Hoofdstuk · Landbouw, dieren & ecosystemen
Gewassen combineren
Wat onderzoek bevestigt, wat een verhaal is, en hoe je het zelf test
Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.
Gevaar · Giftig zaad in de oogst Lees ook 04.14 Voedsel dat giftig is als je het verkeerd bereidt.
- Wikke: houd het zaad uit brood en bonenpot. Het bevat een zenuwgif en is vooral gevaarlijk voor mensen en andere niet-herkauwers. Een veilige hoeveelheid is niet bekend wordt getoetst.
- Zaailathyrus (Lathyrus sativus, ook almorta): het gevaar zit in maandenlang eten als hoofdvoedsel. Dat kan blijvende, niet te behandelen verlamming van de benen geven, en droogte verhoogt het gifgehalte (ADLM). Maak er nooit hoofdvoedsel van.
- Lupine: bittere lupine kan vergiftiging geven met duizeligheid, verwarring, hartkloppingen en misselijkheid, en bij hoge doses hartstilstand. Aan het zaad zie je niet of het zoet of bitter is. Gebruik weekwater nooit, en ontbitteren thuis geeft geen zekerheid (BfR).
- Moederkoren: let op zwarte, ruwe staafjes in de aar en het graan, vooral bij rogge en triticale (Maine). Haal ze eruit, maar gebroken stukjes blijven giftig (Maine). Bakken breekt het gif niet af wordt getoetst.
- Behandeld zaad: zaaizaad met een felle kleur is vaak gebeitst wordt getoetst. Eet dat nooit (VK.D07 Gebeitst en behandeld zaaizaad herkennen).

Waarom dit telt
Grond, water en compost zijn schaars, dus je wilt elke vierkante meter goed gebruiken. Gewassen slim combineren kan grond besparen en de bodem voeden. Maar veel tuinboeken staan vol tabellen met planten die elkaars vrienden zouden zijn, en daarvan is het meeste nooit getest. Dit hoofdstuk scheidt wat werkt van wat een verhaal is.
Als er nog hulp is Vraag oude tuinders en boeren welke combinaties op jouw grond echt iets deden. Vraag ook of ze dat ooit naast een stuk zonder die combinatie hebben vergeleken.
Eerst doen
- Gooi de tabel met vrienden en vijanden niet weg, maar reken er niet op.
- Houd plantenfamilies uit elkaar over de jaren heen (13.05 Teeltplanning).
- Zet peulvruchten in je plan: als gewas, in een mengsel of als groenbemester.
- Laat geen grond kaal na de oogst. Zaai vóór september een groenbemester.
- Proef één combinatie tegelijk, naast een strook zonder die combinatie, en weeg de oogst.
Wat je nodig hebt
- Zaad van twee of meer gewassen, zonder beitsmiddel (VK.D07 Gebeitst en behandeld zaaizaad herkennen).
- Zaad voor een groenbemester. Eigen zaad kan ook (13.07 Zaden verzamelen en bewaren).
- Touw en piketten voor proefstroken.
- Zeven of een wan om een mengoogst te scheiden (VK.D04 Graan wannen).
- Een zeis of schoffel om groenbemester te maaien (09.02 Handgereedschap).
- Je logboek (13.05 Teeltplanning).
