Het Nulpunt, startpagina
  1. Home
  2. Kennis
  3. Onderdak, vuur & warmte
  4. Kleding en schoenen herstellen

Hoofdstuk · Onderdak, vuur & warmte

Kleding en schoenen herstellen

Wat je nu draagt, moet jaren mee

Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.

Gevaar · Voeten die het verkeerd doen Een kleine voetwond kan zonder ziekenhuis iemand het been kosten. Neem elke voetwond serieus.

  • Zwart, grijs of paars weefsel, een rottende geur of koorts bij een voetwond betekent ernstig weefselverlies of een zware infectie. Dit vraagt de meest ervaren zorger van je groep, zie 07.07 Infecties en antibiotica.
  • Warm bevroren of koude, gevoelloze voeten nooit op aan vuur of kachel. Ze voelen de hitte niet en verbranden.
  • Prik een blaar nooit open met een vuile naald, en knip het dak er nooit af als het nog heel is.
  • Gebruik geen contactlijm in een dichte ruimte. De dampen geven hoofdpijn, zijn brandbaar en zijn schadelijk bij lang inademen.
Een vrouw stopt een wollen sok over een houten lepel terwijl een jongen een losse zool aan een wandelschoen naait, aan een keukentafel met naalden en leer.
Gegenereerd beeld, geen praktijkfoto.

Waarom dit telt

Er komen geen nieuwe kleren en schoenen meer binnen. Wat je nu draagt, moet jaren mee, terwijl je harder werkt dan ooit: sjouwen, graven, hout hakken, kilometers lopen. Je voeten zijn je vervoer: wie door een ontstoken blaar of rotte voeten niet kan lopen, kan niet werken, niet halen en niet vluchten.

Als er nog hulp is Laat een voet met rode strepen, koorts of zwarte plekken nu nog door een arts beoordelen. Leg zolang het kan een voorraad sterke naalden, garen, veters en een tweede paar stevige schoenen per persoon aan.

Eerst doen

  1. Tel per persoon de sokken, schoenen, broeken en jassen. Schrijf het op en noteer wat al kapot is.
  2. Verzamel al het naaigerei uit het huis en de buurt in één doos.
  3. Herstel elke scheur dezelfde dag. Een gat van 1 cm kost twee minuten, een gat van 10 cm een uur.
  4. Droog natte sokken en schoenen elke avond. Niemand slaapt in natte sokken.
  5. Bekijk elke avond ieders voeten, ook die van kinderen en ouderen.
  6. Wijs één persoon aan die het naaigerei beheert en de anderen de basissteken leert.

Wat je nodig hebt

Naaigerei: wat en waar

  • Naalden in drie maten: fijn, middel, en dik met groot oog voor wol en leer. Zoek in naaidozen, hotelsetjes en kringloopwinkels.
  • Garen: katoen en polyester. Sterker: tandzijde zonder smaak, nylon visdraad, de binnendraadjes van paracord.
  • Bijenwas of een kaarsstompje. Gewaste draad knoopt minder en slijt trager.
  • Vingerhoed en een priem: slijp een spijker van 5 cm vierkant en zet hem in een houten handvat.
  • Stoppaddenstoel: een houten lepel, een gloeilamp of een gladde steen.
  • Scherpe schaar, tornmesje, spelden, krijt of zeep om af te tekenen.
  • Herstelmateriaal: oude kleding als lappen, leer uit banken en tassen, binnenbanden, buitenbanden, oude schoenen als zooldonor, contactlijm, veters.

Werkwijze

Slijtage beperken

Kleding slijt nu sneller dan je gewend bent. Je draagt elk kledingstuk vaker, je werk is zwaarder en vuiler en je wast met de hand. Elke slijtage die je voorkomt, hoef je niet te herstellen.

