Hoofdstuk · Materialen & gereedschap
Slijpen en scherpen
De juiste hoek, een braam die je voelt, en een steen die nat blijft
Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.
Gevaar · Snijden, splinters en hitte Elke slijpbeweging eindigt ergens; zorg dat dat niet je hand, je been of je oog is.
- Gereedschap vast, snede van je af, handschoen en vingerbeschermer bij het vijlen, bril op bij vijl en draaiende steen.
- Een vijl zonder heft gebruik je niet.
- Een droge draaiende slijpsteen verhit de snede en kan uit elkaar springen wordt getoetst; alleen met water, kap en korte halen.
- Een geslepen bijl of zeis nooit onbedekt laten staan waar kinderen lopen; blad omlaag en afgedekt.

Waarom dit telt
Er komt geen nieuw gereedschap meer, en bot gereedschap is nutteloos én gevaarlijk: een bot mes vraagt kracht, schiet uit en snijdt in je hand; een botte bijl ketst af op het hout en in je scheenbeen. Slijpen is de vaardigheid die al je andere gereedschapsvaardigheden in stand houdt. Je hebt er alleen een steen, een vijl, een strop en geduld voor nodig, en één ding om te leren voelen: de braam.
Als er nog hulp is Koop nu een combinatiewetsteen (grof en fijn), een platte vijl met heft en een driehoeksvijl, en laat één keer een messenslijper of timmerman voordoen hoe een braam voelt. Dat uur bespaart je jaren botte messen.
Eerst doen
- Leg per huis een slijpset klaar: een grove en een fijne steen, een vijl met heft, een riem leer of een plank met leer als strop.
- Zoek bij elk stuk gereedschap de bestaande slijphoek op: kijk langs de snede, en houd die hoek aan.
- Zet het gereedschap vast met de snede omhoog en van je af: een bijl in een bankschroef of op een blok. Draag een handschoen als je vijlt.
- Slijp tot je over de hele lengte een braam voelt, draai om, en haal de braam er met lichte, afwisselende halen af.
- Test op papier of een takje, nooit met je duim langs de snede.
- Slijp vaak en kort: een paar halen per dag houden gereedschap scherp, een uur per maand haalt een verwaarloosde snede terug.
Wat je nodig hebt
- Wetsteen: een combinatiesteen met een grove kant (ongeveer korrel 200 tot 400) en een fijne kant (800 tot 1200) wordt getoetst. Waterstenen gebruik je met water, oliestenen met dunne olie. Een gladde rivierkei of een stuk baksteen is een noodsteen wordt getoetst.
- Vijl: een platte vijl van 20 tot 25 cm met een heft en een vingerbeschermer (een stukje leer of hout over het uiteinde) voor bijl en schoffel; een driehoeksvijl voor zagen. Een vijl zonder heft is een spies voor je handpalm wordt getoetst.
- Strop: een riem leer, of een stuk leer op een plank, ingewreven met polijstpasta, fijne as of tandpasta wordt getoetst.
- Hoekhulp: een opgevouwen papiertje of een houten wig op de gewenste hoek, of een stukje karton met de hoek erop getekend.
- Een bankschroef of twee klemmen, werkhandschoenen, een lap, water, een beetje olie tegen roest.
- Voor de zeis: een haarhamer en een haarspit (een klein aambeeld in een blok) en een lange smalle wetsteen die in water staat.
- Voor zagen: een zaagzetter of een smalle tang, en een rechte lat.
Werkwijze
Scherp betekent: twee vlakken die elkaar raken
Een snede is de lijn waar twee geslepen vlakken elkaar ontmoeten. Bot gereedschap heeft die lijn afgerond of beschadigd. Slijpen betekent beide vlakken opnieuw plat maken tot ze elkaar weer precies raken. Hoe kleiner de hoek, hoe scherper, maar ook hoe zwakker: een scheermes van 8 graden per zijde snijdt haar en breekt op hout; een bijl van 30 graden hakt een boom om en snijdt geen tomaat. Daarom heeft elk gereedschap een eigen hoek. De getallen hieronder zijn per zijde, gemeten tussen het slijpvlak en het midden van het blad. De totale hoek is het dubbele. Let op: fabrikanten en handboeken noemen soms de totale hoek en soms de hoek per zijde. Beitels en schaafmessen hebben maar één slijpvlak en een vlakke rug; daar is de opgegeven hoek de hele hoek, en de rug slijp je alleen vlak.
