Het Nulpunt, startpagina
  1. Home
  2. Kennis
  3. Landbouw, dieren & ecosystemen
  4. Gewassen combineren

Hoofdstuk · Landbouw, dieren & ecosystemen

Gewassen combineren

Wat onderzoek bevestigt, wat een verhaal is, en hoe je het zelf test

Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.

Gevaar · Giftig zaad in de oogst Lees ook 04.14 Voedsel dat giftig is als je het verkeerd bereidt.

  • Wikke: houd het zaad uit brood en bonenpot. Het bevat een zenuwgif en is vooral gevaarlijk voor mensen en andere niet-herkauwers. Een veilige hoeveelheid is niet bekend wordt getoetst.
  • Zaailathyrus (Lathyrus sativus, ook almorta): het gevaar zit in maandenlang eten als hoofdvoedsel. Dat kan blijvende, niet te behandelen verlamming van de benen geven, en droogte verhoogt het gifgehalte (ADLM). Maak er nooit hoofdvoedsel van.
  • Lupine: bittere lupine kan vergiftiging geven met duizeligheid, verwarring, hartkloppingen en misselijkheid, en bij hoge doses hartstilstand. Aan het zaad zie je niet of het zoet of bitter is. Gebruik weekwater nooit, en ontbitteren thuis geeft geen zekerheid (BfR).
  • Moederkoren: let op zwarte, ruwe staafjes in de aar en het graan, vooral bij rogge en triticale (Maine). Haal ze eruit, maar gebroken stukjes blijven giftig (Maine). Bakken breekt het gif niet af wordt getoetst.
  • Behandeld zaad: zaaizaad met een felle kleur is vaak gebeitst wordt getoetst. Eet dat nooit (VK.D07 Gebeitst en behandeld zaaizaad herkennen).
Een man en een oudere vrouw schudden in de deuropening van een schuur samen een grote zeef met gerst en erwten, met stroken gewassen op de achtergrond.
Gegenereerd beeld, geen praktijkfoto.

Waarom dit telt

Grond, water en compost zijn schaars, dus je wilt elke vierkante meter goed gebruiken. Gewassen slim combineren kan grond besparen en de bodem voeden. Maar veel tuinboeken staan vol tabellen met planten die elkaars vrienden zouden zijn, en daarvan is het meeste nooit getest. Dit hoofdstuk scheidt wat werkt van wat een verhaal is.

Als er nog hulp is Vraag oude tuinders en boeren welke combinaties op jouw grond echt iets deden. Vraag ook of ze dat ooit naast een stuk zonder die combinatie hebben vergeleken.

Eerst doen

  1. Gooi de tabel met vrienden en vijanden niet weg, maar reken er niet op.
  2. Houd plantenfamilies uit elkaar over de jaren heen (13.05 Teeltplanning).
  3. Zet peulvruchten in je plan: als gewas, in een mengsel of als groenbemester.
  4. Laat geen grond kaal na de oogst. Zaai vóór september een groenbemester.
  5. Proef één combinatie tegelijk, naast een strook zonder die combinatie, en weeg de oogst.

Wat je nodig hebt

  • Zaad van twee of meer gewassen, zonder beitsmiddel (VK.D07 Gebeitst en behandeld zaaizaad herkennen).
  • Zaad voor een groenbemester. Eigen zaad kan ook (13.07 Zaden verzamelen en bewaren).
  • Touw en piketten voor proefstroken.
  • Zeven of een wan om een mengoogst te scheiden (VK.D04 Graan wannen).
  • Een zeis of schoffel om groenbemester te maaien (09.02 Handgereedschap).
  • Je logboek (13.05 Teeltplanning).

