Het Nulpunt, startpagina
  1. Home
  2. Kennis
  3. Onderdak, vuur & warmte
  4. Kleding in lagen

Hoofdstuk · Onderdak, vuur & warmte

Kleding in lagen

Droog blijven is warm blijven: drie lagen die je aan- en uittrekt

Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.

Gevaar · Kunststof en vuur Fleece, polyester en nylon isoleren goed, maar smelten bij een vonk of een hete kachel en branden in je huid wordt getoetst. Draag bij het vuur en de kachel wol of katoen als buitenste laag wordt getoetst, en droog kunststof kleding nooit dicht bij vlammen (05.14 Brand voorkomen en blussen).

  • Een reddingsdeken of plastic zak onder je jas houdt ook zweet vast: alleen bij stilzitten.
  • Een sjaal of los koord bij draaiende of hakkende machines en gereedschap: afdoen.
Drie mensen van verschillende leeftijd knopen bij de achterdeur van een Nederlandse boerderij hun verstelde jassen dicht op een koude ochtend, met gestopte sokken aan de lijn.
Gegenereerd beeld, geen praktijkfoto.

Waarom dit telt

Zonder verwarming is je kleding je eerste huis. Wie nat en koud wordt, raakt onderkoeld, ook bij temperaturen boven nul (01.13 Onderkoeling en oververhitting). Wie tijdens een hittegolf te veel aanhoudt of in de zon werkt zonder hoed, raakt oververhit. Met wat je nu in de kast hebt, kun je allebei voorkomen, als je weet welke laag waarvoor dient en wanneer je hem uittrekt.

Als er nog hulp is Koop nu per persoon wollen of synthetische onderkleding, twee paar wollen sokken, een muts en een regenjas. Zoek in de kringloopwinkel naar wol en fleece, niet naar katoen.

Eerst doen

  1. Leg per persoon drie lagen klaar: een onderlaag die zweet afvoert, een isolatielaag en een schil tegen wind en regen.
  2. Haal katoen uit de onderste laag: geen katoenen T-shirt of spijkerbroek tegen de huid bij kou en nat.
  3. Zet muts, handschoenen of wanten en droge sokken bij de deur, zodat niemand zonder vertrekt.
  4. Trek een laag uit vóór je gaat zweten, en weer aan zodra je stilstaat.
  5. Trek natte kleding meteen uit en hang hem te drogen; houd per persoon één droge set apart voor de nacht (05.13 Slapen zonder kou).
  6. Voor de hitte: los, licht, lichte kleur, lange mouwen en een hoed met brede rand.

Wat je nodig hebt

  • Onderlaag: lang ondergoed van wol, zijde, polyester of polypropyleen. Een sportshirt van kunststof is goed; een katoenen shirt niet.
  • Isolatielaag: wollen trui, fleecevest, gewatteerde of donzen jas. Liever twee dunne lagen dan één dikke.
  • Schil: regenjas of windjack dat sluit bij hals, polsen en middel, het liefst met ritsen onder de oksels of een opening om te luchten.
  • Hoofd: een muts die ook de oren bedekt, of een capuchon. Een sjaal of buff voor hals en gezicht.
  • Handen: handschoenen voor fijn werk, wanten voor stilstaan en echte kou. Wanten zijn warmer, want de vingers verwarmen elkaar wordt getoetst.
  • Voeten: twee paar sokken per dag: een dunne binnensok van wol of kunststof en een dikkere buitensok. Schoenen ruim genoeg dat je tenen kunnen bewegen.
  • Reserve: een tweede set onderkleding en sokken in een plastic zak, droog, per persoon.
  • Nood: een grote vuilniszak of plastic zeil als windlaag, een reddingsdeken.
  • Hitte: een hoed met een brede rand, een wit of lichtgekleurd overhemd met lange mouwen, een dunne lange broek, een doek voor de nek.
  • Naaigerei om alles heel te houden (05.08 Kleding en schoenen herstellen).

Werkwijze

Hoe kleding warm houdt

Kleding maakt geen warmte. Je lichaam maakt warmte, en kleding houdt die vast in lagen stilstaande lucht: in de stof, in de vacht van wol, tussen de lagen in. Alles wat die lucht wegneemt, maakt je koud: wind die erdoorheen blaast, kleding die zo strak zit dat de stof platgedrukt wordt, en vooral water. Nat textiel geleidt warmte veel sneller dan droog textiel, en als water uit je kleding verdampt, kost dat warmte van je lichaam wordt getoetst. Daarom is de kern van dit hoofdstuk: blijf droog. Van buiten (regen) én van binnen (zweet).