Werkwijze
Wat onderzoek wel en niet bevestigt
| № | Bewering | Wat bekend is | Oordeel |
|---|---|---|---|
| 1 | Een mengteelt geeft meer per vierkante meter | Li e.a. 2020 (wereldwijde analyse): 16 tot 29 procent minder grond voor dezelfde oogst | Bevestigd op akkers |
| 2 | Groen tussen kool houdt koolvlieg weg | Warwick: de vlieg landt op alles wat groen is en vertrekt na landingen op verkeerde planten. In één proef met klaver of rolklaver bij broccoli tot 48 procent minder eieren | Bevestigd bij plagen van kruisbloemigen |
| 3 | Sterk geurende kruiden verjagen insecten | Warwick: geurende planten werken niet beter dan andere. Groen papier werkte even goed | Niet bevestigd voor deze plagen |
| 4 | Tabellen met vrienden en vijanden | Chalker-Scott (via Arizona): zulke tabellen hebben amusementswaarde, geen wetenschappelijke. Illinois: veel aanbevolen combinaties zijn niet getest | Meestal onbewezen |
| 5 | Afrikaantjes weren plagen | Krantenrubriek uit Kansas: de meeste claims zijn in proeven weerlegd. Sommige aaltjes nemen af, maar alleen als afrikaantjes het jaar ervoor op die plek staan wordt getoetst | Zwak |
| 6 | Ui naast wortel houdt wortelvlieg weg | Geen goede bron gevonden wordt getoetst | Onbekend |
| 7 | Bloeiende alyssum tussen sla helpt tegen luis | Dezelfde krantenrubriek noemt USDA-advies: 1 of 2 planten op 50 sla, want rovers van luizen komen erop af wordt getoetst | Mogelijk |
| 8 | Walnoot remt planten eronder | Alleen via een zoekresultaat gezien wordt getoetst | Onzeker (13.08 Bomen en boomgaarden) |
Lees de tabel zo: de werking zit vooral in ruimte, licht, bedekking en timing. Niet in een geheime vriendschap tussen twee planten. Het mechanisme van Warwick is nuchter. Een vlieg zoekt groen tegen kale grond. Staat je kool in kale grond, dan landt de vlieg steeds op kool. Staat er klaver omheen, dan landt ze vaak verkeerd en vertrekt ze. Die klaver concurreert wel om water en voeding wordt getoetst. In droge grond kost dat dus meer dan het oplevert.
Mengteelt met peulvruchten
Bij mengteelt staan twee gewassen tegelijk op één vak. De maat is de LER: de hoeveelheid grond die je met losse gewassen nodig hebt voor dezelfde oogst. Een LER van 1,25 betekent: 100 m² mengteelt geeft evenveel als 125 m² gescheiden. Eerdere analyses vonden gemiddeld 1,22 en 1,30. Li e.a. vonden 1,29 met maïs en 1,16 zonder maïs.
Wees eerlijk over de winst. De grootste winst in kilo's kwam in China, van maïs in stroken met veel meststof. De teelt met weinig meststof, die jij doet, gaf in kilo's ongeveer een kwart daarvan. Toch bespaarde die wel grond en mest. Meer stikstof verlaagde de LER maar weinig. Het voordeel is groter als gewassen in tijd verschillen: de ene is al ver als de andere begint (Li e.a.).
Zo doe je het:
- Kies een graan en een peulvrucht die samen rijp worden: gerst met erwt, of haver met wikke als veevoer wordt getoetst.
- Meng het zaad en zaai ongeveer de helft van de normale hoeveelheid van elk wordt getoetst.
- De erwt klimt tegen het graan op. Het graan houdt haar overeind. Je hebt geen stokken nodig wordt getoetst.
- Oogst samen, droog, en scheid met een zeef of wan. Dat is extra werk.
- Weeg de oogst naast een stuk met alleen graan.
Stroken zijn eenvoudiger dan mengen: rijen maïs met rijen struikboon of erwt. Je oogst dan los. Li e.a. vonden de hoogste opbrengst in stroken, maar dat gold bij veel meststof.
Op droge zandgrond drinken twee gewassen meer dan één. Zaai daar vroeg in het voorjaar, op het vocht van de winter wordt getoetst.