  1. Draag werkkleding over je goede kleding: een oude overall, een schort van zeildoek.
  2. Versterk knieën, ellebogen en zitvlak met een verstelstuk voordat er een gat zit.
  3. Was minder vaak. Lucht kleding uit en borstel opgedroogde modder eraf. Wassen en wringen slijten meer dan dragen.
  4. Droog kleding op minstens 1 meter van vuur of kachel. Synthetisch smelt, leer barst, wol vilt.
  5. Wissel schoenen om de dag als je twee paar hebt. Een schoen heeft 24 uur nodig om te drogen.
  6. Bewaar wol schoon, droog en dicht verpakt tegen motten. Ceder of lavendel helpt hooguit een beetje (bewijs C).

Naaien, stoppen en verstellen

Alles begint met vijf steken, zie VK.G01 Vijf basissteken met de hand. Gebruik de draad dubbel voor knopen, leer en naden die trekkracht krijgen, enkel voor zomen en fijne stof. Naai bij daglicht; bij kaarslicht naai je scheef. Gebreide stof (sokken, truien) stop je: je weeft een nieuw stukje stof over het gat, zie VK.G02 Een sok stoppen. Geweven stof (broeken, jassen) verstel je met een lap, zie VK.G03 Een verstelstuk zetten.

  • Stop een dunne plek al voordat er een gat in zit. Je ziet hem als je de sok tegen het licht houdt.
  • Neem een lap van dezelfde dikte als de kleding en laat hem 2 tot 3 cm buiten de beschadiging uitsteken.
  • Was een nieuwe lap katoen eerst, anders krimpt hij later en trekt de reparatie scheef.

Ritsen en knopen

Een rits gaat meestal stuk aan het schuifje, niet aan de tanden. Springt de rits achter het schuifje open, dan is het schuifje opengebogen.

  1. Zet een tang op de achterkant van het schuifje. Knijp één zijkant een heel klein beetje dicht, daarna de andere. Test na elke kneep.
  2. Maak een stroeve rits glad met potloodgrafiet, kaarsvet of droge zeep.
  3. Naai bij een ontbrekende stopper acht steken dwars over de bovenste tanden.
  4. Haal bij een echt kapotte rits een rits uit afgedankte kleding. Tor de oude los, speld de nieuwe vast en naai hem met een stiksteek op 3 mm van de tanden. Een losse knoop zet je direct vast, zie VK.G04 Een knoop aanzetten en een knoopsgat maken. Geen knopen meer? Snijd een knevel van 4 cm uit een twijg van een vinger dik, kerf een groef in het midden en naai hem daar vast. Maak aan de overkant een lus van koord.

Schoenen herstellen

Kijk eerst waar de schoen kapot is: bovenwerk, naad, zool of hak. Herstel altijd het kleinste probleem eerst, want een losse naad wordt binnen een week een losse zool.

  • Losse naad in het bovenwerk: naai hem dicht met een zadelsteek. Prik gaatjes op 5 mm van elkaar, in de oude gaatjes als dat kan. Neem een draad van vier keer de naadlengte met aan elk eind een naald. Steek beide naalden door hetzelfde gat, elk van een andere kant, en trek beide even strak. Herhaal in elk gat. Breekt er één steek, dan houdt de rest.
  • Losse of versleten zool: zie VK.G05 Een schoenzool herstellen.
  • Scheef gesleten hak: plak laagjes rubber of leer op de versleten kant tot de hak weer recht staat. Een scheve hak geeft binnen weken pijn in knie en heup.
  • Leer verzorgen: droog natte leren schoenen langzaam met proppen papier of stro erin, ver van het vuur. Vet ze droog in met talg, bijenwas of wolvet.
  • Veters: snijd een rond stuk leer vanaf de rand in een spiraal naar binnen, 4 mm breed.

Eenvoudige schoenen maken

Een schoen maken zoals een schoenmaker dat doet, kost maanden oefening en een leest. Drie eenvoudige ontwerpen lukken iedereen.

