen ongeveer twee weken later, als de schil hard is.
- Gebruik licht aangetaste knollen als eerste. Snijd bruine plekken ruim weg, gooi rotte knollen weg, bewaar ze niet bij de rest en controleer je voorraad vaak wordt getoetst.
- Begraaf diep wat ziek is, of verbrand het als dat mag. Gemeenten verbieden vuur stoken meestal, en in droog weer is het gevaarlijk wordt getoetst (01.12 Vuur maken en beheren). Op een thuiscompost kan de ziekte overleven.
- Haal alle achtergebleven knollen vóór het volgende voorjaar weg, en plant geen aardappels of tomaten op dat vak gedurende vier jaar. Enkele bladeren plukken remt de ziekte hooguit een beetje. Volgens de folder van Louis Bolk en Wageningen (2018) is er ondanks veel onderzoek geen goed werkend natuurlijk middel. Reken er dus op dat je in een slecht jaar het loof verliest, en verbouw nooit alleen aardappels (13.05 Teeltplanning).
Rapen en vangplanten
Rapen is werk, maar het werkt. Controleer op rupsen en eitjes aan de onderkant van koolbladeren, op coloradokevers en hun gele eitjes onder aardappelbladeren. Doe alles in een emmer met zeepsop wordt getoetst.
Een vangplant lokt de plaag weg van het gewas. De Universiteit van Saskatchewan noemt een kleine vroege aanplant aardappels, 15 tot 20 procent van het totaal, zo vroeg als de grond het toelaat. Zoek daar dagelijks, ook onder de bladeren, en raap de kevers eraf. Tegen aardvlooien en koolmot noemt ze een rand bladkool rond de andere kool. Mosterd of radijs als vangplant zag ik alleen in zoekresultaten wordt getoetst. Een vangplant vermindert een aanval, maar haalt de plaag niet weg, en de timing moet kloppen. Het bewijs komt vooral uit voorlichting, niet uit tuinproeven. Oost-Indische kers als vangplant is alleen ervaring van tuiniers.
Natuurlijke vijanden
Een tuin met bloemen en schuilplekken doet veel van het werk.
- Laat bloemen en schermbloemen staan voor zweefvliegen en sluipwespen (13.09 Bestuivers beschermen).
- Houd takkenrillen, stenen en een poel voor kikkers, padden, egels, loopkevers en vogels. Ze eten slakken, maar UC IPM zegt dat ze zelden genoeg doen om het alleen op te lossen.
- Spuit breed werkende middelen nooit: die doden de vijanden eerst, en de plaag komt sterker terug wordt getoetst.
Zeep
Zeep is het enige spuitmiddel in dit hoofdstuk, en alleen als rapen en water niet genoeg zijn. Ze doodt zachte insecten bij direct contact, zoals luizen, witte vlieg en spint. Daarna doet ze niets meer. UC-adviseur Scott Oneto schrijft:
- Sprays zijn verdund tot ongeveer 2 tot 3 procent. Begin zwakker.
- Sommige handzepen en afwasmiddelen werken, veel ook niet, en het risico op bladschade is groter dan bij gekochte insectenzeep. Afwaspoeder en alle kledingwasmiddelen zijn te scherp.
- Test eerst op een paar bladeren en wacht een tot twee dagen. Sommige tomatenrassen, pruim en kers zijn gevoelig.
- Raak de luis zelf, ook onder het blad. Luizen in gekruld blad raak je niet.
- Kalkrijk water, zoals vaak in Nederland wordt getoetst, laat zeep neerslaan: gebruik regenwater.
- Herhaal na vier tot zeven dagen. Spuit niet op planten met dorst of boven 32 graden. Spoel na een paar uur af om bladschade te beperken. Zeep kan ook lieveheersbeestjes raken wordt getoetst. Spuit dus alleen waar de luizen zitten. Houd de spray uit je ogen en was gespoten groente goed voordat je ze eet wordt getoetst.
Koper
Koper tegen schimmel (Bordeauxse pap) is oud en wordt vaak natuurlijk genoemd. Dat is misleidend: het is een zwaar metaal dat niet afbreekt en in de grond blijft wordt getoetst. De EU stelde in 2019 een grens van 4 kg per hectare per jaar (Karimi en anderen). Een overzicht uit 2024 (Pelosi en anderen) vond dat koper de voortplanting van regenwormen halveert rond 95 mg per kg droge grond, en dat wormen in natuurlijke grond gevoeliger zijn dan in proefgrond. Volgens de folder uit 2018 was koper in Nederland alleen toegelaten als meststof. Meng het niet zelf, en gebruik geen kopersulfaat uit een onbekende zak: dat is giftig en schadelijk voor ogen en huid wordt getoetst. Dit boek raadt koper niet aan en geeft geen recept of dosering.