De drie zusters: maïs, boon, pompoen
De Haudenosaunee (Iroquois) plantten maïs, klimboon en pompoen samen op heuvels. Mt. Pleasant mat dat in New York en vergeleek het met losse teelt.
| № | Per hectare | Drie zusters | Los geteeld |
|---|---|---|---|
| 1 | Maïs | 2933 kg | 3258 kg |
| 2 | Boon | 74 kg | 786 kg |
| 3 | Pompoenvlees | 3513 kg | 13.612 kg |
| 4 | Pompoenpitten | 68 kg | 266 kg |
Boon en pompoen leveren samen dus veel minder op. Maar de maïs houdt bijna stand, en daarbovenop komt de rest. De drie zusters gaven 12,25 miljoen kcal en 349 kg eiwit per hectare: meer dan elke verdeling van losse teelt op dezelfde grond. Dat is genoeg energie voor 13,4 volwassenen per hectare en jaar. Ongeveer dezelfde energie als maïs alleen, maar met veel meer eiwit.
Grenzen:
- De proeven liepen op twee plekken in New York, dus onder één klimaat. Je grond geeft iets anders.
- De bonen moeten laat klimmen: zaai ze als de maïs een voorsprong heeft, anders trekken ze hem om wordt getoetst.
- Maïs rijpt hier niet elk jaar goed, en droge bonen op koude grond ook niet wordt getoetst.
- Eet je vooral maïs, nixtamaliseer die dan (VK.D03 Maïs nixtamaliseren met kalk of houtas). Dat verbetert calcium, eiwitkwaliteit en niacine (Mt. Pleasant). Zie ook 04.12 Tekorten herkennen: scheurbuik en meer.
Groenbemesters
Een groenbemester teel je niet om te eten, maar voor de grond. Hij houdt voeding vast die anders wegspoelt, geeft organische stof en beschermt tegen regen. Vlinderbloemigen halen ook stikstof uit de lucht.
| № | Groenbemester | Familie | Zaaien | Let op |
|---|---|---|---|---|
| 1 | Klaver | Vlinderbloemig | Onder graan, of voor augustus wordt getoetst | 50 tot 150 kg stikstof per hectare (5 tot 15 gram per m²) |
| 2 | Wikke | Vlinderbloemig | Na de oogst, liefst voor 1 augustus | 50 tot 150 kg stikstof per hectare. Zaad niet eten |
| 3 | Gele mosterd | Kruisbloemig | Maart tot september wordt getoetst | Past niet bij veel kool: kies een andere familie. Gevoelig voor knolvoet wordt getoetst |
| 4 | Bladrammenas | Kruisbloemig | Tot in augustus wordt getoetst | Zelfde familie als kool; of knolvoet erop gaat, spreken bronnen tegen wordt getoetst |
| 5 | Phacelia | Eigen familie | Maart tot september wordt getoetst | Andere familie dan kool, dus past naast veel kool. Bijenplant (13.09 Bestuivers beschermen) |
| 6 | Rogge | Gras | Tot laat in de herfst wordt getoetst | Leent zich vooral voor late inzaai |
Timing telt. Op klei zaai je liefst voor september, op zand kan het enkele weken later (Wageningen en Louis Bolk). Staat een bed na vroege aardappels leeg in juli, dan is dat je kans.
Zo gebruik je hem:
- Zaai breedwerpig op een los gehakt bed en hark in.
- Maai voordat hij zaad zet wordt getoetst.
- Hak fijn en werk ondiep in, of laat liggen als mulch (13.02 Bodemleven en compost).
- Wacht twee tot drie weken met zaaien, zodat het materiaal kan verteren wordt getoetst.
Op droge grond drinkt een groenbemester mee. Maai hem in een droog voorjaar op tijd wordt getoetst. Laat zomers geen droog hoog gras staan: dat is brandstof wordt getoetst (05.14 Brand voorkomen en blussen).
Ruimte en licht
Planten die te dicht staan, vechten om licht, water en voeding. Hou je aan de plantafstand op het zaadzakje. Bij twijfel: ruimer.
- Noorden: zet hoge gewassen zoals maïs en stokbonen aan de noordkant, zodat ze niets beschaduwen wordt getoetst.
- Schaduw als hulp: in een hete zomer kan wat schaduw 's middags sla en spinazie langer laten groeien. Zet ze aan de oostkant van een hoger gewas of onder een rietmat wordt getoetst.