  • Sandalen van een autoband: sterk, jaren houdbaar en geschikt voor droog weer. Zie VK.G06 Sandalen maken van een autoband.
  • Rimpelmocassin van leer: teken je voet op leer van 2 tot 3 mm dik en teken er een ovaal omheen met 5 cm marge, 7 cm bij de hiel. Knip het uit. Prik op 2 cm van de rand elke 2 cm een gaatje. Rijg er een veter door, zet je voet erin en trek aan tot het leer rond je voet rimpelt. Knoop op de wreef. Naai er later een rubber zool onder.
  • Gevlochten zolen: vlecht een koord van jute van 1 cm dik, rol het in een ovaal van je voetmaat en naai de windingen door en door aan elkaar. Op natte grond slijt zo'n zool snel.
  • Klompen zijn het beste antwoord op natte grond, maar uithollen vraagt speciaal gereedschap en jaren oefening.

Voetverzorging

Voeten krijgen elke dag aandacht, net als eten en water.

  1. Was je voeten elke avond en droog ze helemaal, vooral tussen de tenen.
  2. Kijk naar blaren, rode plekken, kloven, witte verweekte huid en ingroeiende nagels. Kijk mee bij wie slecht ziet of slecht buigt.
  3. Wissel sokken minstens één keer per dag, twee keer als ze nat worden.
  4. Behandel blaren volgens VK.G07 Blaren voorkomen en verzorgen en natte voeten volgens VK.G08 Natte voeten (loopgraafvoet) voorkomen. Voetschimmel: jeukende, witte, schilferige of gebarsten huid tussen de tenen. Schimmel groeit in warmte en vocht. Was en droog de voeten twee keer per dag, laat ze in de zon drogen, was sokken zo heet als ze kunnen hebben en gebruik een eigen handdoek. Een voetbad van 1 deel azijn op 2 delen water, 15 minuten per dag, wordt veel gebruikt wordt getoetst (bewijs C). Nagelschimmel gaat zonder medicijnen zelden weg; houd de nagel kort en droog. Nagels: knip teennagels recht af, niet korter dan de teentop. Bij een ingroeiende nagel: week de voet 15 minuten in warm water, til de hoek voorzichtig op en schuif er een plukje schone watten onder. Vervang dat elke dag tot de nagel eroverheen groeit. Eelt en kloven: vijl dik eelt na het voetbad af met een puimsteen. Vet kloven elke avond in met talg of wolvet. Gevoelloze voeten: wie suikerziekte heeft, merkt een wond pas als hij ontstoken is. Bekijk die voeten elke dag extra goed, zie 07.12 Chronische ziekten zonder apotheek.

Zo weet je dat het werkt

  • Naden en verstelstukken houden na een week werk zonder dat er draadjes losspringen.
  • Gestopte sokken voelen glad onder de voet, zonder bobbels.
  • Schoenen zijn 's ochtends droog en lekken niet bij de zool.
  • Voeten zijn 's avonds roze en droog, zonder witte verweekte plekken tussen de tenen.
  • Na een dagmars van 20 km heeft niemand open blaren.

Zo weet je dat het misgaat

  • De draad breekt steeds: hij is te dun, te oud of verrot. Gebruik hem dubbel, wrijf hem in met bijenwas of stap over op tandzijde of visdraad.
  • Een verstelstuk scheurt langs de rand: de lap is te dik of te klein. Zet een grotere lap van dezelfde dikte en naai verder van de rand van het gat.
  • De zool laat weer los na een week: het oppervlak was vet, nat of glad. Schuur beide kanten ruw, ontvet ze en naai de zool er ook aan vast.
  • Een blaar wordt rood, warm, dik of gaat pussen, of er loopt een rode streep omhoog: de wond is ontstoken. Stop met lopen, houd de voet hoog en ga naar 07.03 Wonden reinigen en sluiten.
  • Voeten zijn na een natte dag wit, gezwollen, koud en gevoelloos: dit is het begin van loopgraafvoet. Volg direct VK.G08 Natte voeten (loopgraafvoet) voorkomen.
  • Iemand loopt met pijn in knie of heup: kijk naar de hakken. Een scheef gesleten hak bouw je op.