De drie lagen

№LaagWat hij doetGoedSlecht
1OnderlaagVoert zweet weg van de huidWol, zijde, polyester, polypropyleenKatoen
2IsolatielaagHoudt lucht vast, ook als hij vochtig isWol, fleece, dons (alleen droog), gewatteerde jasDikke katoenen trui
3SchilHoudt wind en regen buiten, laat damp een beetje doorRegenjas, windjack, in nood een plastic zakEen dichte plastic jas bij zwaar werk

De Canadese arbeidsveiligheidsdienst CCOHS adviseert meerdere lagen in plaats van één dik kledingstuk. Een Amerikaans veiligheidsbulletin voor land- en bosbouw (Southwest Center for Agricultural Health) noemt minstens drie losse lagen, en het CDC Yellow Book dezelfde indeling in onderlaag, isolatielaag en schil. De lucht tussen de lagen isoleert beter dan de stof zelf wordt getoetst. Elke buitenste laag moet ruimer zijn dan de laag eronder, anders drukt hij de isolatie plat (CCOHS). Een jas die sluit bij middel, hals en polsen houdt de warme lucht binnen.

Waarom katoen gevaarlijk is en wol warm blijft

Katoen zuigt water op en houdt het vast. Een nat katoenen shirt tegen je huid koelt je af alsof je in een natte doek gewikkeld bent. Het CCOHS raadt katoen af: het wordt snel vochtig en verliest dan zijn isolatie. Wol, zijde en de meeste kunststoffen blijven ook nat isoleren (CCOHS, Southwest Center for Agricultural Health). Polyester en polypropyleen nemen weinig water op en drogen snel wordt getoetst. Een spijkerbroek is katoen: in regen of sneeuw is dat een slechte keuze. Voor dons geldt een eigen regel: droog is het de beste isolatie die er is, nat klontert het en isoleert het bijna niet wordt getoetst. Draag dons alleen onder een schil en nooit bij zwaar werk waarbij je zweet. Dit betekent niet dat je katoen weggooit. In de hitte is katoen prima, juist omdat het vocht opneemt en langzaam verdampt wordt getoetst. En als je niets anders hebt, is droog katoen beter dan niets. Houd het dan droog, en wissel het zodra het nat is.

Hoofd, handen en voeten

Hoofd. Het verhaal dat je 40 tot 45 procent van je warmte via je hoofd verliest, is een mythe: volgens een artikel in het BMJ (2008) is er niets bijzonders aan het hoofd. Je verliest warmte via elk stuk onbedekte huid wordt getoetst. Maar bij kou is je hoofd vaak het enige wat onbedekt blijft wordt getoetst, en een muts is licht en goedkoop. Het CCOHS adviseert een muts die de oren warm houdt. Trek bij wind een capuchon erover. Handen. Het CCOHS adviseert handschoenen onder 4 °C bij licht werk en onder −7 °C bij matig werk, en wanten onder −17 °C. In Nederland kom je zelden onder −17 °C wordt getoetst. Vuistregel: handschoenen om te werken, wanten om te wachten wordt getoetst. Draag bij nat werk dunne handschoenen onder rubber handschoenen wordt getoetst. Wrijf koude handen niet warm; stop ze onder je oksels wordt getoetst. Voeten. Twee paar sokken: een dunne binnensok die zweet wegvoert en een dikke wollen buitensok. Schoenen moeten ruim genoeg zijn: te dikke sokken in te kleine schoenen drukken de isolatie plat en knijpen de bloedvaten af, zegt het CCOHS. Wissel sokken halverwege de dag als je voeten nat zijn. Voeten die dagen nat en koud zijn, krijgen loopgraafvoet, al bij water onder 15 °C (VK.G08 Natte voeten (loopgraafvoet) voorkomen). Leer ademt beter dan rubber; rubberlaarzen zijn alleen voor water en modder, en dan met droge sokken erna.

Werken zonder door je kleding te zweten

Zweet maakt je onderlaag nat, en een natte onderlaag isoleert slecht. Wie bij vorst hout hakt in een dikke jas, staat een uur later klappertandend stil. Het CCOHS geeft een vaste volgorde om af te koelen vóór je gaat zweten:

  1. Eerst handschoenen uit (tenzij je ze nodig hebt tegen sneeuw of ijs).
  2. Dan muts en sjaal af.
  3. Dan de jas open bij middel en polsen.
  4. Pas daarna een hele buitenlaag uit. Zodra je stopt met werken, doe je het in omgekeerde volgorde weer aan, vóór je het koud krijgt. Begin een zware klus dus koud: trek vóór het hakken of graven een laag uit, en houd je werktempo zo dat je niet zwaar zweet. In een pauze in een warme ruimte trek je de buitenlaag uit, zodat het zweet kan ontsnappen. Werk in koppels en kijk naar elkaar: wie rilt of onhandig wordt, stopt wordt getoetst (01.13 Onderkoeling en oververhitting).