- Snel tussen traag: zaai sla of radijs tussen jonge kool. Ze zijn weg voordat de kool de ruimte nodig heeft wordt getoetst.
- Na elkaar: vroege aardappel of erwt, daarna boerenkool of prei. Dit heet nateelt, en is vaak de makkelijkste winst (13.05 Teeltplanning).
- Diep en ondiep: ui wortelt ondiep, tomaat en pompoen dieper. Ze zitten elkaar minder in de weg wordt getoetst.
- Bedekking: pompoen en aardappel onderdrukken onkruid met hun blad (RHS).
Rijen moet je kunnen bereiken. Een combinatie die wieden of oogsten onmogelijk maakt, kost meer dan ze geeft.
Plantenfamilies uit elkaar houden
Combineren gaat over dit jaar, wisselbouw over volgende jaren. Binnen één familie delen planten ziekten en plagen. Zet ze dus niet na elkaar op hetzelfde vak. Een groenbemester telt mee: mosterd is kool.
| № | Familie | Gewassen | Waarom uit elkaar |
|---|---|---|---|
| 1 | Nachtschade | Aardappel, tomaat, paprika, aubergine | Aardappelziekte, aaltjes wordt getoetst |
| 2 | Kruisbloemigen | Kool, radijs, raap, koolraap, mosterd, bladrammenas | Knolvoet |
| 3 | Uien | Ui, knoflook, sjalot, prei | Witrot |
| 4 | Schermbloemigen | Wortel, pastinaak, selderij, venkel, peterselie | Wortelvlieg wordt getoetst |
| 5 | Vlinderbloemigen | Erwt, boon, tuinboon, klaver, wikke, kikkererwt | Voetziekten wordt getoetst |
| 6 | Komkommerachtigen | Pompoen, courgette, komkommer, meloen | Meeldauw wordt getoetst |
| 7 | Ganzenvoet | Biet, snijbiet, spinazie | Bietencysteaaltje wordt getoetst |
| 8 | Grassen | Tarwe, rogge, gerst, haver, maïs | Graanziekten wordt getoetst |
| 9 | Composieten | Sla, andijvie, zonnebloem | Weinig bekend, wissel toch wordt getoetst |
De indeling van de RHS wijkt op één punt af: biet staat daar bij de wortelgewassen. Volg de indeling in 13.05 Teeltplanning voor het praktische plan, en houd biet en spinazie apart als ze veel voorkomen. Meer over ziekten staat in 13.15 Gewasziekten en plagen zonder gif.
Zelf testen
Je grond is de enige die telt. Een eerlijke test gaat zo:
- Maak twee stroken die gelijk zijn in grond, zon en water.
- Plant op strook A de combinatie, op strook B het gewas alleen.
- Verander verder niets.
- Weeg alles wat je oogst, en tel schade en uren.
- Doe het twee jaar. Eén jaar zegt weinig wordt getoetst.
Zo weet je dat het werkt
- Je oogst per vierkante meter is gewogen hoger dan op de strook zonder combinatie.
- Kale grond tussen oogst en zaaien komt bijna niet meer voor.
- Geen vak draagt in twee jaar dezelfde familie, ook niet als groenbemester.
- Gewassen na klaver of wikke groeien zonder extra mest goed door.
- Je kunt een mengoogst schoon scheiden.
Zo weet je dat het misgaat
- Eén gewas verdringt het andere: te dicht gezaaid of verkeerd getimed. Zaai volgend jaar minder van de sterkste, of later.
- Bonen trekken de maïs om: te vroeg gezaaid. Zaai bonen pas als de maïs een flink stuk hoog is wordt getoetst.
- Bladeren hangen slap en de grond is droog onder de bedekking: de groenbemester drinkt te veel. Maai meteen en laat liggen als mulch.
- Groenbemester zet zaad: je krijgt onkruid. Maai volgend jaar eerder.
- Na mosterd krijgt kool knobbelige wortels: dat kan knolvoet zijn wordt getoetst. Stop met kruisbloemigen op dat vak.