Wat je niet zelf moet mengen
Op internet en in oude boeken staan recepten die gevaarlijker zijn dan de plaag. Bij zelfgemaakt spul weet je de sterkte niet, schreef tuinadviseur Rosie Lerner van Purdue University al in 1996, en dat is het probleem. Water, verdunde zeep en je handen zijn de enige middelen die dit hoofdstuk aanraadt. Wat je nooit maakt, staat in het Gevaar-blok hieronder; lees ook 11.01 Veilig werken met stoffen.
Zo weet je dat het werkt
- De schade blijft onder wat je kunt missen, en je oogst blijft eetbaar.
- Je schrift laat zien dat dezelfde plaag op dezelfde plek minder wordt.
- Je ziet lieveheersbeestjes, zweefvliegen en padden.
- Aardappels en tomaten staan vier jaar niet op dezelfde plek.
Zo weet je dat het misgaat
- Ieder jaar weer dezelfde ziekte op dezelfde plek: de wisselbouw deugt niet. Maak het vak leeg en zaai een jaar iets anders.
- Bruine vlekken op aardappelloof na een natte week: controleer alles vandaag, snijd bij 25 procent het loof af.
- Bladeren krullen en verbranden na zeep: te sterk of te heet. Spoel, en stop.
- Hele jonge rij weg in één nacht: slakken of duiven. Rapen met de zaklamp, en zaai opnieuw onder gaas.
- Geen enkel lieveheersbeestje en steeds meer luizen na spuiten: stop met spuiten.
- Stinkende, rottende knollen in de opslag: alles uitzoeken, zieke weg, luchtig en koel bewaren wordt getoetst.
- Iemand wordt misselijk of krijgt hoofdpijn na het spuiten: naar buiten, kleren uit, wassen, en lees 11.01 Veilig werken met stoffen wordt getoetst.
Gevaar · Zelf gif maken Maak deze dingen nooit, ook niet in nood. Bewaar een spuitmiddel nooit in een drinkfles of etenspot.
- Tabaksthee of nicotine. Nicotine gaat door de huid, is in kleine hoeveelheden dodelijk en doodt ook bijen en lieveheersbeestjes. Nicotinemiddelen zijn daarom in veel landen uit de handel wordt getoetst. Tabak kan ook het mozaïekvirus op tomaat overbrengen wordt getoetst.
- Oude potten uit de schuur. Middelen zonder etiket of met verboden stof niet gebruiken, niet verbranden, niet in sloot of put gieten. Zet ze droog en gesloten weg, met een briefje (11.01 Veilig werken met stoffen) wordt getoetst.
- Benzine, diesel, accuzuur, bleek, ammoniak. Giftig voor grond en water. Bleek samen met ammoniak of zuur geeft giftig gas (11.01).
- Aftreksels van oleander, wonderboom, doornappel of andere giftige planten (03.03 Giftige planten en dubbelgangers) wordt getoetst.
- Rattengif tegen slakken of in de tuin. Het komt via dieren in je eten terecht wordt getoetst.
- Spuiten op bloemen waar bijen vliegen. Ook zeep kan doden wat ze raakt wordt getoetst.
Als je iets mist
| № | Mis je | Gebruik dan |
|---|---|---|
| 1 | Gaas | Oude vitrage, muskietennet, fijn gordijn |
| 2 | Handzeep | Een harde waterstraal en handwerk. Geen zelfgemaakte loogzeep: die kan bijtend zijn en bladeren verbranden wordt getoetst |
| 3 | Resistent ras | Vroege rassen, ruimere afstand, ander gewas |
| 4 | Plantenspuit | Een gieter met fijne broes, of een bosje takken als kwast |
| 5 | Zaklamp | Vroeg in de ochtend rapen, of bij schemer |
| 6 | Grond om te wisselen | Bakken met verse compost, of ruilen met de buren |
| 7 | Kippen | Handwerk, of eenden bij een buurgroep |
Achtergrond
Elke plaag leeft van een overschot: één gewas op één plek, jaar na jaar. Zet dat gewas elders en de ziekte in de grond verhongert. Daarom werkt wisselbouw, maar alleen met genoeg jaren ertussen, en minder tegen plagen die door de lucht komen, zoals aardappelziekte wordt getoetst. Zeep werkt waarschijnlijk doordat ze de waslaag van het insect aantast, zodat het uitdroogt; precies weet men het niet. Koper werkt op sporen op het blad en moet er dus zitten voordat de spore landt. Daarom moet het herhaald worden, en daarom hoopt het zich op wordt getoetst. Bewijs: wisselbouw B (RHS, lange praktijk). Rapen en vangplanken B (UC IPM). Koperband tegen slakken D (bronnen spreken elkaar tegen). Waterstraal en natuurlijke vijanden B. Zeep tegen zachte insecten B, met bladschade als bekend risico. Aanpak aardappelziekte B (RHS, Wageningen). Melk en zuiveringszout D. Vangplanten C. Gevaar van koper voor wormen B. Gevaar van zelfgemaakte middelen B.