Werkwijze

Wat onderzoek wel en niet bevestigt

№BeweringWat bekend isOordeel
1Een mengteelt geeft meer per vierkante meterLi e.a. 2020 (wereldwijde analyse): 16 tot 29 procent minder grond voor dezelfde oogstBevestigd op akkers
2Groen tussen kool houdt koolvlieg wegWarwick: de vlieg landt op alles wat groen is en vertrekt na landingen op verkeerde planten. In één proef met klaver of rolklaver bij broccoli tot 48 procent minder eierenBevestigd bij plagen van kruisbloemigen
3Sterk geurende kruiden verjagen insectenWarwick: geurende planten werken niet beter dan andere. Groen papier werkte even goedNiet bevestigd voor deze plagen
4Tabellen met vrienden en vijandenChalker-Scott (via Arizona): zulke tabellen hebben amusementswaarde, geen wetenschappelijke. Illinois: veel aanbevolen combinaties zijn niet getestMeestal onbewezen
5Afrikaantjes weren plagenKrantenrubriek uit Kansas: de meeste claims zijn in proeven weerlegd. Sommige aaltjes nemen af, maar alleen als afrikaantjes het jaar ervoor op die plek staan wordt getoetstZwak
6Ui naast wortel houdt wortelvlieg wegGeen goede bron gevonden wordt getoetstOnbekend
7Bloeiende alyssum tussen sla helpt tegen luisDezelfde krantenrubriek noemt USDA-advies: 1 of 2 planten op 50 sla, want rovers van luizen komen erop af wordt getoetstMogelijk
8Walnoot remt planten eronderAlleen via een zoekresultaat gezien wordt getoetstOnzeker (13.08 Bomen en boomgaarden)

Lees de tabel zo: de werking zit vooral in ruimte, licht, bedekking en timing. Niet in een geheime vriendschap tussen twee planten. Het mechanisme van Warwick is nuchter. Een vlieg zoekt groen tegen kale grond. Staat je kool in kale grond, dan landt de vlieg steeds op kool. Staat er klaver omheen, dan landt ze vaak verkeerd en vertrekt ze. Die klaver concurreert wel om water en voeding wordt getoetst. In droge grond kost dat dus meer dan het oplevert.

Mengteelt met peulvruchten

Bij mengteelt staan twee gewassen tegelijk op één vak. De maat is de LER: de hoeveelheid grond die je met losse gewassen nodig hebt voor dezelfde oogst. Een LER van 1,25 betekent: 100 m² mengteelt geeft evenveel als 125 m² gescheiden. Eerdere analyses vonden gemiddeld 1,22 en 1,30. Li e.a. vonden 1,29 met maïs en 1,16 zonder maïs.

Wees eerlijk over de winst. De grootste winst in kilo's kwam in China, van maïs in stroken met veel meststof. De teelt met weinig meststof, die jij doet, gaf in kilo's ongeveer een kwart daarvan. Toch bespaarde die wel grond en mest. Meer stikstof verlaagde de LER maar weinig. Het voordeel is groter als gewassen in tijd verschillen: de ene is al ver als de andere begint (Li e.a.).

Zo doe je het:

  1. Kies een graan en een peulvrucht die samen rijp worden: gerst met erwt, of haver met wikke als veevoer wordt getoetst.
  2. Meng het zaad en zaai ongeveer de helft van de normale hoeveelheid van elk wordt getoetst.
  3. De erwt klimt tegen het graan op. Het graan houdt haar overeind. Je hebt geen stokken nodig wordt getoetst.
  4. Oogst samen, droog, en scheid met een zeef of wan. Dat is extra werk.
  5. Weeg de oogst naast een stuk met alleen graan.

Stroken zijn eenvoudiger dan mengen: rijen maïs met rijen struikboon of erwt. Je oogst dan los. Li e.a. vonden de hoogste opbrengst in stroken, maar dat gold bij veel meststof.

Op droge zandgrond drinken twee gewassen meer dan één. Zaai daar vroeg in het voorjaar, op het vocht van de winter wordt getoetst.

De drie zusters: maïs, boon, pompoen

De Haudenosaunee (Iroquois) plantten maïs, klimboon en pompoen samen op heuvels. Mt. Pleasant mat dat in New York en vergeleek het met losse teelt.

№Per hectareDrie zustersLos geteeld
1Maïs2933 kg3258 kg
2Boon74 kg786 kg
3Pompoenvlees3513 kg13.612 kg
4Pompoenpitten68 kg266 kg

Boon en pompoen leveren samen dus veel minder op. Maar de maïs houdt bijna stand, en daarbovenop komt de rest. De drie zusters gaven 12,25 miljoen kcal en 349 kg eiwit per hectare: meer dan elke verdeling van losse teelt op dezelfde grond. Dat is genoeg energie voor 13,4 volwassenen per hectare en jaar. Ongeveer dezelfde energie als maïs alleen, maar met veel meer eiwit.