- Het oogsten kost meer tijd dan het oplevert: ga terug naar stroken of losse teelt.
Gevaar · Giftig zaad in de oogst Lees ook 04.14 Voedsel dat giftig is als je het verkeerd bereidt.
- Wikke: houd het zaad uit brood en bonenpot. Het bevat een zenuwgif en is vooral gevaarlijk voor mensen en andere niet-herkauwers. Een veilige hoeveelheid is niet bekend wordt getoetst.
- Zaailathyrus (Lathyrus sativus, ook almorta): het gevaar zit in maandenlang eten als hoofdvoedsel. Dat kan blijvende, niet te behandelen verlamming van de benen geven, en droogte verhoogt het gifgehalte (ADLM). Maak er nooit hoofdvoedsel van.
- Lupine: bittere lupine kan vergiftiging geven met duizeligheid, verwarring, hartkloppingen en misselijkheid, en bij hoge doses hartstilstand. Aan het zaad zie je niet of het zoet of bitter is. Gebruik weekwater nooit, en ontbitteren thuis geeft geen zekerheid (BfR).
- Moederkoren: let op zwarte, ruwe staafjes in de aar en het graan, vooral bij rogge en triticale (Maine). Haal ze eruit, maar gebroken stukjes blijven giftig (Maine). Bakken breekt het gif niet af wordt getoetst.
- Behandeld zaad: zaaizaad met een felle kleur is vaak gebeitst wordt getoetst. Eet dat nooit (VK.D07 Gebeitst en behandeld zaaizaad herkennen).
Als je iets mist
| № | Mis je | Gebruik dan |
|---|---|---|
| 1 | Groenbemesterzaad | Overgebleven erwten, bonen, granen of mosterd uit de keuken, als ze niet behandeld zijn wordt getoetst. Let op de familie |
| 2 | Klaver tussen kool | Elke lage plant, of een strook mulch. Bij Warwick werkte alles wat groen was, maar concurrentie blijft |
| 3 | Zeef voor mengoogst | Teel in stroken in plaats van gemengd |
| 4 | Maaigereedschap | Hakken met een schoffel, of dieren laten begrazen (13.10 Dierhouderij begrijpen) |
| 5 | Water voor een combinatie | Geen combinatie. Teel één gewas, ruim, met mulch |
Achtergrond
Mengteelt werkt omdat planten verschillen. De één wortelt dieper, groeit eerder of pakt ander licht. Samen gebruiken ze meer van wat er is. Peulvruchten binden met bacteriën in hun wortels stikstof uit de lucht, en nemen daardoor minder uit de grond. De graansoort ernaast krijgt dus meer. Dat is minder een gift dan een kwestie van minder concurrentie wordt getoetst. De meeste stikstof komt vrij als de plant dood is en vergaat. Daarom profiteert vooral het volgende gewas wordt getoetst.
Dat de koolvlieg op groen landt, is goed onderzocht. Dat het verhaal ook voor andere plagen en families geldt, is waarschijnlijk maar veel minder zeker. De meeste proeven zijn gedaan in de teelt van kool.
Bewijs: mengteelt spaart grond A (wereldwijde analyses, vooral akkers). Groen tussen kool vermindert koolvlieg B (gedragsproeven en veldproeven). Drie zusters geven meer voedsel per hectare B (één reeks proeven, oude rassen). Groenbemesters geven stikstof en organische stof A (veel onderzoek in Nederland). Tabellen met vrienden en vijanden C tot D. Ui tegen wortelvlieg D.
Volgende niveau
Maak een eigen bouwplan met groenbemesters over vier jaar (13.05 Teeltplanning). Combineer bomen met teelt eronder (13.08 Bomen en boomgaarden). Vul de bloei aan met phacelia en klaver (13.09 Bestuivers beschermen). Vergelijk uitkomsten met buren en leg die vast (13.13 Een lokaal voedselsysteem).