| № | Gereedschap | Hoek per zijde | Bron en opmerking |
|---|---|---|---|
| 1 | Keukenmes, zakmes | ongeveer 15 tot 20 graden | Victorinox 15 tot 20, Wüsthof 14, Zwilling ongeveer 15; Japanse en santokumessen 9 tot 12. Science of Sharp noemt 13 tot 17. Een steilere hoek houdt langer bij ruw werk wordt getoetst |
| 2 | Bijl, aan de snede zelf | ongeveer 25 tot 30 graden wordt getoetst | Het smalle vlakje dat het hout raakt. Forest Service: 25 tot 32 wordt getoetst. De wang daarachter is dunner |
| 3 | Bijl, de wang daarachter | ongeveer 17 tot 21 graden, licht bol aflopend | Het Sharpening Handbook geeft voor de Forest Service 34 tot 42 graden totaal. Dezelfde bron noemt voor velbijlen 35 totaal. Een stompe bijl klooft beter en hakt slechter wordt getoetst; boven 45 graden dringt een bijl slecht door wordt getoetst |
| 4 | Beitel, 12 tot 50 mm | 25 graden (één vlak), met een tweede vlakje van 27 tot 30 | Axminster slijphandleiding; smalle beitels (6 tot 10 mm) 30 met 32 tot 35, beitel voor fijn afsteken (paring) 20, hakbeitel voor pengaten 30 |
| 5 | Schaafmes | 25 graden | Axminster; sommige stalen liever 30 (Fine Woodworking) |
| 6 | Schaar | de bestaande hoek (één vlak), gewone scharen 40 tot 45 graden | Work Sharp; andere opgaven lopen uiteen van 25 tot 80 wordt getoetst. Slijp alleen de schuine kant, nooit de platte binnenkant |
| 7 | Zeis | zo dun mogelijk door haren, daarna wetten met de steen onder ongeveer 45 graden ten opzichte van de punt | Sensenwerk; de steen te steil houden maakt bot |
De eenvoudigste regel: slijp in de hoek die de maker erin heeft gezet. Kleur het slijpvlak met een stift of houtskool en haal één keer over de steen: waar de kleur verdwijnt, raakt de steen. Verdwijnt alleen de kleur bij de rug, dan ligt je mes te plat; alleen bij de snede, te steil wordt getoetst.
Wetsteen, slijpsteen, vijl en strop
- Vijl haalt veel staal weg en is voor beschadigde sneden en voor bijl, schoffel en zaag. Een vijl snijdt alleen bij de duwende haal; til hem bij de terughaal op wordt getoetst. Bij een bijl vijl je met duwende halen van de rug naar de snede, schuin eroverheen, met een handschoen en een vingerbeschermer (VK.C05 Een bijl slijpen).
- Grove steen maakt de vorm: hoek herstellen, kleine beschadigingen weg.
- Fijne steen maakt de snede: de krassen van de grove steen weghalen tot de snede glad is.
- Strop haalt de laatste braam weg en polijst. Stroppen doe je met de snede naar achteren, alsof je boter afstrijkt; de andere kant op snijd je het leer kapot wordt getoetst.
- Slijpsteen op een as (draaiende steen, slijpmachine) werkt snel maar verhit de snede. Gränsfors Bruks waarschuwt: verhit het staal niet, anders verliest het zijn hardheid, en koel vaak. Wordt het staal blauw of geel, dan is het daar zacht (VK.C05 Een bijl slijpen). Een natte handgedraaide slijpsteen is veiliger wordt getoetst. Een platte steen is belangrijk: een holle steen slijpt een bolle snede wordt getoetst. Vlak een watersteen om de zoveel tijd op een ruw betonnen trottoirband of met zand op een glasplaat wordt getoetst; de Axminster-handleiding wijst erop dat stenen gevlakt moeten zijn voordat je fijn slijpt.