Grenzen:

  • De proeven liepen op twee plekken in New York, dus onder één klimaat. Je grond geeft iets anders.
  • De bonen moeten laat klimmen: zaai ze als de maïs een voorsprong heeft, anders trekken ze hem om wordt getoetst.
  • Maïs rijpt hier niet elk jaar goed, en droge bonen op koude grond ook niet wordt getoetst.
  • Eet je vooral maïs, nixtamaliseer die dan (VK.D03 Maïs nixtamaliseren met kalk of houtas). Dat verbetert calcium, eiwitkwaliteit en niacine (Mt. Pleasant). Zie ook 04.12 Tekorten herkennen: scheurbuik en meer.

Groenbemesters

Een groenbemester teel je niet om te eten, maar voor de grond. Hij houdt voeding vast die anders wegspoelt, geeft organische stof en beschermt tegen regen. Vlinderbloemigen halen ook stikstof uit de lucht.

№GroenbemesterFamilieZaaienLet op
1KlaverVlinderbloemigOnder graan, of voor augustus wordt getoetst50 tot 150 kg stikstof per hectare (5 tot 15 gram per m²)
2WikkeVlinderbloemigNa de oogst, liefst voor 1 augustus50 tot 150 kg stikstof per hectare. Zaad niet eten
3Gele mosterdKruisbloemigMaart tot september wordt getoetstPast niet bij veel kool: kies een andere familie. Gevoelig voor knolvoet wordt getoetst
4BladrammenasKruisbloemigTot in augustus wordt getoetstZelfde familie als kool; of knolvoet erop gaat, spreken bronnen tegen wordt getoetst
5PhaceliaEigen familieMaart tot september wordt getoetstAndere familie dan kool, dus past naast veel kool. Bijenplant (13.09 Bestuivers beschermen)
6RoggeGrasTot laat in de herfst wordt getoetstLeent zich vooral voor late inzaai

Timing telt. Op klei zaai je liefst voor september, op zand kan het enkele weken later (Wageningen en Louis Bolk). Staat een bed na vroege aardappels leeg in juli, dan is dat je kans.

Zo gebruik je hem:

  1. Zaai breedwerpig op een los gehakt bed en hark in.
  2. Maai voordat hij zaad zet wordt getoetst.
  3. Hak fijn en werk ondiep in, of laat liggen als mulch (13.02 Bodemleven en compost).
  4. Wacht twee tot drie weken met zaaien, zodat het materiaal kan verteren wordt getoetst.

Op droge grond drinkt een groenbemester mee. Maai hem in een droog voorjaar op tijd wordt getoetst. Laat zomers geen droog hoog gras staan: dat is brandstof wordt getoetst (05.14 Brand voorkomen en blussen).

Ruimte en licht

Planten die te dicht staan, vechten om licht, water en voeding. Hou je aan de plantafstand op het zaadzakje. Bij twijfel: ruimer.

  • Noorden: zet hoge gewassen zoals maïs en stokbonen aan de noordkant, zodat ze niets beschaduwen wordt getoetst.
  • Schaduw als hulp: in een hete zomer kan wat schaduw 's middags sla en spinazie langer laten groeien. Zet ze aan de oostkant van een hoger gewas of onder een rietmat wordt getoetst.
  • Snel tussen traag: zaai sla of radijs tussen jonge kool. Ze zijn weg voordat de kool de ruimte nodig heeft wordt getoetst.
  • Na elkaar: vroege aardappel of erwt, daarna boerenkool of prei. Dit heet nateelt, en is vaak de makkelijkste winst (13.05 Teeltplanning).
  • Diep en ondiep: ui wortelt ondiep, tomaat en pompoen dieper. Ze zitten elkaar minder in de weg wordt getoetst.
  • Bedekking: pompoen en aardappel onderdrukken onkruid met hun blad (RHS).