Controlelijst
- Ik vertrouw geen tabel met vrienden en vijanden zonder eigen proef.
- Ik weet dat ruimte, licht, water en timing meer tellen dan plantvriendschappen.
- Ik heb peulvruchten in mijn plan, als gewas of groenbemester.
- Ik zaai groenbemester liefst voor september, en maai die voor de zaadzetting.
- Ik tel een groenbemester mee in de wisselbouw van zijn familie.
- Ik eet geen wikke of behandeld zaad, en ik maak van zaailathyrus nooit hoofdvoedsel.
- Ik test een combinatie naast een strook zonder, en weeg de oogst.
Verantwoording
- Li e.a. (2020): Syndromes of production in intercropping impact yield gains, Nature Plants: 16 tot 29 procent minder grond en 19 tot 36 procent minder meststof, LER 1,22 en 1,30 uit eerdere analyses, 1,29 met en 1,16 zonder maïs, absolute winst ongeveer vier keer zo groot bij de teelt met veel meststof, kleine daling van de LER met meer stikstof.
- Warwick Crop Centre: Companion Planting: theorie van Finch en Collier, groen papier werkt even goed, geurende planten niet beter.
- Organic Eprints: Evaluation of module-sown companion plants as a method of controlling cabbage root fly: tot 48 procent minder eieren, soort begeleidende plant maakte niet uit.
- University of Arizona Extension: Companion Planting: samenvatting van Chalker-Scott over tabellen en de term.
- University of Illinois Extension: Companion Planting: Anecdotal or Tried and Tested?: veel combinaties niet getest.
- Lawrence Journal-World: Garden Variety: The myths and facts about companion planting: afrikaantjes, alyssum bij sla. Krantenrubriek, zwakke bron.
- Mt. Pleasant (2016): Food Yields and Nutrient Analyses of the Three Sisters: opbrengsten, energie, eiwit, nixtamaliseren.
- Wageningen UR en Louis Bolk (2008): Vlinderbloemigen brengen bemesting in evenwicht: 50 tot 150 kg stikstof per hectare voor klaver en wikke, wikke voor 1 augustus zaaien.
- Wageningen UR en Louis Bolk (2008): Bouwplan pas compleet met teelt van vanggewassen: zaaitijd op klei en zand, rogge voor late inzaai, andere familie als er veel kool in de rotatie zit.
- RHS: Crop rotation: groepen en onkruidonderdrukking door blad.
- ADLM: Toxin Spotlight, Lathyrus: klachten na maanden tot jaren, blijvend, geen behandeling, droogte verhoogt het gif.
- BfR (2017): Risk assessment of the occurrence of alkaloids in lupin seeds: klachten, zoet en bitter niet te herkennen, geen zekerheid bij ontbitteren, weekwater nooit gebruiken.
- University of Maine, Bulletin 1014: Ergot of Barley and Other Small Grains: zwarte ruwe sclerotia, rogge en triticale zeer vatbaar, gebroken stukjes blijven giftig.
- Michigan State University, bulletin E1430 (niet ingezien, alleen zoekresultaat): gif van moederkoren wordt niet afgebroken door bakken.
- Determination of neurotoxic agents as markers of common vetch adulteration in lentil by LC-MS/MS en Enneking (1994): The toxicity of Vicia species and their utilisation as grain legumes (beide niet ingezien, alleen zoekresultaat): zenuwgif in wikke, vooral gevaarlijk voor niet-herkauwers.
Niet met een primaire bron onderbouwd en daarom gemarkeerd: mengverhouding en keuze van graan en peulvrucht, de werking van afrikaantjes, ui bij wortel, alyssum, walnoot, de timing van bonen bij maïs, teelt van drie zusters in Nederland, ziekten per familie buiten knolvoet en witrot, knolvoet op bladrammenas en gele mosterd, alle vuistregels voor ruimte en licht, de wachttijd na inwerken, de giftigheid van wikke en bakken bij moederkoren. Getoetst door: nog niet.