Hoofdstuk · Materialen & gereedschap
Knopen en sjorringen
Een handvol knopen die je blind legt, voor bijna elke klus
Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.
Gevaar · Een brekend touw slaat terug Touw onder spanning, vooral nylon, slaat bij breken met grote kracht terug.
- Ga nooit in het verlengde van een gespannen touw staan, en niet aan de binnenkant van een bocht waar het omheen loopt.
- Leg een jas of deken over het midden van een gespannen lijn om terugslag te dempen.
- Hang nooit een mens aan touw waarvan je de geschiedenis niet kent, of aan polypropyleen dat in de zon lag.
- Verbind nooit twee lastdragende touwen met een platte knoop.

Waarom dit telt
Zonder winkel is touw het gereedschap dat je het vaakst pakt: voor een dekzeil, een spalk, een lading, een balk of een gewonde. Een verkeerde knoop schuift, klemt muurvast of breekt het touw al bij de helft van zijn sterkte. Tien knopen en drie sjorringen die je met je ogen dicht legt, zijn genoeg voor bijna alles.
Als er nog hulp is Koop nu een rol polyester touw van 8 tot 10 mm, een rol paracord en een paar meter prusiktouw van 6 mm uit een klimsportwinkel. Leer de knopen bij een scoutinggroep, zeilschool of klimhal, waar iemand je fouten ziet.
Eerst doen
- Verzamel al het touw uit huis, schuur, garage en auto op één plek.
- Sorteer het op soort en dikte met de tabel hieronder.
- Haal elk stuk door je handen en zoek slijtplekken, smeltplekken, harde stukken en rot.
- Werk alle losse einden af met tape, een takling (VK.A14) of door ze te smelten.
- Leer eerst de achtknoop, de paalsteek en de mastworp (VK.A01, VK.A03, VK.A04).
- Oefen elke knoop tot je hem in het donker legt.
Wat je nodig hebt
- Touw in drie diktes: dun (2 tot 4 mm), middel (6 tot 10 mm) en dik (12 mm en meer).
- Een scherp mes en een aansteker, of een stuk ijzer dat je in het vuur heet maakt.
- Ducttape of sterk garen om einden af te binden.
- Een gladde houten pen van een vinger dik met een afgeronde punt, als splitshoorn.
- Een paal of trapleuning om omheen te oefenen.
Werkwijze
Touwsoorten herkennen
Doe de brandproef met een paar vezels uit een eind. Natuurvezel brandt tot grijze as. Nylon en polyester smelten tot een harde druppel. Polypropyleen smelt, ruikt naar kaarsvet en drijft op water.
| № | Soort | Herkennen | Sterk in | Zwak in |
|---|---|---|---|---|
| 1 | Natuurvezel (sisal, manilla, hennep, jute) | Ruw, pluizig, ruikt naar hooi | Knopen houden goed, smelt niet | Rot als het nat wordt opgeborgen, ongeveer een derde van de sterkte van nylon wordt getoetst |
| 2 | Nylon | Glad, soepel, rekt duidelijk | Vangt schokken op: sleeplijn, afmeren | Verliest nat 10 tot 15 procent sterkte wordt getoetst, rekt bij spannen |
| 3 | Polyester | Glad, stugger, rekt weinig | Spanlijnen, takels, goed tegen zon, nat even sterk | Glad, knopen glijden sneller |
| 4 | Polypropyleen | Licht, stug, wasachtig, fel gekleurd | Drijft, rot niet | Zon maakt het in een seizoen bros wordt getoetst, smelt rond 165 °C wordt getoetst |
| 5 | Paracord | 4 mm, mantel met zeven kerndraden | Ongeveer 250 kg breeksterkte als het echt is wordt getoetst, kerndraden als garen | Smelt, rekt, namaak is veel zwakker |
| 6 | Staaldraad | Gevlochten metaaldraad | Zeer sterk, rekt bijna niet | Knikt, rafelt, snijdt handen, geen knopen mogelijk |
Hoe sterk is je touw
Breeksterkte van nieuw touw in kilo is grofweg: dikte in mm keer dikte keer een factor. Die factor is ongeveer 20 voor nylon, 17 voor polyester, 12 voor polypropyleen en 7 voor natuurvezel wordt getoetst. Polyester van 10 mm breekt dus rond 1.700 kg. Deel door 5 voor spullen en door 10 als er mensen aan hangen of onder staan wordt getoetst. Reken met de helft bij oud of onbekend touw. Voor dat touw van 10 mm kom je zo op 340 kg voor spullen en 170 kg voor mensen.