Rijen moet je kunnen bereiken. Een combinatie die wieden of oogsten onmogelijk maakt, kost meer dan ze geeft.

Plantenfamilies uit elkaar houden

Combineren gaat over dit jaar, wisselbouw over volgende jaren. Binnen één familie delen planten ziekten en plagen. Zet ze dus niet na elkaar op hetzelfde vak. Een groenbemester telt mee: mosterd is kool.

№FamilieGewassenWaarom uit elkaar
1NachtschadeAardappel, tomaat, paprika, aubergineAardappelziekte, aaltjes wordt getoetst
2KruisbloemigenKool, radijs, raap, koolraap, mosterd, bladrammenasKnolvoet
3UienUi, knoflook, sjalot, preiWitrot
4SchermbloemigenWortel, pastinaak, selderij, venkel, peterselieWortelvlieg wordt getoetst
5VlinderbloemigenErwt, boon, tuinboon, klaver, wikke, kikkererwtVoetziekten wordt getoetst
6KomkommerachtigenPompoen, courgette, komkommer, meloenMeeldauw wordt getoetst
7GanzenvoetBiet, snijbiet, spinazieBietencysteaaltje wordt getoetst
8GrassenTarwe, rogge, gerst, haver, maïsGraanziekten wordt getoetst
9ComposietenSla, andijvie, zonnebloemWeinig bekend, wissel toch wordt getoetst

De indeling van de RHS wijkt op één punt af: biet staat daar bij de wortelgewassen. Volg de indeling in 13.05 Teeltplanning voor het praktische plan, en houd biet en spinazie apart als ze veel voorkomen. Meer over ziekten staat in 13.15 Gewasziekten en plagen zonder gif.

Zelf testen

Je grond is de enige die telt. Een eerlijke test gaat zo:

  1. Maak twee stroken die gelijk zijn in grond, zon en water.
  2. Plant op strook A de combinatie, op strook B het gewas alleen.
  3. Verander verder niets.
  4. Weeg alles wat je oogst, en tel schade en uren.
  5. Doe het twee jaar. Eén jaar zegt weinig wordt getoetst.

Zo weet je dat het werkt

  • Je oogst per vierkante meter is gewogen hoger dan op de strook zonder combinatie.
  • Kale grond tussen oogst en zaaien komt bijna niet meer voor.
  • Geen vak draagt in twee jaar dezelfde familie, ook niet als groenbemester.
  • Gewassen na klaver of wikke groeien zonder extra mest goed door.
  • Je kunt een mengoogst schoon scheiden.

Zo weet je dat het misgaat

  • Eén gewas verdringt het andere: te dicht gezaaid of verkeerd getimed. Zaai volgend jaar minder van de sterkste, of later.
  • Bonen trekken de maïs om: te vroeg gezaaid. Zaai bonen pas als de maïs een flink stuk hoog is wordt getoetst.
  • Bladeren hangen slap en de grond is droog onder de bedekking: de groenbemester drinkt te veel. Maai meteen en laat liggen als mulch.
  • Groenbemester zet zaad: je krijgt onkruid. Maai volgend jaar eerder.
  • Na mosterd krijgt kool knobbelige wortels: dat kan knolvoet zijn wordt getoetst. Stop met kruisbloemigen op dat vak.
  • Het oogsten kost meer tijd dan het oplevert: ga terug naar stroken of losse teelt.

Gevaar · Giftig zaad in de oogst Lees ook 04.14 Voedsel dat giftig is als je het verkeerd bereidt.