Water en olie
Een watersteen werkt met water: Zwilling zegt hem ongeveer vijf minuten onder te dompelen. Andere stenen vragen langer; ga door tot er geen belletjes meer opkomen wordt getoetst. Houd het oppervlak nat tijdens het slijpen (Axminster). Het grijze slijpsel dat ontstaat, hoort erbij; spoel het niet steeds weg wordt getoetst. Een oliesteen (vaak harder, donkergrijs of bruin) werkt met een dun laagje dunne olie: naaimachineolie, petroleum, in nood plantaardige olie wordt getoetst. Nooit olie op een watersteen, want hij verstopt; nooit een droge oliesteen, want hij glazuurt en snijdt niet meer wordt getoetst. Water of olie houden het slijpsel zwevend en koelen de snede wordt getoetst. Veeg na afloop de steen af en laat hem drogen; bewaar oliestenen in een doosje tegen stof.
De braam voelen
Dit is de kern. Als je één kant lang genoeg slijpt, duwt de steen een dun randje staal over de snede naar de andere kant: de braam. Zolang je geen braam voelt, heb je de snede nog niet bereikt en slijp je zinloos het vlak. Voel met je duim of een nagel dwars over de snede, van de rug naar de rand, aan de kant die je níét geslepen hebt: een braam voelt als een haakje dat je nagel vangt wordt getoetst. Nooit langs de snede strijken (VK.C05 Een bijl slijpen). Zwilling noemt een zichtbare braam na ongeveer vijf halen, bij een mes dat al scherp was; bij een bot mes duurt het veel langer wordt getoetst.
- Slijp kant A onder de hoek, met gelijke druk, tot je over de hele lengte een braam voelt aan kant B. Bij een mes beweeg je het hele lemmet over de steen, van hiel naar punt.
- Draai om en slijp kant B tot de braam naar kant A is gegaan.
- Ga naar de fijne steen en herhaal met lichtere druk; de braam wordt kleiner.
- Haal de braam weg (Gränsfors Bruks doet dat bij een bijl op de steen): afwisselend één lichte haal per kant, steeds lichter, een stuk of tien keer wordt getoetst. Daarna stroppen, afwisselend, met de snede naar achteren.
- Test: een scherp mes snijdt een vel papier dat je los vasthoudt in één haal zonder te scheuren, en pakt een takje zonder weg te glijden wordt getoetst. Een braam die blijft zitten, klapt bij het eerste gebruik om en het mes voelt meteen bot. Een dun randje aan de snede is dus geen scherpte: volgens Science of Sharp rolt een heel dunne braam bij gebruik om en maakt hij de snede bot.
Een bijl slijpen in het kort
Een bijl slijp je met de vijl en daarna de steen, met de kop vast en de snede van je af. Op de steen werk je in kleine cirkels, met water of olie (Gränsfors Bruks). Houd de oorspronkelijke vorm aan en haal aan beide kanten evenveel weg. Een bolle snede is sterker dan een rechte, en voor hardhout wil Gränsfors Bruks een rondere wang; zo komt de bijl ook weer uit het hout wordt getoetst. De volledige werkwijze staat in VK.C05 Een bijl slijpen, het gebruik in VK.C06 Veilig hakken en kloven en 05.15 Bijl, zaag en brandhout.
Een zeis haren en wetten
Een zeis wordt niet alleen geslepen, maar gehaard: met een hamer klop je de snede koud dun op een klein aambeeld, zodat ze dun en veerkrachtig wordt. Volgens de zeiswinkel Sensenwerk wet je daarna de zeis elke paar minuten tijdens het maaien, met een lange natte steen onder ongeveer 45 graden ten opzichte van de punt, en haar je opnieuw als de snede niet meer scherp wil worden, te dik oogt of grote hapjes heeft, niet op vaste tijden. Je houdt de steen in water. Haren leer je op een oud blad of op dun plaatstaal. Klop je te hard of te steil, dan golft of scheurt de snede wordt getoetst. Een haarspit sla je in een blok hout; wie geen hamer en spit heeft, komt met vijl en steen een eind, maar de snede blijft dikker en maait zwaarder wordt getoetst.
