Hoofdstuk · Landbouw, dieren & ecosystemen
Bestuivers beschermen
Eten, een nest en geen gif, en wat je doet als ze wegblijven
Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.
Gevaar · Steken Wilde bijen steken zelden wordt getoetst. Hommels en honingbijen wel als je hun nest raakt. Een ernstige allergische reactie is levensgevaarlijk: handel bij ademnood meteen volgens VK.B12 Ernstige allergische reactie en de adrenalinepen.
- Weet wie er in je groep allergisch is, en houd die persoon weg van nesten.
- Bij een steek: VK.B11 Beten en steken.
- Verplaats geen hommelnest of wespennest met blote handen. Laat het zitten als het kan.
- Zet een bijenhotel niet bij een speelplek of deur als iemand allergisch is wordt getoetst.
- Raak oude bestrijdingsmiddelen niet aan zonder bescherming. Sommige zijn ook voor mensen giftig wordt getoetst.

Waarom dit telt
Zonder bestuivers geen pompoen en weinig appels, peren en kersen. Graan en aardappels redden je energie, maar fruit, noten, zaad en vitamines hangen vaak aan insecten die je niet kunt vervangen. Ze zijn gratis en ze werken vanzelf, zolang ze eten, een nest en geen gif hebben. Dit hoofdstuk regelt die drie dingen, en legt uit wat je doet als ze toch wegblijven.
Als er nog hulp is Vraag een imker, natuurvereniging of Bijenstichting welke wilde bijen in je buurt zitten en welke planten daar werken.
Eerst doen
- Spuit geen gif, ook geen zelfgemaakt middel op bloeiende planten (13.15 Gewasziekten en plagen zonder gif).
- Kijk wat je teelt: welke gewassen hebben bestuivers echt nodig?
- Zorg dat er van februari tot oktober iets bloeit binnen 150 meter van je gewassen.
- Laat een zonnig stukje grond kaal, en laat holle stengels en dood hout staan.
- Maai nooit alles tegelijk.
- Leer een pompoen met de hand bestuiven, voor het geval de bijen wegblijven.
Wat je nodig hebt
- Zaad van bloeiers: phacelia, klaver, en wat bij je streek hoort (13.06 Gewassen combineren).
- Een spade om een plek kaal te maken, en een zeis om gefaseerd te maaien.
- Dode stengels, stukken hardhout en een boor van 3 tot 8 mm wordt getoetst.
- Een zacht penseel en etiketten voor handbestuiving.
- Een schrift voor de bloei- en bezoekkalender.
Werkwijze
Welke gewassen hebben bestuivers nodig
Klein e.a. (2007) keken naar 107 wereldgewassen. Van de wereldproductie in kilo's komt 60 procent uit gewassen die geen dieren nodig hebben, 35 procent uit gewassen die ze wel nodig hebben. Maar voor de meeste soorten is de hulp wel belangrijk: bij 13 gewassen zijn dieren onmisbaar, bij 30 sterk nodig, bij 27 matig, bij 21 een beetje en bij 7 niet.
| № | Afhankelijk | Gewassen | Verlies zonder bestuivers |
|---|---|---|---|
| 1 | Onmisbaar | Pompoen, meloen, watermeloen (Klein) | 90 procent of meer |
| 2 | Sterk | Appel, peer, pruim, kers wordt getoetst | 40 tot 90 procent wordt getoetst |
| 3 | Trilbestuiving | Tomaat, aubergine (Cooley en Vallejo-Marín) | Bij tomaat lichtere vruchten |
| 4 | Alleen voor zaad | Kool, wortel, ui, biet wordt getoetst | De groente groeit wel, maar je krijgt weinig zaad (13.07 Zaden verzamelen en bewaren) |
| 5 | Geen of weinig | Graan, maïs, aardappel, erwt wordt getoetst (erwt: Klein) | Weinig tot niets |
Reken hier eerlijk mee. Je energie uit aardappel, graan en maïs hangt niet aan bijen (13.05 Teeltplanning). Je fruit, pompoen en een deel van je zaad wel. Peulvruchten zoals tuinboon geven vaak meer met bijen wordt getoetst. Bij tomaat varieert de behoefte (Klein).
Wie het werk doet
Honingbijen zijn niet de enigen. Ook hommels, vliegen, kevers en wespen bestuiven (RHS).
