Het Nulpunt, startpagina
  1. Home
  2. Kennis
  3. Samenleven, veiligheid & organisatie
  4. Spanning laten zakken

Hoofdstuk · Samenleven, veiligheid & organisatie

Spanning laten zakken

Afstand, een kalme stem en op tijd weggaan

Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.

Gevaar · Geen geweld, geen held

  • Sla niet, duw niet en dreig niet. Eén klap kan zonder ziekenhuis dodelijk zijn wordt getoetst.
  • Doe nooit alleen de deur open voor iemand die je niet kent.
  • Houd altijd een vrije weg achter je.
  • Ga weg zodra je je niet veilig voelt. Je hoeft niets uit te leggen.
  • Stuur nooit een kind naar de deur.
In het ochtendlicht praat een vrouw rustig en met open handen over een gesloten houten hek met een vermoeide reiziger, terwijl een buur een paar stappen achter haar staat.
Gegenereerd beeld, geen praktijkfoto.

Waarom dit telt

Honger, kou, slaaptekort en angst maken gewone mensen boos. Wie dan terugschreeuwt of de deur openrukt, maakt van een ruzie een gevecht, en zonder ziekenhuis kan één klap iemand het leven kosten wordt getoetst. Praten, afstand houden en op tijd weggaan beschermt jou, de ander en je groep. Dat is geen zwakte, maar het veiligste wat je kunt doen.

Als er nog hulp is Voel je je bedreigd, ga dan weg en bel 112. Praat alleen door als je veilig staat.

Eerst doen

  1. Zorg dat je zelf weg kunt: een vrije weg achter je, een dichte deur of hek ertussen.
  2. Houd minstens twee armlengtes afstand, of meer als je je niet veilig voelt.
  3. Laat één persoon praten. De rest blijft achter en houdt in de gaten wat er gebeurt.
  4. Adem langzaam uit, houd je handen zichtbaar en spreek zacht en kort (VK.K01 Ademhalen bij paniek).
  5. Vraag wat de ander nodig heeft en herhaal wat je hoort.
  6. Wordt het erger, stop dan met praten en ga weg. Geef alarm vanaf een veilige plek.

Wat je nodig hebt

  • Een afgesproken deurwacht: één of twee mensen die het gesprek voeren. Kies rustige mensen, niet de sterkste.
  • Een tweede persoon die meekijkt en een fluit bij zich heeft (VK.F03 Fluitsignalen).
  • Een deur met kier, raam, luik of hek, zodat je kunt praten zonder open te doen (12.05 Glas en openingen).
  • Een vaste plek buiten het huis voor gesprekken, ruil en giften, zo mogelijk zichtbaar voor de wacht (15.06 Ruil en samenwerking).
  • Een kleine voorraad water en soep om te geven, als de groep dat heeft afgesproken.
  • Een schrift om op te schrijven wat er gebeurde (14.08 Berichten vastleggen).

Werkwijze

Waar deze regels vandaan komen

De stappen hieronder komen uit Project BETA: tien afspraken van Amerikaanse spoedartsen en psychiaters om een boze of verwarde patiënt met woorden te kalmeren. Die regels zijn gemaakt voor een ziekenhuis, met personeel en beveiliging in de buurt. Niemand heeft ze getest aan de deur tijdens een ramp wordt getoetst. Gebruik ze als gereedschap, niet als garantie. Praten werkt niet altijd.

Eerst jezelf kalmeren

Boosheid is besmettelijk wordt getoetst. Eén rustig persoon verlaagt de spanning, twee schreeuwende verhogen haar.

  1. Stop even. Adem drie keer lang uit (VK.K01 Ademhalen bij paniek).
  2. Vraag jezelf: ben ik veilig, en kan ik weg?
  3. Ben je zelf te boos, moe of bang, wissel dan met iemand anders. Zeg gewoon: "Ik haal even iemand erbij."
  4. Slik je trots in. Dit gaat niet over gelijk krijgen. Je doel is dat iedereen heel naar huis gaat wordt getoetst.

Afstand en houding

№DoeDoe niet
1Blijf op minstens twee armlengtes afstandLoop niet op de ander af en raak hem niet aan
2Ga schuin staan, niet recht tegenover hemBlokkeer niet de weg, ook niet die van hem
3Houd je handen open en zichtbaarGeen vuisten, geen armen over elkaar, niet wijzen
4Houd je gezicht rustig en kijk af en toe wegStaar niet en draai je rug niet toe
5Doe een stap achteruit als hij dat vraagtGa niet staan discussiëren over de ruimte

Laat de ander ook altijd een uitweg. Wie zich in het nauw voelt, gaat eerder slaan wordt getoetst.