Een zaag vijlen en zetten in grote lijnen
Een zaag is een rij mesjes die om de beurt links en rechts staan (de zetting), zodat de zaagsnede breder is dan het blad en de zaag niet klemt. Het Crosscut Saw Manual van Warren Miller, hier gelezen in een herdruk, beschrijft voor trekzagen de volgorde: schoonmaken, rechten, richten (alle tandpunten op één lijn brengen met een vijl), schrapers op diepte brengen, vijlen (de tand scherp tot het vlakje van het richten bijna weg is) en zetten (alleen de tandpunten naar buiten buigen). Miller zegt: zet alleen zoveel als nodig is om klemmen te voorkomen; te veel zetting kost extra werk en de zaag loopt weg. Hij begint met 0,25 mm voor gemiddeld velwerk en noemt ongeveer 0,38 mm voor een zware afkortzaag en tot 0,76 mm voor zacht, rot hout. Een Forest Service-techniekblad noemt 0,30 tot 0,38 mm wordt getoetst. Voor een handzaag zet VK.C10 Een zaag scherpen en zetten het zetten vóór het vijlen, met ongeveer een kwart tot een derde van de bladdikte per kant wordt getoetst; volg bij een handzaag die kaart. Zagen met donkerblauwe of zwarte, geharde tandpunten kun je niet vijlen: de vijl glijdt eroverheen wordt getoetst. De volledige werkwijze staat in VK.C10 Een zaag scherpen en zetten.
Een bot mes is gevaarlijker
De Britse arbeidsinspectie (HSE) noemt "houd messen scherp" bij de maatregelen tegen snijwonden in keukens, zonder uitleg. De gebruikelijke verklaring is dat een bot mes extra kracht vraagt, en dat die kracht het laat uitschieten wordt getoetst. Voor de bijl zegt Gränsfors Bruks het wel: een scherpe bijl bijt schoon in het hout en schiet minder snel uit. Scherp gereedschap vraagt wel respect: VK.H06 Veilig snijden met een mes.
Veilig werken
- Zet gereedschap vast. Een bijl in de bankschroef of op een blok met de snede omhoog en van je af; een zaag tussen twee planken in de bankschroef.
- Vijl en slijp zo dat je hand bij een uitschieter zo min mogelijk op de snede kan landen. Vijl nooit zonder handschoen en vingerbeschermer: een vijl die uitschiet, landt op de snede (VK.C05 Een bijl slijpen).
- Een vijl heeft een heft. Heeft hij er geen, sla er dan een handvat van een stuk tak op wordt getoetst.
- Draag een veiligheidsbril bij het vijlen en bij elke draaiende steen wordt getoetst.
- Geen draaiende slijpsteen zonder beschermkap en zonder water, en nooit met loshangend haar of kleding wordt getoetst.
- Test scherpte op papier of hout. Leg een geslepen mes nooit los op een werkbank met de snede naar boven; schuif een stuk karton of een kurk over de punt.
- Snijwond: druk erop en lees 07.02 Bloedingen stoppen en 07.03 Wonden reinigen en sluiten.
Onderhoud tussen het slijpen door
Scherp blijft langer scherp als je staal droog bewaart (09.09 Gereedschap onderhouden), snijdt op hout en niet op steen of bord, en elke dag een paar halen over een fijne steen of strop doet. Een aanzetstaal richt een omgeklapte snede op maar slijpt niet wordt getoetst. Olie een snede in en berg hem droog op tegen roest. Welk staal hard genoeg is om scherp te worden, lees je in 09.05 Metalen herkennen; een mes dat te zacht is, kan soms opnieuw gehard worden wordt getoetst (09.12 Smeden: de basis).
Zo weet je dat het werkt
- Je voelt na het slijpen van één kant een braam over de hele lengte, en na het afwisselen voel je hem nergens meer.