- Wilde bijen. In Nederland planten zich 331 soorten regelmatig voort, en 181 daarvan (55 procent) staan op de Rode Lijst van 2018.
- Hommels. Zij kunnen bloemen laten trillen, zodat stuifmeel vrijkomt. Tomaat heeft dat nodig. Honingbijen kunnen het niet. Hommels vliegen ook bij kouder weer wordt getoetst.
- Honingbijen. Handig voor grote bloeiende gaarden, maar ze vragen zorg en kennis (13.12 Bijen houden). EIS Kenniscentrum Insecten vindt honingbijen in natuurterreinen vrijwel nooit wenselijk, al gaf een literatuuronderzoek geen eenduidig beeld (Bijenhouden 2019).
Wilde bijen zijn meestal kleine dieren met een korte vliegtijd, soms maar weken wordt getoetst. Als de bloei dan ontbreekt, is een soort er volgend jaar niet meer. Daarom telt elk moment van het jaar.
Hoe ver ze vliegen
| № | Groep | Afstand | Bron |
|---|---|---|---|
| 1 | Solitaire bijen | Maximaal 150 tot 600 m | Gathmann en Tscharntke 2002 |
| 2 | Solitaire bijen | Tot 1100 tot 1400 m, maar de helft blijft binnen 100 tot 300 m | Zurbuchen e.a. 2010 |
| 3 | Hommels | 449 tot 758 m (geschat); getraceerde vluchten gemiddeld 275 m | Knight e.a. 2005, Osborne e.a. 1999 |
| 4 | Bijen, algemeen | 3 tot 4 km | RHS |
Onze keuze: houd nest en bloemen niet verder dan 150 meter van elkaar, zoals Hofmann e.a. (2020) aanraden voor kleine solitaire bijen. Verder vliegen kost nakomelingen: Hofmann citeert een studie met 74 procent minder nakomelingen bij 150 meter extra vliegen. Een strook bloemen op 50 meter werkt dus beter dan een veld op 2 km.
De bloeiboog door het jaar
Wilde bijen vliegen in voorjaar, zomer en najaar, elk met hun eigen soorten. Er moet dus steeds iets bloeien. De hongergaten liggen vooral in maart en in september en oktober (Landschap Erfgoed Utrecht). Na de voorjaarsdracht is er op veel plaatsen ook even weinig te halen (Bijenhouden 2020).
| № | Periode | Wat bloeit |
|---|---|---|
| 1 | Oktober tot december | Klimop, herfstaster (IVN) |
| 2 | Januari, februari | Hazelaar, sneeuwklokje (IVN), krokus wordt getoetst |
| 3 | Maart, april | Wilg, een van de belangrijkste voorjaarsplanten (Bijenhouden 2017); fruitbomen wordt getoetst |
| 4 | Mei | Fruitbomen, paardenbloem wordt getoetst |
| 5 | Juni, juli | Phacelia (IVN), klaver, linde, braam wordt getoetst |
| 6 | Augustus, september | Heide, phacelia uit late zaai wordt getoetst |
Zo bouw je de boog:
- Noteer een jaar lang wat er binnen 150 meter bloeit, per maand.
- Zoek de lege maanden.
- Vul die met planten die nuttig zijn: wilgen voor maart (ook voor vlechten, VK.H01 Een mand vlechten van wilgentenen), fruitbomen, kruiden, klaver als groenbemester.
- Laat groenten die je niet opeet doorbloeien: sla, radijs, wortel, prei, venkel, kool en biet (IVN). Dat geeft ook zaad.
- Zaai phacelia in twee partijen, zodat de bloei langer duurt wordt getoetst.
- Zaai inheemse soorten waar het kan. Sommige sierbloemen met dubbele bloemen geven weinig wordt getoetst.
Sommige wilde bijen eten maar van één plantenfamilie wordt getoetst, dus veel soorten bloemen zijn beter dan veel van één soort.
Bewaar wilde randjes bij sloten, beken en greppels, en maai die niet in het voorjaar wordt getoetst. Maai groenbemester en andere bodembedekking in stroken, zodat een deel blijft bloeien wordt getoetst.
Nestplekken
De meeste wilde bijen nestelen in de grond of in rommelhoekjes met vermolmde stronken en holle takjes. Zonnige, zanderige, niet vol begroeide plekjes zijn favoriet (IVN). Een bijenhotel helpt dus maar een deel van de bijen, en sommige hotels zijn niet bijvriendelijk (IVN).