Praten

Spreek langzaam en zacht, in korte zinnen met gewone woorden. Geef de ander tijd om te begrijpen wat je zei. Boze mensen horen minder: Project BETA zegt dat je een boodschap soms wel twaalf keer moet herhalen. Volgens die werkgroep lukt kalmeren vaak binnen 5 minuten, en duurt twaalf keer herhalen hooguit ongeveer 10 minuten.

  1. Stel je voor. "Ik ben Anne. Ik woon hier. Hoe heet jij?"
  2. Vraag wat hij wil. "Wat heb je nodig?" Luister naar wat er achter de boosheid zit: honger, angst, een ziek kind.
  3. Zeg terug wat je hoort. "Dus je hebt al twee dagen niet gegeten, klopt dat?"
  4. Geef toe wat waar is. "Dat is vreselijk." "Je hebt gelijk dat dit oneerlijk voelt." Lieg niet om het eens te zijn.
  5. Zeg kalm je grens. "Ik wil je helpen, maar niet als je schreeuwt." "Slaan accepteren we hier niet."
  6. Geef een keuze. "Wil je hier wachten, of over een uur terugkomen?" Een keuze geeft iemand weer wat controle.
  7. Beloof alleen wat je kunt waarmaken. Dat is misschien alleen: "Ik vraag het aan de groep en ik kom terug."
№Zeg liever nietWaarom niet
1"Doe eens rustig."Dat werkt als een bevel en maakt bozer wordt getoetst
2"Dat is onze regel, klaar."Er is geen gesprek meer. Leg kort uit waarom
3"Ik begrijp precies hoe je je voelt."Dat klopt niet, en dat weet hij
4"Anders ..." met een dreigingEen dreiging vraagt om een antwoord
5"Er komt zo hulp."Niet beloven als je het niet weet

Lijkt iemand verward, praat hij raar of zweet hij erg? Denk dan ook aan het lichaam. Lage bloedsuiker, koolmonoxide, oververhitting, een klap op het hoofd, ontwenning of dementie kunnen op boosheid lijken wordt getoetst. Zie VK.B14 Lage bloedsuiker herkennen en verhelpen, 05.06 Veilig verwarmen en koolmonoxide, 01.13 Onderkoeling en oververhitting en 07.16 Acute noodgevallen.

Een boze vreemdeling aan de deur

  1. De wacht meldt iemand aan de deur (15.11 Wacht lopen en waarschuwen). De deurwacht gaat, nooit alleen.
  2. Doe niet open. Praat door de dichte deur, een kier met ketting, een raam of een hek.
  3. Staat er een groep? Vraag of één van hen het woord doet.
  4. Vraag wat er aan de hand is. Is iemand gewond of ziek, kijk dan wat je kunt doen zonder dat de voordeur open gaat: een verband, water, uitleg (06.03 Hulp organiseren zonder alarmnummer).
  5. Vertel niet hoeveel mensen er zijn, wie er weg is en wat je in huis hebt. Lieg niet, maar zeg het gewoon niet wordt getoetst.
  6. Wijs naar de vaste plek voor gesprekken en spreek een tijd af, bij daglicht.
  7. Laat het niet aankomen op wie harder schreeuwt. Blijft hij boos, zeg dan: "Ik stop nu even. Morgen om 10:00 uur ben ik weer hier." Ga weg en houd je aan de afspraak.

Hongerige buren

Een hongerige buur is geen vijand. Hij is iemand die je later nodig hebt, en wiens kinderen je kent. Hij schaamt zich waarschijnlijk. Na rampen helpen mensen elkaar veel vaker dan ze elkaar beroven wordt getoetst. Honger maakt mensen wel prikkelbaar en onrustig wordt getoetst.

Spreek dit vóóraf af met de groep (15.05 Zorg eerlijk verdelen):

  1. Wat geven we, hoeveel per dag en aan wie? Schrijf het op. De voorraadbeheerder beslist niet alleen (15.07 Voorraad beheren).
  2. Waar geven we? Op de vaste plek, niet bij de voordeur en niet bij de voorraad.
  3. Wie geeft? Altijd twee mensen.
  4. Wat kan de ander terugdoen? Werk, ruil of kennis, zodat hij zijn trots houdt (15.06 Ruil en samenwerking).