Kleding drogen zonder stroom

Natte kleding is een voorraad kou. Droog hem elke dag:

  • Wring uit, rol in een droge handdoek en wring opnieuw. Dat haalt het meeste water eruit wordt getoetst.
  • Hang buiten in wind en zon, ook bij vorst: ijs verdampt langzaam uit de stof wordt getoetst. Binnen alleen in een ruimte die je lucht; anders zet het vocht zich op muren en ramen (05.09 Een winterplan).
  • Bij een kachel: op een rek op minstens een meter afstand wordt getoetst, nooit op of tegen de kachel (05.14 Brand voorkomen en blussen).
  • Lichaamswarmte: vochtige (niet natte) sokken of handschoenen drogen in je slaapzak of onder je trui op je buik wordt getoetst. Nooit natte kleding mee in de slaapzak.
  • Wol en synthetisch drogen in uren, katoen en spijkerstof in dagen. Ook daarom wil je er zo weinig mogelijk van. Een nat kledingstuk dat niet droog wordt, blijft koud en begint na een paar dagen te schimmelen wordt getoetst. Was en droog ook je kleding regelmatig: vuile kleding isoleert minder goed, zegt het CCOHS (VK.B18 Kleding en beddengoed wassen zonder machine, en ontluizen).

Hitte: los, licht, hoed, lange mouwen

In de hitte draai je de logica om: kleding moet zweet laten verdampen en de zon tegenhouden. Het CDC Yellow Book adviseert lichte, losse, lichtgekleurde kleding die zoveel mogelijk lucht laat circuleren; een hoed met brede rand vermindert de stralingswarmte van de zon sterk. De WHO adviseert ook lichte, losse kleding, en voor kinderen een hoed met brede rand.

  • Los: strakke kleding houdt zweet tegen de huid en belemmert de verdamping. Een wijd overhemd werkt als een schaduwtent met luchtstroom wordt getoetst.
  • Licht van kleur: wit en beige weerkaatsen zonlicht; zwart neemt het op wordt getoetst.
  • Lange mouwen en een lange broek: klinkt warm, maar dunne lange kleding beschermt tegen verbranding, en verbrande huid zweet tot een week lang slechter (01.13 Onderkoeling en oververhitting).
  • Hoed: brede rand rondom, geen pet. Een natte doek in de nek koelt wordt getoetst.
  • Werk vroeg en laat, rust in de hitte van de dag, drink regelmatig en eet zout (01.13 Onderkoeling en oververhitting). Ook een losse hete zomerdag is gevaarlijk voor wie buiten werkt. Dezelfde regels gelden.

Nood: kleding uit afval

Geen regenjas? Een grote vuilniszak met een gat voor je hoofd en twee voor je armen houdt wind en regen buiten; het is het dampscherm dat ook bij onderkoeling wordt gebruikt (01.13 Onderkoeling en oververhitting). Kranten of karton onder je trui isoleren tegen de wind wordt getoetst. Een reddingsdeken onder je jas houdt stralingswarmte vast, maar ook je zweet, dus alleen bij stilzitten wordt getoetst. Plastic tassen over je sokken, in je schoenen, houden je voeten droog bij nat werk, maar ook nat van zweet wordt getoetst: trek ze erna meteen uit en droog je voeten (VK.G08 Natte voeten (loopgraafvoet) voorkomen).

Kleding die jaren mee moet

Er komt geen nieuwe kleding meer. Repareer klein: een losse zoom, een gat in een sok, een knoop (VK.G01 Vijf basissteken met de hand, VK.G02 Een sok stoppen, VK.G03 Een verstelstuk zetten, VK.G04 Een knoop aanzetten en een knoopsgat maken). Schoenen zijn het moeilijkst te vervangen (VK.G05 Een schoenzool herstellen). Op langere termijn breit en weeft de groep zelf wol (09.16 Spinnen, breien en weven, VK.H12 Breien: opzetten, recht breien en afkanten) en looit leer (11.10 Leer looien). Het hele hoofdstuk daarover is 05.08 Kleding en schoenen herstellen.

Zo weet je dat het werkt

  • Je onderlaag voelt na een uur werken droog of hooguit klam, niet nat.
  • Je rilt niet als je stopt met werken, en je zweet niet als je werkt.
  • Vingers en tenen blijven warm en beweeglijk; je kunt een knoop dichtmaken.
  • Je huid onder de kleding is droog en zonder rode drukplekken van te strakke schoenen of elastiek.
  • In de hitte: je plast lichtgeel en je huid verbrandt niet, ook niet in de nek en op de onderarmen.
  • Elke avond hangt de kleding van vandaag te drogen en ligt de droge set voor morgen klaar.