- Kale grond. Laat op een zonnige, droge plek een stuk van minstens 1 m² kaal en vlak. Niet spitten, niet betreden, niet mulchen wordt getoetst. Zandige taluds, paden en greppelkanten werken goed wordt getoetst.
- Holle stengels. Laat stengels van braam, riet, vlier en distels een jaar of twee staan. Knip ze schuin af op 50 cm hoogte wordt getoetst. Snoei uitgebloeide stengels pas in het voorjaar: sommige bijen overwinteren erin (IVN).
- Dood hout. Laat dode takken en stammen in de zon liggen, zonder gif. Boor in hardhout gaten van 3 tot 8 mm, in de zijkant en niet in het kopshout, want daar scheurt het wordt getoetst. Schuur de gaten glad.
- Hommels. Zij gebruiken oude muizenholen en graspollen wordt getoetst. Laat ruige hoeken en heggen staan.
- Muren. Oude muren met leem en droge stapelmuren geven holten wordt getoetst.
- Modder. Sommige bijen metselen met leem. Een natte plek met klei helpt wordt getoetst.
Een klein hotel is beter dan een groot: een grote stapel trekt parasieten aan wordt getoetst. Hang het op het zuiden of oosten, droog en stevig, op minstens 1 meter hoogte wordt getoetst. Vervang oude holten na een paar jaar wordt getoetst.
Maai gefaseerd. Maai steeds maar een derde wordt getoetst, en laat het maaisel kort liggen zodat insecten eruit kunnen. Spit niet op plekken waar je nesten in de grond ziet.
Geen gif
Alle gif dat insecten doodt, doodt ook bestuivers. Dat geldt ook voor middelen die natuurlijk heten, zoals pyrethrum, rotenon en zeep op bloemen wordt getoetst. Lees 13.15 Gewasziekten en plagen zonder gif.
- Spuit niets op bloeiende planten of op planten met luizen die honingdauw geven wordt getoetst.
- Gebruik geen oude flessen uit schuren en winkels: je weet niet wat erin zit, en sommige middelen zijn verboden omdat ze bijen doden wordt getoetst.
- Zaad dat gebeitst is, kan gif in de plant brengen (VK.D07 Gebeitst en behandeld zaaizaad herkennen) wordt getoetst.
- Geïmpregneerd hout hoort niet in een bijenhotel wordt getoetst.
Hand bestuiven als noodmiddel
Handbestuiving is een noodmiddel. Het werkt voor enkele planten, nooit voor een boomgaard. Doe het als er geen insecten zijn: in een kas, na gif van de buren, of in een slechte lente.
Pompoen, courgette, meloen.
- Ga vroeg in de ochtend. De bloemen gaan vroeg open en zijn maar één dag ontvankelijk (University of California). Vochtige lucht helpt het stuifmeel (University of Florida).
- Zoek een vrouwelijke bloem: die heeft onder de bloem een kleine verdikking, als een miniatuurvrucht.
- Pluk een mannelijke bloem, op een lange steel en zonder verdikking. Haal de bloemblaadjes weg.
- Wrijf de meeldraad tegen het midden van de vrouwelijke bloem, of gebruik een penseel.
- Eén mannelijke bloem is genoeg voor meerdere vrouwelijke (University of Florida).
- Geen mannelijke bloem op de ochtend zelf? Pluk er de dag ervoor een en zet hem in water (University of Florida).
- Hang een label aan de stengel. Groeit de vrucht door, dan is het gelukt.
Tomaat, aubergine. Tik op de bloemtrossen of schud de plant op een droge, warme middag wordt getoetst. De gebruikelijke handmethode bij tomaat is een trilstaafje op de bloem, maar dat kost veel werk en kan de bloem beschadigen (Cooley en Vallejo-Marín). In een proef in Taiwan gaf één keer machinaal trillen minder vruchtzetting dan hommels, drie keer trillen ongeveer evenveel. Maak gereedschap schoon tussen planten, want het kan ziekten overbrengen wordt getoetst.
Fruitbomen. Pluk bij droog weer bloemen van een ander ras dat tegelijk bloeit, en tik er met een penseel stuifmeel uit op open bloemen wordt getoetst. Of hang een emmer water met bloeiende takken van een ander ras in de boom wordt getoetst. Doe dit voor enkele takken, en reken op weinig vruchten.