Aan de deur zeg je:

  • Begin met erkennen: "Fijn dat je het vraagt. Het is voor iedereen zwaar."
  • Zeg eerlijk wat kan: "Ik heb vandaag soep voor je kinderen."
  • Zeg eerlijk wat niet kan: "Ik kan je niet elke dag eten geven. We komen zelf ook tekort."
  • Stel iets voor: "Morgen om 09:00 uur begint het werk in de moestuin. Wie meehelpt, eet mee."

Kinderen, zieken en ouderen krijgen voorrang. Een buurt die samen eet, is veiliger dan één huis met een volle kelder wordt getoetst. Je mag ook nee zeggen, zolang je het met respect doet.

Laat niet zien wat je hebt. Kook niet met geuren naar de straat als anderen honger hebben, en verberg voorraad op een plek die de groep kent wordt getoetst. Dat is voorzichtig, niet gemeen.

Ruzie binnen je eigen groep

Zit de spanning tussen groepsleden? Haal ze uit elkaar, geef ze een taak op twee plekken en praat pas als ze gegeten en geslapen hebben. Daarna volg je 15.04 Conflicten bespreken. Komt het tot een klap of bedreiging, dan is het een zaak voor 15.13 Regels, straf en herstel.

Wanneer je stopt en je terugtrekt

Ga weg als je een van deze tekenen ziet wordt getoetst:

  • Hij komt dichterbij nadat je hebt gevraagd om afstand.
  • Zijn vuisten ballen zich, zijn kaak spant, hij loopt heen en weer.
  • Hij wordt ineens stil, of staart je aan.
  • Hij dreigt met woorden, breekt iets of duwt iemand.
  • Je ziet een wapen, of zijn handen blijven verborgen.
  • Er komen meer mensen bij, of je wordt omsingeld.
  • Hij is dronken of onder invloed en reageert niet op woorden.

Zo trek je je terug:

  1. Stop met discussiëren. Zeg rustig: "Ik ga nu even overleggen."
  2. Stap achteruit, met je gezicht naar hem toe, tot je veilig bent. Maak geen plotselinge bewegingen wordt getoetst.
  3. Doe de deur dicht en op slot, of ga door de vrije weg.
  4. Geef het alarm (14.09 Signalen afspreken en geven).
  5. Haal kinderen en kwetsbare mensen naar de vluchtroute.
  6. Ga niet terug om te laten zien dat je niet bang bent.

Wordt er gedreigd met een wapen, praat dan niet over regels of eerlijkheid. Geef wat er gevraagd wordt en ga weg zodra dat kan. Spullen zijn te vervangen, mensen niet wordt getoetst.

Na afloop

  1. Controleer of iedereen in orde is. Zorg eerst voor wonden (07.16 Acute noodgevallen).
  2. Laat wie bij het gesprek was iets eten en drinken, en samen met iemand zitten.
  3. Vertel de groep kort wat er gebeurde, om geruchten te voorkomen.
  4. Schrijf het op: tijd, wie, wat hij zei, wat je deed.
  5. Project BETA noemt nabespreken als laatste stap: wat ging goed, wat doen we de volgende keer anders?
  6. Schrik, nachtmerries en trillen zijn normaal. Thuisarts zegt dat zulke klachten meestal binnen ongeveer 4 weken verdwijnen, Slachtofferhulp noemt ongeveer 6 weken (06.09 Mentale veerkracht).

Kom je afspraak na met wie je sprak.

Zo weet je dat het werkt

  • De ander praat zachter en langzamer, en zijn schouders zakken.
  • Hij beantwoordt je vragen, gaat zitten of doet een stap achteruit.
  • Hij vertelt wat hij nodig heeft in plaats van wie de schuldige is.
  • Hij gaat in op een keuze of een afspraak.
  • Iedereen is heel gebleven en niemand heeft iets beloofd dat niet kan.
  • Let op: een rustige afloop bewijst niet dat de ander nooit terugkomt. Blijf voorzichtig.