De taal van het touw
| № | Term | Betekenis | Engels |
|---|---|---|---|
| 1 | Vast part | Het deel dat naar de last of het vaste punt loopt en de kracht draagt | standing part |
| 2 | Los eind | Het eind waarmee je de knoop legt; wat na de knoop overblijft heet het staartje | working end |
| 3 | Bocht | Touw dubbelgevouwen tot een U, zonder dat het zichzelf kruist | bight |
| 4 | Slag | Een lus waarbij het touw over zichzelf heen kruist | loop |
| 5 | Rondtorn | Het touw gaat twee keer om een paal of ring en omsluit hem helemaal | round turn |
| 6 | Halve steek | Het eind gaat om iets heen en onder zichzelf door | half hitch |
| 7 | Sjorring | Touwwerk dat twee of drie palen aan elkaar bindt | lashing |
| 8 | Woeling | Slag tussen twee palen door, om de sjorring heen, die alles strak trekt | frapping turn |
| 9 | Kink | Ongewenste draai die bij trekken een harde knik wordt | kink |
Hoeveel sterkte een knoop kost
Touw breekt bijna altijd in de knoop, waar het de scherpste bocht maakt. De getallen zijn gemiddelden uit proeven en verschillen per touwsoort wordt getoetst.
| № | Knoop of verbinding | Sterkte die overblijft |
|---|---|---|
| 1 | Oogsplits (VK.A15) | 90 tot 95 procent |
| 2 | Dubbele achtknoop (VK.A02) | 75 tot 80 procent |
| 3 | Timmermanssteek (VK.A06) | ongeveer 70 procent |
| 4 | Rondtorn met twee halve steken (VK.A05) | 65 tot 75 procent |
| 5 | Paalsteek (VK.A03) en mastworp (VK.A04) | ongeveer 60 procent |
| 6 | Schootsteek (VK.A07) | ongeveer 50 procent |
| 7 | Platte knoop (VK.A10) | ongeveer 45 procent, en hij kan losschieten |
Ook een scherpe rand of dunne paal kost sterkte. Leid touw onder last om iets dat minstens vier keer zo dik is als het touw wordt getoetst en leg een lap of stuk tuinslang over scherpe randen.
Welke knoop voor welke klus
| № | Klus | Knoop of sjorring | Kaart |
|---|---|---|---|
| 1 | Eind mag niet door een oog of katrol glippen | Achtknoop | VK.A01 |
| 2 | Vaste lus die nooit verloopt, ook voor een mens | Dubbele achtknoop | VK.A02 |
| 3 | Snelle vaste lus die na belasting weer losgaat | Paalsteek | VK.A03 |
| 4 | Touw snel en verstelbaar aan een paal | Mastworp | VK.A04 |
| 5 | Last die lang aan een ring of boom trekt | Rondtorn met twee halve steken | VK.A05 |
| 6 | Boomstam of balk slepen of hijsen | Timmermanssteek | VK.A06 |
| 7 | Twee touwen aan elkaar, ook ongelijk dik | Schootsteek | VK.A07 |
| 8 | Lading of spanlijn strak trekken | Spanknoop | VK.A08 |
| 9 | Klemmen op een ander touw | Prusikknoop | VK.A09 |
| 10 | Verband of zak dichtknopen | Platte knoop | VK.A10 |
| 11 | Twee palen haaks aan elkaar | Vierkante sjorring | VK.A11 |
| 12 | Kruisende palen die uit elkaar veren | Diagonale sjorring | VK.A12 |
| 13 | Drie palen tot een driepoot | Driepootsjorring | VK.A13 |
| 14 | Eind afwerken zonder smelten | Takling | VK.A14 |
| 15 | Blijvend sterk oog in gedraaid touw | Oogsplits | VK.A15 |
| 16 | Geen touw meer | Touw draaien | VK.A16 |
Vier regels voor elke knoop
- Kleed de knoop aan: strengen die naast elkaar horen, liggen naast elkaar en kruisen niet.
- Trek hem aan op alle delen, niet alleen aan het vaste part.
- Laat een staartje van minstens tien keer de touwdikte, bij glad of nat touw twaalf keer wordt getoetst.
- Test met je eigen gewicht of een flinke ruk voordat er iets of iemand aan hangt.
Touw onderhouden en opslaan
- Spoel zand en zout uit met zoet water. Zand schuurt het touw van binnenuit kapot.
- Droog touw los opgehangen in de schaduw, niet op een kachel.
- Bewaar het donker, droog en luchtig, weg van accuzuur, benzine, olie, bleekmiddel en muizen.
- Schiet drieslagen touw op in slagen met de klok mee. Leg gevlochten touw in achtvormen over je hand. Zo krijgt het geen kinken.
- Bind de bundel af: wikkel het laatste stuk drie keer om de bovenkant, duw een bocht van het eind boven die wikkelingen door de bundel en leg die bocht over de kop terug naar de wikkelingen. Trek het eind aan.