  • Wikke: houd het zaad uit brood en bonenpot. Het bevat een zenuwgif en is vooral gevaarlijk voor mensen en andere niet-herkauwers. Een veilige hoeveelheid is niet bekend wordt getoetst.
  • Zaailathyrus (Lathyrus sativus, ook almorta): het gevaar zit in maandenlang eten als hoofdvoedsel. Dat kan blijvende, niet te behandelen verlamming van de benen geven, en droogte verhoogt het gifgehalte (ADLM). Maak er nooit hoofdvoedsel van.
  • Lupine: bittere lupine kan vergiftiging geven met duizeligheid, verwarring, hartkloppingen en misselijkheid, en bij hoge doses hartstilstand. Aan het zaad zie je niet of het zoet of bitter is. Gebruik weekwater nooit, en ontbitteren thuis geeft geen zekerheid (BfR).
  • Moederkoren: let op zwarte, ruwe staafjes in de aar en het graan, vooral bij rogge en triticale (Maine). Haal ze eruit, maar gebroken stukjes blijven giftig (Maine). Bakken breekt het gif niet af wordt getoetst.
  • Behandeld zaad: zaaizaad met een felle kleur is vaak gebeitst wordt getoetst. Eet dat nooit (VK.D07 Gebeitst en behandeld zaaizaad herkennen).

Als je iets mist

№Mis jeGebruik dan
1GroenbemesterzaadOvergebleven erwten, bonen, granen of mosterd uit de keuken, als ze niet behandeld zijn wordt getoetst. Let op de familie
2Klaver tussen koolElke lage plant, of een strook mulch. Bij Warwick werkte alles wat groen was, maar concurrentie blijft
3Zeef voor mengoogstTeel in stroken in plaats van gemengd
4MaaigereedschapHakken met een schoffel, of dieren laten begrazen (13.10 Dierhouderij begrijpen)
5Water voor een combinatieGeen combinatie. Teel één gewas, ruim, met mulch

Achtergrond

Mengteelt werkt omdat planten verschillen. De één wortelt dieper, groeit eerder of pakt ander licht. Samen gebruiken ze meer van wat er is. Peulvruchten binden met bacteriën in hun wortels stikstof uit de lucht, en nemen daardoor minder uit de grond. De graansoort ernaast krijgt dus meer. Dat is minder een gift dan een kwestie van minder concurrentie wordt getoetst. De meeste stikstof komt vrij als de plant dood is en vergaat. Daarom profiteert vooral het volgende gewas wordt getoetst.

Dat de koolvlieg op groen landt, is goed onderzocht. Dat het verhaal ook voor andere plagen en families geldt, is waarschijnlijk maar veel minder zeker. De meeste proeven zijn gedaan in de teelt van kool.

Bewijs: mengteelt spaart grond A (wereldwijde analyses, vooral akkers). Groen tussen kool vermindert koolvlieg B (gedragsproeven en veldproeven). Drie zusters geven meer voedsel per hectare B (één reeks proeven, oude rassen). Groenbemesters geven stikstof en organische stof A (veel onderzoek in Nederland). Tabellen met vrienden en vijanden C tot D. Ui tegen wortelvlieg D.

Volgende niveau

Maak een eigen bouwplan met groenbemesters over vier jaar (13.05 Teeltplanning). Combineer bomen met teelt eronder (13.08 Bomen en boomgaarden). Vul de bloei aan met phacelia en klaver (13.09 Bestuivers beschermen). Vergelijk uitkomsten met buren en leg die vast (13.13 Een lokaal voedselsysteem).

Controlelijst

  • Ik vertrouw geen tabel met vrienden en vijanden zonder eigen proef.
  • Ik weet dat ruimte, licht, water en timing meer tellen dan plantvriendschappen.
  • Ik heb peulvruchten in mijn plan, als gewas of groenbemester.
  • Ik zaai groenbemester liefst voor september, en maai die voor de zaadzetting.
  • Ik tel een groenbemester mee in de wisselbouw van zijn familie.
  • Ik eet geen wikke of behandeld zaad, en ik maak van zaailathyrus nooit hoofdvoedsel.
  • Ik test een combinatie naast een strook zonder, en weeg de oogst.

Verantwoording

Niet met een primaire bron onderbouwd en daarom gemarkeerd: mengverhouding en keuze van graan en peulvrucht, de werking van afrikaantjes, ui bij wortel, alyssum, walnoot, de timing van bonen bij maïs, teelt van drie zusters in Nederland, ziekten per familie buiten knolvoet en witrot, knolvoet op bladrammenas en gele mosterd, alle vuistregels voor ruimte en licht, de wachttijd na inwerken, de giftigheid van wikke en bakken bij moederkoren. Getoetst door: nog niet.

Open in de app en bewaar offline