Zo weet je dat het misgaat

  • Je onderlaag is nat van zweet en je begint te rillen zodra je stilstaat: trek de natte laag meteen uit, droge laag aan, en werk de volgende keer met een laag minder.
  • Vingers of tenen worden wit, gevoelloos of doen pijn: ga uit de wind, stop handen in je oksels, trek schoenen uit en warm voeten tegen de buik van een ander wordt getoetst. Niet wrijven (01.13 Onderkoeling en oververhitting).
  • Iemand loopt dagen in dezelfde natte sokken en krijgt bleke, gerimpelde, pijnlijke voeten: droog, warm (niet heet), hoog leggen, en geen stap meer in natte schoenen (VK.G08 Natte voeten (loopgraafvoet) voorkomen).
  • Kleding jeukt en er zitten beestjes in de naden: dat kan kleerluis zijn. Was heet en lees 06.11 Luizen, vlooien, muggen en ratten.
  • In de hitte: hoofdpijn, duizelig, misselijk, veel zweten: schaduw, kleding los, natte doeken, slokjes water. Verward: meteen koelen (01.13 Onderkoeling en oververhitting).
  • Kleding die bij de kachel hangt ruikt schroeierig of verkleurt: hang hem verder weg. Kunststof smelt en plakt aan de huid wordt getoetst (07.05 Brandwonden).

Gevaar · Kunststof en vuur Fleece, polyester en nylon isoleren goed, maar smelten bij een vonk of een hete kachel en branden in je huid wordt getoetst. Draag bij het vuur en de kachel wol of katoen als buitenste laag wordt getoetst, en droog kunststof kleding nooit dicht bij vlammen (05.14 Brand voorkomen en blussen).

  • Een reddingsdeken of plastic zak onder je jas houdt ook zweet vast: alleen bij stilzitten.
  • Een sjaal of los koord bij draaiende of hakkende machines en gereedschap: afdoen.

Als je iets mist

№Mis jeGebruik dan
1Wollen onderkledingEen sportshirt van polyester, een nylon panty onder de broek, een zijden sjaal om de hals
2Fleece of truiMeerdere dunne lagen over elkaar, een gewatteerde badjas, een deken als poncho met een gat erin
3RegenjasGrote vuilniszak met gaten, plastic zeil als poncho, een gewaxte katoenen jas (kaarsvet inwrijven en met de kachel laten intrekken) wordt getoetst
4MutsEen opgevouwen sjaal, een sok over de oren, de capuchon van een trui
5WantenDikke sokken over de handen, handschoenen met een plastic zak eroverheen
6Droge sokkenRepen deken om de voet gewikkeld, in een plastic zak, in een ruime schoen; wissel vaak wordt getoetst
7Hoed met randEen doek als tulband met een flap in de nek, een paraplu, werken in de schaduw
8DroogrekEen touw tussen twee bomen, een stoel bij (niet op) de kachel, de waslijn op zolder met een raam open

Achtergrond

Je lichaam verliest warmte op vier manieren: geleiding (contact met iets kouds), stroming (wind en bewegende lucht), straling (naar een koude omgeving) en verdamping (zweet en natte kleding) wordt getoetst. Kleding werkt vooral tegen stroming en straling door stilstaande lucht vast te houden; een schil werkt tegen de wind wordt getoetst. Water slaat dat voordeel stuk: het vult de lucht in de stof en geleidt warmte, en als het verdampt trekt het warmte uit je huid wordt getoetst. Daarom zijn de regels zo eenvoudig: lucht vasthouden, wind buitenhouden, water buitenhouden, zweet eruit laten. Wol werkt bovendien omdat de vezel zelf water opneemt zonder dat de luchtholtes vol lopen en omdat hij vocht afgeeft terwijl hij warmte vasthoudt wordt getoetst. Bewijs: meerdere lagen beter dan één dik kledingstuk B (CCOHS, Southwest Center for Agricultural Health, CDC Yellow Book; arbeidsveiligheidsadvies, geen gerandomiseerd onderzoek). Katoen verliest isolatie als het nat is, wol en kunststof minder B (CCOHS en hetzelfde bulletin). Laag uittrekken vóór je zweet B (CCOHS). 40 tot 45 procent warmteverlies via het hoofd D (BMJ-artikel, hier gelezen via het persbericht van de uitgever); een muts dragen blijft advies van het CCOHS C. Losse, lichte kleding en een hoed met brede rand in de hitte B (CDC Yellow Book, WHO). Droogmethodes zonder stroom C (praktijkervaring, geen bron gevonden). Lichte kleur weerkaatst zon C.