- Hang aan elke bundel een label: soort, lengte, datum en of het al eens zwaar belast is. Keur touw af voor mensen en zware lasten bij gesmolten of glanzend harde plekken, een kern die door de mantel komt, dikke of dunne plekken, zuurvlekken, muffe lucht of bruin poeder in natuurvezel, en na elke harde val van een mens. Gebruik het daarna alleen nog voor lichte klussen.
Staaldraad
Leg nooit een knoop in staaldraad. Maak een oog met minstens drie draadklemmen bij draad tot 16 mm wordt getoetst. Leg een kous (gegroefde ring, thimble) in het oog. Zet het zadel, de getande voet, op het vaste part en de U beugel op het korte eind: nooit een zadel op een dood eind. Zet de klemmen ongeveer zes keer de draaddikte uit elkaar wordt getoetst. Belast het oog één keer en draai de moeren opnieuw aan. Draag handschoenen: gebroken draadjes prikken diep.
De basisset
Zo weet je dat het werkt
- De knoop lijkt precies op de tekening, met het staartje waar het hoort.
- Na belasting is de knoop niet verschoven en het staartje niet korter.
- Je krijgt hem daarna weer los met je vingers.
- Je touw is droog, schoon en soepel als je het uit de opslag haalt.
Zo weet je dat het misgaat
- Het staartje wordt korter onder last: de knoop glijdt. Leg hem opnieuw met een langer staartje, of kies een knoop die beter houdt, zoals de dubbele schootsteek of de dubbele achtknoop.
- Het touw wordt warm, glanst of ruikt naar plastic waar het schuurt: zet alles stil, leg een lap of slang onder het touw en verplaats het schuurpunt.
- Je hoort knappen of ziet vezels springen: haal iedereen uit de lijn van het touw, laat de last zakken en vervang het touw.
- De knoop zit muurvast: rol en buig hem, of wrik met de splitshoorn. Kies de volgende keer een knoop die los blijft gaan.
Gevaar · Een brekend touw slaat terug Touw onder spanning, vooral nylon, slaat bij breken met grote kracht terug.
- Ga nooit in het verlengde van een gespannen touw staan, en niet aan de binnenkant van een bocht waar het omheen loopt.
- Leg een jas of deken over het midden van een gespannen lijn om terugslag te dempen.
- Hang nooit een mens aan touw waarvan je de geschiedenis niet kent, of aan polypropyleen dat in de zon lag.
- Verbind nooit twee lastdragende touwen met een platte knoop.
Als je iets mist
| № | Mis je | Gebruik dan |
|---|---|---|
| 1 | Touw | Spanbanden, autogordels, stroomkabel, tuinslang, repen laken of plastic gedraaid tot koord (VK.A16) |
| 2 | Dun koord | Kerndraden uit paracord, vislijn, schoenveters, binddraad |
| 3 | Verbinding voor platte band | Bandknoop (water knot): halve knoop in het ene eind, het andere eind volgt hem precies terug, staartjes minstens 8 cm wordt getoetst |
| 4 | Splitshoorn | Geslepen hardhouten pen, dikke schroevendraaier, lepelsteel |
| 5 | Tape voor de einden | Takling met garen (VK.A14), smelten, halve knoop in het eind |
Achtergrond
Een knoop houdt door wrijving. Touw om een paal klemt zich vast, en elke extra winding vermenigvuldigt die klemkracht. Bij gewone wrijving houdt één winding ongeveer zes keer zoveel tegen als je aan het eind trekt, twee windingen tientallen keren zoveel wordt getoetst. Dat heet de kaapstanderwet (capstan equation) en is goed onderbouwd (bewijs A). Daarom houdt een rondtorn, en laat je een zware last zakken door het touw twee keer om een boom te leggen. Een knoop verzwakt touw omdat de vezels aan de buitenkant van een scherpe bocht verder moeten rekken dan die aan de binnenkant. Die breken eerst. Ruime, goed aangeklede bochten verdelen de kracht. Gedraaid touw bestaat uit vezels tot garens, garens tot strengen en strengen tot touw, elke keer de andere kant op gedraaid. Die tegengestelde draaiing houdt het bij elkaar, ook als je zelf touw draait (VK.A16).
Volgende niveau
Controlelijst
- Al het touw is verzameld, gesorteerd en gelabeld.
- Alle einden zijn afgewerkt.
- Je kent het verschil tussen vast part, los eind, bocht en slag.
- Je kiest met de keuzetabel de juiste knoop.
- Je legt de basisset van week 1 met je ogen dicht.
- Je rekent de werklast uit en deelt door 10 als er mensen aan hangen.
Verantwoording
Gebaseerd op standaardwerken over knopen, zoals het naslagwerk van Clifford Ashley, handboeken voor pionieren van scouting, lesmateriaal van zeilscholen, opgaven van touwfabrikanten over breeksterkte, en sterkteproeven van knopen door verenigingen van knopenkenners en grotonderzoekers. De sterktegetallen verschillen per proef en zijn richtlijnen. Getoetst door: nog niet.