Kijken en bijhouden
Loop in de bloeitijd elke week langs je gewassen op een zonnige dag. Tel vijf minuten hoeveel insecten op een stuk bloemen komen wordt getoetst. Schrijf datum, weer en wat je ziet op (13.05 Teeltplanning). Na een paar jaar weet je welke planten echt werken.
Zo weet je dat het werkt
- Op een zonnige dag zie je in elke bloeiende maand insecten op je bloemen.
- Pompoenen groeien door in plaats van klein te blijven en af te vallen.
- Fruit is goed gevormd, en bomen zetten vruchten.
- Gaten in je hotel zitten dicht met leem of blad.
- In het voorjaar zie je kleine hoopjes zand met een gaatje in je kale stuk wordt getoetst.
Zo weet je dat het misgaat
- Vrouwelijke pompoenbloemen vallen af of de vrucht rot aan de punt: geen bestuiving. Bestuif met de hand en kijk naar de bloei rond de plant.
- Veel bloei in fruitbomen maar geen vruchten: koude, regen of geen bestuivers in de bloeitijd, of geen tweede ras (13.08 Bomen en boomgaarden). Noteer het weer in de bloei.
- Scheve vruchten of aardbeien met harde plekken: slechte bestuiving wordt getoetst. Zorg voor meer bloei en meer insecten.
- Maart of september zonder bezoek op je bloemen: er is een gat in de boog. Plant wilgen of klimop.
- Dode bijen bij je gewassen: gif in de buurt. Praat met je buren en stop elk gebruik.
- Schimmel of mijten in een bijenhotel: te vochtig of te groot. Maak schoon of vervang wordt getoetst.
Gevaar · Steken Wilde bijen steken zelden wordt getoetst. Hommels en honingbijen wel als je hun nest raakt. Een ernstige allergische reactie is levensgevaarlijk: handel bij ademnood meteen volgens VK.B12 Ernstige allergische reactie en de adrenalinepen.
- Weet wie er in je groep allergisch is, en houd die persoon weg van nesten.
- Bij een steek: VK.B11 Beten en steken.
- Verplaats geen hommelnest of wespennest met blote handen. Laat het zitten als het kan.
- Zet een bijenhotel niet bij een speelplek of deur als iemand allergisch is wordt getoetst.
- Raak oude bestrijdingsmiddelen niet aan zonder bescherming. Sommige zijn ook voor mensen giftig wordt getoetst.
Als je iets mist
| № | Mis je | Gebruik dan |
|---|---|---|
| 1 | Zaad van bloeiers | Laat groenten doorbloeien, en laat paardenbloem, klaver en braam staan |
| 2 | Boor en hardhout | Bundels holle stengels van riet, vlier of bamboe wordt getoetst |
| 3 | Penseel | Een mannelijke bloem zelf, een veertje of een wattenstaafje wordt getoetst |
| 4 | Kale zandgrond | Een bak of stapel zand en leem op een zonnige plek wordt getoetst |
| 5 | Bloei in een droge zomer | Een klein begoten stukje met kruiden, of de rand bij een sloot of beek wordt getoetst |
| 6 | Bestuivers | Handbestuiving voor een paar planten. Zet de rest op gewassen die geen bestuivers nodig hebben |
Achtergrond
Stuifmeel moet van de meeldraad op de stamper komen. Sommige planten doen dat met wind of zichzelf. Dat geldt voor graan wordt getoetst. Andere planten lokken insecten met nectar en stuifmeel. Bij pompoen zijn mannelijke en vrouwelijke bloemen gescheiden, dus zonder overbrenging groeit er niets. Bij tomaat komt het stuifmeel pas goed vrij als de bloem trilt.
Klein e.a. laten zien dat wilde bijen de bestuiving in een landschap stabieler maken, en dat intensieve landbouw hen bedreigt. Verschillende soorten vliegen bij ander weer en op andere bloemen wordt getoetst. Veel soorten zijn dus een verzekering.
Bewijs: afhankelijkheid van gewassen A (Klein e.a., wereldwijd overzicht; bij veel rassen wisselt het). Rode Lijst Nederland A. Vliegafstanden B (meetproeven, verschillen per soort). Trilbestuiving bij tomaat A tot B (meta-analyse). Handbestuiving van pompoen B (universitaire voorlichting). Bloeiboog B voor het principe, C voor de plantenlijst. Bijenhotels en kale grond C: praktijkkennis, hier niet nagezocht.
