Het Nulpunt, startpagina
  1. Home
  2. Kennis
  3. Onderdak, vuur & warmte
  4. Breien: opzetten, recht breien en afkanten

Vaardigheid · Onderdak, vuur & warmte

Breien: opzetten, recht breien en afkanten

Je eerste lap, sjaal of muts

Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.

VK.H12: vier verschillende scènes voor breien: de rechte steek, met handmatig gezette uitleg.
Gegenereerd beeld, geen praktijkfoto.

Waarvoor

Met één steek en twee naalden brei je sjaals, mutsen, dekens en lappen. Brei je elke rij recht, dan heet dat ribbelsteek: dik, warm, rekbaar en plat.

Wat je nodig hebt

  • Twee breinaalden van 4 tot 5 mm, of twee gladde hardhouten stokjes met afgeronde punten, ingewreven met bijenwas
  • Garen van ongeveer 2 mm dik, liefst wol in een lichte kleur

Stappen

Opzetten met de breiopzet

  1. Maak een lus 15 cm van het eind van de draad en schuif hem losjes op de linkernaald.
  2. Steek de rechternaald van voren in de lus, van links naar rechts, zodat de rechternaald achter de linkernaald ligt.
  3. Sla de werkdraad tegen de klok in om de rechternaald (gezien vanaf de punt). De draad ligt nu tussen de twee naalden.
  4. Haal met de rechternaald de draad door de lus naar voren. Je hebt een nieuwe lus op de rechternaald.
  5. Zet die nieuwe lus op de linkernaald, naast de eerste. Haal de rechternaald eruit.
  6. Herhaal stap 2 tot 5 in de nieuwste lus tot je 20 steken hebt.

Een rechte steek breien

  1. Houd de naald met de steken in je linkerhand. De werkdraad hangt achter het werk.
  2. Steek de rechternaald van voren naar achteren in de eerste steek, van links naar rechts.
  3. Sla de draad tegen de klok in om de rechternaald, net als bij het opzetten.
  4. Haal de draad met de rechternaald door de steek naar voren.
  5. Laat de oude steek van de linkernaald glijden. De nieuwe steek staat op de rechternaald.
  6. Brei zo alle steken. Wissel dan de naalden van hand en begin de volgende rij.
  7. Tel na elke rij: het moeten er 20 blijven.

Afkanten

  1. Brei twee steken.
  2. Steek de punt van de linkernaald in de eerste van die twee (verst van de punt), til hem over de tweede heen en van de naald af.
  3. Brei één steek en til opnieuw de vorige erover. Herhaal tot er één steek over is.
  4. Knip de draad 15 cm af en haal hem door de laatste lus. Trek aan.
  5. Naai beide staartjes met een stopnaald 5 cm weg in de rand.

Zo controleer je het

  • De lap heeft rechte zijkanten en is overal even breed.
  • Om de twee rijen zie je één ribbel.
  • De afkantrand rekt even ver mee als de rest.

Veelgemaakte fouten

  • Een gevallen steek: er loopt een ladder naar beneden. Pak hem op met een haaknaald en werk hem rij voor rij omhoog.
  • Een extra steek: de draad hing per ongeluk voor het werk toen je begon. Houd hem achter.
  • Te strak breien of afkanten: de naald gaat moeilijk in de steek en de rand trekt samen.

Oefenen Brei elke avond tien rijen op hetzelfde lapje. Tel na elke rij.

Proeve Je breit in hooguit 4 uur een lap van 20 bij 20 cm in ribbelsteek, met 20 steken aan het begin en het eind en zonder gaten.

Varianten

  • Averechtse steek: draad voor het werk, naald van rechts naar links in de steek. Om en om een rij recht en averecht geeft gladde tricotsteek.
  • Rondbreien op vier naalden voor sokken en mutsen zonder naad.

Open in de app en bewaar offline