- Het mes snijdt een losgehouden vel papier in één haal zonder te haken of te scheuren.
- De bijl bijt bij een zachte slag in een blok en komt zonder wrikken weer los.
- Het slijpvlak glimt over de hele breedte in dezelfde hoek, en de stift- of houtskoolkleur is overal verdwenen.
- De zaag loopt recht door een plank zonder te klemmen.
- De zeis snijdt gras in plaats van het plat te slaan.
Zo weet je dat het misgaat
- Je slijpt en slijpt maar voelt geen braam: de hoek is te plat en je raakt de snede niet. Til de rug iets op, kleur het vlak en kijk waar de steen raakt.
- De snede is scherp maar klapt bij het eerste gebruik om: de braam zat er nog, of het staal is te zacht. Afwisselend lichte halen en stroppen; blijft het, dan is het staal het probleem (09.05 Metalen herkennen).
- De snede wordt wel scherp maar meteen weer bot op hout: de hoek is te klein voor het werk. Slijp een steiler smal vlakje aan de snede.
- Het staal verkleurt blauw of geel bij de draaiende steen: daar is het zacht geworden. Slijp het verkleurde deel er langzaam en nat uit, of leef met een zachtere snede wordt getoetst.
- Het mes snijdt scheef of maakt een bocht: één kant heeft meer halen gehad. Tel voortaan de halen per kant.
- De zaag klemt: te weinig zetting, of het blad is krom. Zet iets meer, of controleer het blad langs een lat.
- De zaag loopt weg naar één kant: ongelijke zetting. De zaag trekt naar de kant met de meeste zetting (VK.C10 Een zaag scherpen en zetten). Richt opnieuw en zet gelijk.
- Een snee in de hand tijdens het slijpen: drukken, 07.02 Bloedingen stoppen, en daarna de opstelling veranderen zodat je hand niet meer naar de snede beweegt.
Gevaar · Snijden, splinters en hitte Elke slijpbeweging eindigt ergens; zorg dat dat niet je hand, je been of je oog is.
- Gereedschap vast, snede van je af, handschoen en vingerbeschermer bij het vijlen, bril op bij vijl en draaiende steen.
- Een vijl zonder heft gebruik je niet.
- Een droge draaiende slijpsteen verhit de snede en kan uit elkaar springen wordt getoetst; alleen met water, kap en korte halen.
- Een geslepen bijl of zeis nooit onbedekt laten staan waar kinderen lopen; blad omlaag en afgedekt.
Als je iets mist
| № | Mis je | Gebruik dan |
|---|---|---|
| 1 | Wetsteen | Een platte, fijne zandsteen of rivierkei, de onderkant van een geglazuurde koffiemok (ongeglazuurd ringetje), schuurpapier op een glasplaat wordt getoetst |
| 2 | Fijne steen | Nat schuurpapier van korrel 600 tot 1200 op een plank, of alleen een strop met polijstpasta wordt getoetst |
| 3 | Strop | Een oude leren riem, een stuk karton met tandpasta, de binnenkant van een leren laars (11.10 Leer looien) |
| 4 | Vijl | Een grove steen en meer tijd; vijlen uit afval: 10.02 Gereedschap om te slopen |
| 5 | Hoekhulp | Vouw de rechte hoek van een vel papier dubbel (45 graden) en nog eens (22,5) en nog eens (ongeveer 11) en gebruik dat als maatje |
| 6 | Bankschroef | Twee lijmklemmen op een tafel, een blok met een zaagsnede waarin het blad klemt, iemand die vasthoudt met handschoenen (alleen bij de steen, niet bij de vijl) |
| 7 | Haarhamer en haarspit | Een kleine hamer met gladde baan en de kop van een zware bout in een blok; oefen op plaatstaal wordt getoetst |
| 8 | Zaagzetter | Een smalle platte tang met een stukje tape als aanslag, of een spijker in een plank als zetstaal; weinig per keer wordt getoetst |
| 9 | Olie voor de oliesteen | Petroleum of naaimachineolie, in nood water met een druppel afwasmiddel wordt getoetst |
Achtergrond
