Vaardigheid · Voedsel verwerven
Sporen lezen
Welk dier, hoeveel, welke kant op en hoe lang geleden
Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.

Waarvoor
Sporen vertellen welke dieren er zijn, waar ze lopen en wanneer. Dat heb je nodig voor vallen, om kippen te beschermen en om te zien wie er langs je kamp kwam.
Wat je nodig hebt
- Een duimstok of je duim als maat (ongeveer 2 cm breed), een schrift.
Stappen
- Zoek in modder, zand, sneeuw of langs een slootkant, vroeg of laat op de dag. Ga laag zitten en kijk tegen het schuine licht in.
- Tel de tenen. Vier met nagels: vos of hond. Vier zonder nagels: kat. Vijf: das, otter, egel, marter. Twee hoefhelften: ree, hert, zwijn, geit, schaap.
- Meet de prent en kijk naar het patroon. Een vos zet zijn prenten in een rechte lijn. Een hond slingert. Een haas zet zijn grote achterpoten voor de kleine voorpoten.
- Tenen en hoefpunten wijzen de looprichting aan.
- Schat de leeftijd. Scherpe, vochtige randen: een paar uur oud. Afgebrokkelde randen of regendruppels in de prent: ouder dan de laatste bui.
- Zoek meer tekens: keutels, haren aan prikkeldraad, vraatsporen, wissels (smalle paadjes door gras). Schrijf op wat, waar, wanneer.
| № | Dier | Prent |
|---|---|---|
| 1 | Vos | Ovaal, 5 cm, vier tenen met nagels, in een rechte lijn |
| 2 | Kat | Rond, 3 tot 4 cm, geen nagels |
| 3 | Das | Brede zool, vijf tenen op een rij, lange nagels |
| 4 | Haas en konijn | Grote langwerpige achterpoten voor kleine voorpoten |
| 5 | Ree en hert | Twee smalle puntige helften, ree 4 tot 5 cm, edelhert 6 tot 9 cm |
| 6 | Wild zwijn | Rondere hoef, 5 tot 7 cm, bijtenen zichtbaar achter de hoef |
| 7 | Geit | Rechte, gespreide helften, 5 tot 6 cm |
De maten zijn gemiddelden voor volwassen dieren wordt getoetst.
Zo controleer je het
- Een ervaren spoorzoeker bevestigt drie van je vier vondsten.
Veelgemaakte fouten
- Eén prent lezen in plaats van een spoor van tien prenten.
- Hond en vos verwarren: kijk naar de lijn.
Oefenen Loop elke week dezelfde route langs een slootkant en noteer wat je vindt.
Proeve Je herkent vijf soorten uit echte sporen, en je vertelt van een mensenspoor met hoeveel ze waren en welke kant ze op gingen.
Varianten
Mensensporen: tel de prenten in één meter en deel door twee voor het aantal mensen. Diepe tenen en lange passen: rennen. Diepe hakken: een zware last.