Gevaar · Voeten die het verkeerd doen Een kleine voetwond kan zonder ziekenhuis iemand het been kosten. Neem elke voetwond serieus.

  • Zwart, grijs of paars weefsel, een rottende geur of koorts bij een voetwond betekent ernstig weefselverlies of een zware infectie. Dit vraagt de meest ervaren zorger van je groep, zie 07.07 Infecties en antibiotica.
  • Warm bevroren of koude, gevoelloze voeten nooit op aan vuur of kachel. Ze voelen de hitte niet en verbranden.
  • Prik een blaar nooit open met een vuile naald, en knip het dak er nooit af als het nog heel is.
  • Gebruik geen contactlijm in een dichte ruimte. De dampen geven hoofdpijn, zijn brandbaar en zijn schadelijk bij lang inademen.

Als je iets mist

№Mis jeGebruik dan
1GarenTandzijde, visdraad, uitgehaalde draad uit een trui
2BijenwasKaarsvet, talg of een stukje zeep
3VingerhoedEen stukje dik leer, een muntstuk onder je duim
4Lap stofDe onderkant van een overhemd, een zak van een andere broek
5ContactlijmZadelsteek met gewaste draad, kleine spijkertjes in een dikke hak, harslijm voor kleine stukken (VK.H09 Harslijm maken)
6ZoolrubberEen zool van een afgedankte schoen, een buitenband, een rubber deurmat, dik leer
7SokkenVoetdoeken: een vierkante lap wol of flanel van 40 bij 40 cm, diagonaal om de voet gevouwen
8VoetpoederFijn gezeefde houtas mag niet: die is bijtend. Gebruik droge maïzena of alleen goed drogen

Achtergrond

Stof slijt door wrijving, zweet, zonlicht en hitte. Wrijving schuurt vezels dun, zweet maakt katoen bros, zonlicht breekt synthetische vezels af en hitte laat wol vilten en leer verharden. Een verstelstuk verdeelt de kracht over een grotere, gezonde plek; daarom moet de lap groter zijn dan het gat en even dik als de stof. Wol is het beste materiaal voor sokken als je vaak nat wordt: de vezel neemt veel vocht op en voelt dan nog warm. Katoen wordt nat koud en zwaar en schuurt blaren. Een blaar ontstaat als de huid steeds heen en weer schuift over wat eronder zit; vocht maakt de huid zacht en versterkt dat. Bij loopgraafvoet trekken de bloedvaten in koude, natte voeten zo lang samen dat het weefsel zuurstof tekort komt.

Volgende niveau

  • Richt een hersteltafel in voor de hele gemeenschap, met naaigerei, lappen, leer en vaste uren.
  • Leer garen en stof zelf maken: 09.16 Spinnen, breien en weven. Looi leer voor zolen en veters: 11.10 Leer looien.
  • Zoek een trapnaaimachine. Die naait tien keer sneller dan je hand en gaat met olie en zorg tientallen jaren mee.

Controlelijst

  • Elke persoon heeft minstens drie paar sokken, bij voorkeur van wol.
  • Er is één gedeelde naaidoos met naalden in drie maten, sterk garen, bijenwas en een priem.
  • Scheuren en losse knopen worden dezelfde dag hersteld.
  • Natte schoenen en sokken drogen elke nacht, op veilige afstand van het vuur.
  • Iedereen kijkt elke avond naar zijn voeten; kinderen en ouderen worden geholpen.
  • Teennagels worden recht geknipt.
  • Er is een voorraad zoolrubber, leer en veters.

Verantwoording

Traditionele kleermakers en schoenmakerspraktijk zoals beschreven in oude handboeken voor huishoudkunde en leerbewerking; voetzorgrichtlijnen van legers en wandelbonden over blaren, voetschimmel en loopgraafvoet. Getoetst door: nog niet.

Open in de app en bewaar offline