Slijpen is slijtage met opzet: de korrels van steen of vijl schrapen staal weg tot twee vlakken elkaar in een lijn raken wordt getoetst. De braam ontstaat omdat de allerlaatste rand staal niet wordt weggeschraapt maar omgebogen van de steen af, zoals Science of Sharp beschrijft; daarom zie je hem pas als je bij de snede bent, en daarom moet hij weg. De hoek bepaalt het evenwicht tussen scherpte en sterkte: een kleine hoek snijdt met weinig kracht, maar het dunne staal buigt of brokkelt; een grote hoek houdt lang, maar wigt in plaats van te snijden. Een tweede, iets steiler vlakje aan de snede (2 tot 5 graden steiler volgens Axminster) is snel bij te slijpen. Fine Woodworking kiest liever één vlak, omdat bijslijpen dan makkelijker is. Een bijl krijgt een bolle overgang, die sterker is dan een rechte (Gränsfors Bruks). Een zaag heeft zetting omdat anders het blad in zijn eigen snede klemt (Miller). Hitte maakt gehard staal zachter (Gränsfors Bruks). Bewijs: beitel 25 graden met tweede vlak 27 tot 30, schaafmes 25 B (Axminster-handleiding; Fine Woodworking noemt 25 tot 30). Mes 15 tot 20 graden per zijde B (fabrikantenopgaven in het Tormek-overzicht, Zwilling). Bijl 25 tot 30 graden per zijde aan de snede C (past bij het vlakje van 25 tot 32 uit de Forest Service-opgave, alleen indirect gelezen); wang 17 tot 21 per zijde C (Sharpening Handbook, 34 tot 42 totaal). Schaarhoeken C (Work Sharp, één handelsbron). Zeis: wetten elke paar minuten onder 45 graden, haren naar behoefte C (Sensenwerk, één handelsbron). Volgorde bij een trekzaag en zetting 0,25 tot 0,38 mm B (Miller, via herdruk). Bot gereedschap gevaarlijker C voor messen (HSE geeft de maatregel zonder meting), C voor bijlen (Gränsfors Bruks). Braam B (Science of Sharp, fysische beschrijving). Oververhitting B (Gränsfors Bruks). Water- en oliegebruik en vlakken C (vakpraktijk).
Volgende niveau
Op niveau II richt je een slijphoek in de werkplaats in: een vaste bank met bankschroef, stenen in een bak water, een wiel op een trapas of met de hand gedraaid en water erbij, een hoekmal van hout per gereedschap, en een rooster wie wanneer welk gereedschap nakijkt (09.09 Gereedschap onderhouden). Leer vijlen en zetten op een oude zaag voor je de goede aanpakt (VK.C10 Een zaag scherpen en zetten), en haar een zeis onder begeleiding. Leer een lepel snijden met een echt scherp mes om te voelen wat scherp is (VK.H05 Een lepel snijden). Op de lange termijn maak je zelf slijpstenen van zandsteen en vijlen uit oud staal wordt getoetst (09.12 Smeden: de basis).
Controlelijst
- Ik ken de slijphoek van mijn mes, bijl, beitel en zaag en slijp in de hoek die erin zit.
- Ik zet het gereedschap vast met de snede van mij af en vijl nooit zonder handschoen en vingerbeschermer.
- Ik slijp tot ik een braam voel over de hele lengte, draai dan om, en haal de braam er afwisselend licht af.
- Ik houd een watersteen nat en een oliesteen geolied en vlak ze als ze hol worden.
- Ik strop met de snede naar achteren en test op papier, nooit met mijn duim langs de snede.
- Ik weet dat bot gereedschap meer kracht vraagt en makkelijker uitschiet, en slijp daarom vaak en kort.
- Ik zet een zaag alleen zoveel als nodig is om klemmen te voorkomen en vijl elke tand evenveel.
Verantwoording
- Axminster Tools: Micro Bevel Guide manual (105427): beitels 12 tot 50 mm 25 graden met 27 tot 30, smalle beitels 30 met 32 tot 35, paring 20, hakbeitels 30 zonder tweede vlak, schaafmessen 25, tweede vlak 2 tot 5 graden steiler, stenen vlak houden, veel water.
