Vaardigheid · Geneeskunde zonder ziekenhuis
Ontwrichting herkennen en vastleggen
Een gewricht uit de kom stilleggen en bewaken
Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.
Gevaar · Terugzetten is voor getrainden Een getrainde persoon kan een schouder, vinger of knieschijf vaak terugzetten, het liefst binnen het eerste uur, voordat de spieren verkrampen. Er bestaan technieken met namen als de externe rotatie methode en de Cunningham methode voor de schouder wordt getoetst. Deze kaart leert ze niet aan. Probeer het niet zonder training. Je kunt zenuwen en bloedvaten scheuren of een breuk verschuiven. Is hand of voet koud, wit of zonder pols, dan gaat het weefsel binnen enkele uren verloren wordt getoetst. Dan moet de getrainde persoon in de groep beslissen. Heup en elleboog zet een leek nooit terug.

Waarvoor
Bij een ontwrichting schiet een gewricht uit de kom: meestal een schouder, een vinger, een knieschijf of een elleboog. Het doet veel pijn en kan zenuwen en bloedvaten afknellen. Je taak: herkennen, stilleggen in de houding waarin het ligt, en de bloedsomloop voorbij het gewricht bewaken.
Wat je nodig hebt
- Een mitella of driehoeksdoek, plus een brede das om de arm tegen de romp te binden.
- Opvulling: handdoeken, kleding, een opgerolde deken.
- Spalkmateriaal: karton, plankjes, een opgerold tijdschrift.
- Koud water en een doek.
- Pen en papier.
Stappen
- Herken de ontwrichting. Vergelijk altijd met de andere kant:
- Schouder: de schouder ziet er hoekig uit, met een deuk onder het schouderpunt. De arm hangt iets van het lichaam af en de gewonde houdt hem vast met zijn andere hand. Hij kan zijn hand niet op de andere schouder leggen.
- Knieschijf: de knie staat gebogen en de knieschijf zit aan de buitenkant van de knie.
- Vinger: het gewricht staat in een knik of trap, de vinger is korter.
- Elleboog: de elleboog is vervormd en zit vast in een halve buiging.
- Ga ervan uit dat er ook iets gebroken kan zijn. Je ziet het verschil niet altijd.
- Haal direct ringen, horloges en armbanden af. Na een uur lukt dat niet meer door de zwelling.
- Controleer voorbij het gewricht: pols, kleur, warmte, gevoel en of hij vingers of tenen kan bewegen. Schrijf het op met de tijd.
- Laat de gewonde zelf de houding kiezen met de minste pijn. Leg het gewricht in die houding vast. Duw of trek nergens aan.
- Schouder: vul de ruimte tussen arm en romp op met een opgerolde handdoek, hang de arm in een mitella en bind hem met een brede das tegen de romp.
- Knie of elleboog: ondersteun met een opgerolde deken in de gevonden hoek, en spalk aan beide kanten van het gewricht.
- Koel twintig minuten met een koude natte doek, niet direct met ijs op de huid wordt getoetst.
- Controleer in het eerste uur elke vijftien minuten de bloedsomloop voorbij het gewricht.
- Pijnstilling: zie 07.11 Pijn en pijnstilling en de doseertabel die een arts voor dit boek opstelt wordt getoetst.
Zo controleer je het
- Hand of voet blijft warm en roze, met een voelbare pols.
- De pijn neemt af nu het gewricht stil ligt.
- De gewonde voelt aanraking aan de vingers of tenen.
Veelgemaakte fouten
- Even proberen het terug te zetten.
- Aan een arm trekken om de gewonde overeind te helpen.
- Ringen laten zitten.
- De bloedsomloop niet controleren na het vastleggen.
- Het gewricht recht spalken terwijl het krom stond.
Gevaar · Terugzetten is voor getrainden Een getrainde persoon kan een schouder, vinger of knieschijf vaak terugzetten, het liefst binnen het eerste uur, voordat de spieren verkrampen. Er bestaan technieken met namen als de externe rotatie methode en de Cunningham methode voor de schouder wordt getoetst. Deze kaart leert ze niet aan. Probeer het niet zonder training. Je kunt zenuwen en bloedvaten scheuren of een breuk verschuiven. Is hand of voet koud, wit of zonder pols, dan gaat het weefsel binnen enkele uren verloren wordt getoetst. Dan moet de getrainde persoon in de groep beslissen. Heup en elleboog zet een leek nooit terug.
Oefenen Zoek bij elkaar de pols aan de duimkant van de pols, bovenop de voet, en achter de binnenenkel. Leg bij elkaar een schouder vast met mitella en das, en een knie in een gebogen spalk.
Proeve Je vindt binnen tien seconden de pols bij de pols en bovenop de voet van een oefenpartner. Je legt binnen twee minuten een schouder vast met opvulling, mitella en das, en controleert daarna hardop de bloedsomloop.