Zo weet je dat het misgaat

  • Jij begint harder te praten. Stop, adem uit en laat iemand anders het overnemen.
  • Er praten meerdere mensen tegelijk. Eén persoon doet het woord, de rest gaat naar achteren.
  • De ander herhaalt hetzelfde steeds bozer. Zeg terug wat je hoort en stel een keuze voor. Helpt dat na ongeveer 10 minuten niet, stop dan.
  • Je merkt dat je dichterbij bent gekomen, of je kunt niet meer weg. Ga meteen naar een plek met een vrije weg.
  • Er staan steeds meer mensen voor de deur. Rond het gesprek af, doe de deur dicht en geef alarm.
  • Iemand uit je groep dreigt terug. Stuur hem weg van de deur. Praat er later over.

Gevaar · Geen geweld, geen held

  • Sla niet, duw niet en dreig niet. Eén klap kan zonder ziekenhuis dodelijk zijn wordt getoetst.
  • Doe nooit alleen de deur open voor iemand die je niet kent.
  • Houd altijd een vrije weg achter je.
  • Ga weg zodra je je niet veilig voelt. Je hoeft niets uit te leggen.
  • Stuur nooit een kind naar de deur.

Als je iets mist

№Mis jeGebruik dan
1Een raam of hek om door te pratenEen dichte deur, of praat van achter een auto, kar of muur
2Een tweede persoonStel het gesprek uit tot er iemand is, of praat alleen door de dichte deur
3Een gezamenlijke taalKorte woorden, open handen, wijzen, water aanbieden, iemand uit de buurt die de taal kent
4Eten om te gevenGeef wat wel kan: water, een plek om te zitten, informatie, een adres waar hulp is

Achtergrond

Boosheid en angst zetten het lichaam klaar voor vechten of vluchten. Hartslag en ademhaling stijgen en het denken wordt smal, waardoor mensen minder goed horen en onthouden wordt getoetst. Daarom helpen korte zinnen, herhaling en een lage stem. Een lange uitademing brengt je eigen lichaam terug (VK.K01 Ademhalen bij paniek). Wie zich gehoord voelt, zakt vaak in spanning, en een keuze geeft iemand weer controle wordt getoetst. Daarom begin je met vragen, niet met regels. Project BETA zegt: ga door, tenzij de patiënt naar geweld beweegt. Aan de deur is de grens lager, want je hebt geen beveiliging en geen arts. Bewijs: minstens twee armlengtes, één spreker, korte zinnen, herhalen, keuzes en grenzen B (consensus van vakmensen voor de spoedzorg, geen vergelijkend onderzoek). Hetzelfde aan de deur tijdens een ramp D: niet onderzocht, wel logisch. Weggaan als het gevaarlijk wordt C (algemeen veiligheidsadvies). Mensen helpen elkaar na rampen vaker dan ze elkaar beroven C (hier niet met een bron gecontroleerd). Een wapen beantwoorden met spullen geven C (gangbaar advies, hier niet met een bron gecontroleerd).

Volgende niveau

Oefen in tweetallen: één speelt de boze buur, één houdt afstand, herhaalt en stelt een keuze voor. Wissel om en bespreek na. Oefen ook het terugtrekken. Leg vast wie deurwacht is, waar de vaste plek ligt en hoeveel je kunt geven (15.05 Zorg eerlijk verdelen). Op niveau III regel je hoe de groep omgaat met wie de grens overschrijdt (15.13 Regels, straf en herstel).

Controlelijst

  • Ik zorg eerst dat ik zelf weg kan.
  • Ik houd minstens twee armlengtes afstand en mijn handen zichtbaar.
  • Ik laat één persoon praten en spreek kort en rustig.
  • Ik vraag wat de ander nodig heeft en zeg terug wat ik hoor.
  • Ik beloof alleen wat ik kan waarmaken.
  • Ik doe de deur niet open voor een vreemde en vertel niet wat we hebben.
  • Ik ken de tekenen waarbij ik stop en wegga.
  • Ik schrijf op wat er gebeurde en bespreek het na.

Verantwoording

Niet met een primaire bron onderbouwd en daarom gemarkeerd: dat deze regels aan de deur werken, dat boosheid besmettelijk is en dat iemand in het nauw eerder slaat, de zinnen die je beter niet zegt, de tekenen van naderend geweld, hoe je achteruit weggaat, wat je zegt over je voorraad, hoe mensen zich na rampen gedragen, gedrag bij honger, advies bij een wapen, en de lichamelijke oorzaken van verwardheid. De richtlijn NICE NG10 en het WHO-handboek Psychological first aid kon ik niet openen, dus die zijn niet gebruikt. Getoetst door: nog niet.

Open in de app en bewaar offline