Volgende niveau
Teken een wisselbouwplan voor vijf jaar (13.05 Teeltplanning) en bouw een eigen zaadlijn op van de planten die het best overleefden (13.07 Zaden verzamelen en bewaren). Leg een bloemenrand aan (13.09 Bestuivers beschermen) en spreek binnen de groep een hele teelt af, verdeeld over meerdere plekken (13.13 Een lokaal voedselsysteem).
Controlelijst
- Ik loop twee keer per week langs mijn planten en noteer wat ik zie.
- Ik weet wat een plaag is voordat ik iets doe.
- Ik heb een wisselbouwplan en mijn aardappels staan vier jaar niet op dezelfde plek.
- Ik raap slakken 's avonds, met handschoenen.
- Ik snijd bij 25 procent aangetast loof de stengels af en begraaf of verbrand het zieke blad veilig.
- Ik gebruik zeep verdund, getest en alleen op de plaag.
- Ik gebruik geen tabak, benzine of oude middelen uit de schuur.
- Ik spuit nooit op bloemen waar bijen vliegen.
Verantwoording
- RHS: Slugs and snails: rapen, ochtendwater, planken en schillen, bier, predatoren, RHS-proef met koperband, leven met slakken.
- RHS: Potato and tomato blight: weer, aanaarden, vroege rassen, 25 procent en loof afsnijden, twee weken wachten, vier jaar, resistente rassen, verbranden of begraven.
- RHS: Powdery mildews: droge wortels, vochtige lucht, stikstof, ruimte, zelfgemaakte middelen niet aanbevolen.
- RHS: Crop rotation: groepen, drie en vier vakken, knolvoet en witrot.
- UC IPM: Snails and slugs: rapen, planken, schillen, bier, koperband, pluimvee, geen zout.
- UC IPM: Aphids: twee keer per week kijken, 65 tot 80 graden Fahrenheit, waterstraal, natuurlijke vijanden, mieren, stikstof, zeep niet boven 90 graden Fahrenheit.
- UC Cooperative Extension, Scott Oneto: Soap sprays as insecticides: werking, 2 tot 3 procent, soorten zeep, bladschade, hard water, herhalen na vier tot zeven dagen, afspoelen.
- Louis Bolk Instituut en Wageningen University & Research: Resistentie tegen Phytophthora, voorkom doorbraak! (juni 2018): resistentiedoorbraak, verschillende resistentiebronnen, zieke planten met buurplanten weg, geen effectieve biologische middelen, koper alleen als meststof (stand 2018; huidige toelating niet nagegaan).
- Rijksoverheid: Welke gewasbeschermingsmiddelen mag ik gebruiken: alleen toegelaten middelen met nummer op het etiket, boete.
- Radar: Onkruid bestrijden, waarmee doe je dat?: azijn, chloor en zout niet toegelaten als onkruidmiddel, met Milieu Centraal.
- Karimi, Maron en Ranjard: Réponse aux commentaires de Imfeld et al., Étude et Gestion des Sols 2021: EU-grens van 4 kg koper per hectare per jaar sinds 2019.
- Pelosi en anderen: Copper toxicity to earthworms, a comprehensive review and meta-analysis, Chemosphere 2024: halvering van de voortplanting rond 94,6 mg koper per kg, gevoeliger in natuurlijke grond.
- Rosie Lerner, Purdue University: April 1996, Indiana Yard and Garden: onbekende sterkte bij zelfgemaakte middelen, nicotinesulfaat gevaarlijk voor de tuinier.
- Chiu: Non-pesticide Control of Pea Powdery Mildew, National Taiwan University 2009: 75,5 procent in potproeven, bladschade bij een mengsel met melk (samenvatting).
- University of Saskatchewan: Trap crops: vroege aardappels, 15 tot 20 procent, gele eitjes, rand bladkool, vermindert maar haalt niet weg.
- VNG: Vuur stoken en afval verbranden: gemeentelijke regels voor stoken (niet ingezien, alleen zoekresultaat). Niet met een primaire bron onderbouwd en daarom gemarkeerd: de hongersnood, hoe lang knolvoet en witrot in de grond blijven, het begin van aardappelziekte in Nederland, kenmerken van aardappelziekte, stookregels, de Braziliaanse melkproef, de gevaren van nicotine, kopersulfaat en loogzeep, de eerste hulp na spuiten, opslag van oude middelen, de wettelijke status van zelfgemaakte sprays. Het knijpen van luizen en mosterd of radijs als vangplant zag ik alleen in zoekresultaten. Getoetst door: nog niet.