- Fine Woodworking: A Sharpening Strategy Beyond a Sharp Edge: schaafmessen 25 tot 30 graden naar staal, paringbeitels 20, bankbeitels 30, voorkeur voor één vlak.
- Tormek: Knife sharpening angles, manufacturer's recommendations: opgaven per zijde: Wüsthof 14, Victorinox 15 tot 20, Global 10 tot 15, Shun 16.
- Zwilling: How to sharpen your knives: ongeveer 15 graden, santoku en Miyabi 9 tot 12, steen ongeveer vijf minuten in water, braam na ongeveer vijf halen.
- Sharpening Handbook: Axes & Hand Axes: totale hoeken: velbijl 35, algemeen 25 tot 30, Forest Service 34 tot 42 met een tweede vlak van 8 tot 11 graden; verwijst naar de handboeken van de Forest Service.
- Gränsfors Bruks: Resharpening: vorm behouden, aan beide kanten evenveel, steen met water of olie in draaiende beweging, braam wegslijpen, niet oververhitten en vaak koelen, bolle snede sterker, scherpe bijl schiet minder uit.
- USDA Forest Service: An Ax to Grind (1999) (niet ingezien, alleen zoekresultaat): dubbelbijl rond 18 graden, boven 45 graden slecht hakken.
- Warren Miller: Crosscut Saw Sharpening (herdruk uit het Crosscut Saw Manual, Mother Earth News): volgorde schoonmaken, rechten, richten, schrapers, vijlen, zetten; 0,010 inch als begin, ongeveer 0,015 inch voor een zware afkortzaag, tot 0,030 inch in zacht hout; alleen zoveel zetten als nodig; te veel zetting kost werk en laat de zaag weglopen.
- USDA Forest Service Tech Tip over het zetten van trekzagen (2002) (niet ingezien, alleen zoekresultaat): zetting ongeveer 0,012 tot 0,015 inch.
- Sensenwerk: Sharpening the Scythe – Peening and Sharpening: wetten om de paar minuten, haren naar behoefte, steen onder ongeveer 45 graden ten opzichte van de punt, te steil maakt bot, steen in water, oefenen op oud blad of plaatstaal.
- Science of Sharp: What is a burr? Part 3: een braam ontstaat doordat de rand van de steen af buigt, een dunne braam rolt om, mes ongeveer 13 tot 17 graden per zijde, scheermes ongeveer 8.
- Work Sharp: How to sharpen scissors: gewone scharen 40 tot 45 graden, slijp de schuine kant.
- HSE: Safe use of knives in the kitchen: messen scherp houden als maatregel tegen snijwonden, zonder uitleg waarom. De kaarten VK.C05 Een bijl slijpen en VK.C10 Een zaag scherpen en zetten zijn gevolgd voor vijlrichting, handschoen, vingerbeschermer, geharde tanden en de volgorde bij een handzaag; ze zijn zelf ongetoetst. Niet met een gelezen bron onderbouwd en daarom gemarkeerd: bijlhoeken per zijde (de opdracht noemde 25 tot 30; gelezen bronnen geven totale hoeken of een smal vlakje, en 25 tot 30 per zijde over de hele wang is door geen bron gesteund), de 45-gradengrens, korrelgetallen, noodstenen en schuurpapier, strop-pasta's en stroprichting, de stifttest, vlakken op beton of glas, belletjes in de watersteen, olie en glazuren, het aantal afwisselende halen, papiertest, haren zonder spit, hoe een braam voelt, het mechanisme waardoor een bot mes gevaarlijker is, de veiligheidsbril, kap en springende stenen, en de geïmproviseerde zetters. VK.C05 Een bijl slijpen noemt velbijl 25 en kloofbijl 30 tot 35 zonder te zeggen of dat per zijde of totaal is; dat moet bij de toets worden rechtgezet. Miller zet na het vijlen, VK.C10 Een zaag scherpen en zetten ervoor. Getoetst door: nog niet.