Volgende niveau

Op niveau II leg je per persoon een complete winterset en een zomerset vast in het winterplan (05.09 Een winterplan) en oefen je het lagenprincipe met kinderen. Leer de groep sokken stoppen en zomen (VK.G01 Vijf basissteken met de hand, VK.G02 Een sok stoppen) en begin met wol: schapen of geiten in de buurt, spinnen en breien (09.16 Spinnen, breien en weven). Wie veel op het water werkt, leest VK.E02 Overleven in koud water en 14.16 Veilig op en in het water.

Controlelijst

  • Ik draag bij kou drie lagen: een zweetafvoerende onderlaag, een isolatielaag en een schil.
  • Ik draag geen katoen tegen mijn huid als het koud of nat is.
  • Ik trek een laag uit vóór ik ga zweten en weer aan zodra ik stilsta.
  • Ik heb muts, wanten en droge sokken bij me en wissel natte sokken dezelfde dag.
  • Ik hang natte kleding elke avond te drogen, uit de buurt van de kachel, en houd één droge set apart voor de nacht.
  • In de hitte draag ik losse, lichte kleding met lange mouwen en een hoed met brede rand.
  • Ik repareer kleding zodra hij kapot is, want er komt geen nieuwe.

Verantwoording

  • CCOHS: Cold Environments - Control Measures: meerdere lagen beter dan één dik kledingstuk, buitenlaag ruimer dan binnenlaag, onderlaag van wol, polyester of polypropyleen, katoen afgeraden, wol en kunststof houden nat warmte vast, nat tegen het lichaam daalt de isolatie sterk, volgorde om lagen uit te trekken tegen zweten, kleding droog en schoon, handschoenen onder 4 °C en −7 °C, wanten onder −17 °C, twee paar sokken, te strakke schoenen, muts die de oren bedekt, leer tegenover rubber.
  • Southwest Center for Agricultural Health: Cold Weather Safety (Monthly Safety Blast, november 2015, in CDC Stacks): katoen verliest isolatie als het nat wordt, wol, zijde en de meeste kunststoffen niet, minstens drie losse lagen, muts of capuchon, geïsoleerde waterdichte schoenen, droog blijven, reservekleding.
  • CDC Yellow Book: Heat and Cold Illness in Travelers: drie lagen, materialen zijde, wol, polypropyleen, fleece en dons, vochtige kleding snel wisselen, loopgraafvoet onder 15 °C, in de hitte lichte losse lichtgekleurde kleding, hoed met brede rand vermindert stralingswarmte sterk.
  • CDC: Preventing Hypothermia: meerdere lagen losse kleding, waterafstotende jas en schoenen, nat worden verhoogt het risico, ook boven 4 °C.
  • EurekAlert: persbericht van BMJ Group over Festive medical myths (17 december 2008): de overtuiging dat je 40 tot 45 procent van je warmte via het hoofd verliest is een mythe, niets bijzonders aan het hoofd.
  • Vreeman en Carroll, Festive medical myths, BMJ 2008;337:a2769 (niet ingezien, alleen zoekresultaat): warmteverlies evenredig met blootgestelde huid.
  • WHO: Climate change, heat and health: lichte, losse kleding en beddengoed; voor kinderen bedekkende kleding en een hoed met brede rand.
  • American Family Physician: Accidental Hypothermia: Guidelines from the Wilderness Medical Society: isolatie en dampscherm bij onderkoeling. Overgenomen uit 01.13 Onderkoeling en oververhitting en niet opnieuw nagekeken: zonverbranding die het zweten tot een week remt, en de adviezen over drinken en zout. Niet met een gelezen bron onderbouwd en daarom gemarkeerd: de rol van lucht tussen de lagen, snel drogende kunststof, warmteverlies via onbedekte huid, wanten tegenover handschoenen, rubber handschoenen, oksels als warmteplek, hoe snel nat textiel warmte geleidt, dons dat nat klontert, katoen in de hitte, wringen in een handdoek, drogen bij vorst, de afstand tot de kachel, drogen op het lichaam, schimmel na dagen, lichte tegenover donkere kleur, kranten als isolatie, gewaxt katoen, repen deken als sok, smeltende kunststof en de vezeleigenschappen van wol. Alleen het CCOHS geeft temperatuurgrenzen voor handschoenen en wanten. Getoetst door: nog niet.

Open in de app en bewaar offline