Volgende niveau
Houd zelf bijen als je daar kennis en dieren voor hebt (13.12 Bijen houden). Plant bloeiende bomen en hagen (13.08 Bomen en boomgaarden). Herstel bermen, heggen en beekranden (13.14 Herstel van ecosystemen). Spreek met buren af waar niet gespoten wordt (13.13 Een lokaal voedselsysteem).
Controlelijst
- Ik weet welke van mijn gewassen bestuivers nodig hebben, en welke niet.
- Ik gebruik geen gif op bloeiende planten, ook geen natuurlijk gif.
- Van februari tot oktober bloeit er iets binnen 150 meter.
- Ik heb kale grond, holle stengels en dood hout laten staan.
- Ik maai gefaseerd.
- Ik kan pompoen met de hand bestuiven.
- Ik weet wie in mijn groep allergisch is voor steken.
Verantwoording
- Klein e.a. (2007): Importance of pollinators in changing landscapes for world crops: 60, 35 en 5 procent van de productie, aantallen gewassen per klasse, pompoen, meloen en watermeloen onmisbaar, erwt zonder extra opbrengst, definitie van de klassen. De klasse van appel, peer, pruim en kers staat in de bijlage, die we niet konden lezen.
- RHS: Fruit pollination: groepen bestuivers, bijen 3 tot 4 km.
- Nieuwenhuijsen: Boekbespreking Basisrapport voor de Rode Lijst Bijen (Reemer 2018): 331 soorten. Het basisrapport zelf is niet gelezen.
- Van der Scheer en Korevaar: Concurrentie en competitie tussen bijen, Bijenhouden 2019: 181 soorten (55 procent) op de Rode Lijst, standpunt van EIS, geen eenduidig beeld uit literatuuronderzoek.
- Conservation Evidence: Nest boxes for solitary bees should be 150 to 600 m from forage plants: samenvatting van Gathmann en Tscharntke 2002.
- Zurbuchen e.a.: Maximum foraging ranges in solitary bees: 1100 tot 1400 m, helft binnen 100 tot 300 m. Samenvatting gelezen.
- Hofmann, Fleischmann en Renner (2020): Foraging distances in six species of solitary bees, Journal of Hymenoptera Research: 150 meter als vuistregel, 74 procent minder nakomelingen bij 150 m extra (Peterson en Roitberg 2006).
- Knight e.a. (2005): An interspecific comparison of foraging range and nest density of four bumblebee species en Osborne e.a. (1999): A landscape-scale study of bumble bee foraging range and constancy: 449 tot 758 m en gemiddeld 275 m. Samenvattingen gelezen.
- Cooley en Vallejo-Marín (2021): Buzz-Pollinated Crops, Journal of Economic Entomology: tomaat en aubergine, honingbijen trillen niet, hommels wel, trilstaafje.
- Proefschrift National Taiwan University, DOI 10.6342/NTU202402400: machinaal trillen, één keer tegenover drie keer. Samenvatting gelezen.
- Landschap Erfgoed Utrecht: Help de wilde bij! Waardevolle planten: voorjaars-, zomer- en najaarsbijen, hongergaten.
- IVN en Nederland Zoemt: Een bijvriendelijke tuin: nesten in de grond, bijenhotels, stengels, planten per seizoen, doorbloeiende groenten.
- Bijenhouden 2017.2, rubriek Drachtplanten: wilg als een van de belangrijkste voorjaarsplanten.
- Van Egmond: Drachtplanten, Bijenhouden 2020.6: beperkt voedsel na de voorjaarsdracht.
- Thralls en Treadwell, University of Florida: Hand Pollination of Squash and Corn in Small Gardens, University of California: Fruit Set Problems in Squash, Melons, and Cucumbers in Home Gardens en Natural History Museum of Utah: Pollinating Vegetables by Hand: handbestuiving van pompoen.
Niet met een primaire bron onderbouwd en daarom gemarkeerd: de afhankelijkheid van fruit en peulvruchten per klasse, de meeste plantenlijsten van de bloeiboog, maten en plek van nestplekken en bijenhotels, de werking van natuurlijke middelen op bijen, handbestuiving van boomfruit, schudden bij tomaat, en hoe vaak wilde bijen steken. Wildebijen.nl en bestuivers.nl zijn niet geraadpleegd. Getoetst door: nog niet.