Het Nulpunt, startpagina
  1. Home
  2. Kennis
  3. Materialen & gereedschap
  4. Klei en aardewerk

Hoofdstuk · Materialen & gereedschap

Klei en aardewerk

Potten, vaten en pannen uit de grond onder je voeten

Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.

Gevaar · Lood, stof en vuur

  • Gebruik nooit glazuur met lood en gebruik geen oud geglazuurd sieraardewerk van onbekende herkomst voor zuur of vet voedsel. Lood lost op in azijn, wijn, zuurkool en vruchten en vergiftigt langzaam, vooral kinderen.
  • Droog kleistof bevat fijn kwarts dat je longen beschadigt. Veeg nat, schuur niet droog binnenshuis.
  • Een pot kan in het vuur ontploffen. Blijf het eerste uur op 3 meter afstand.
  • Stook niet bij droog, winderig weer. In een droge lente of zomer kan één vonk heide, duin of bos in brand zetten.
Op de kleioever van een rivier gloeit in de schemering een kuilvuur onder gebroken dakpannen; ernaast staan ongebakken potten en strijkt een oudere vrouw een pot glad met een kiezel.
Gegenereerd beeld, geen praktijkfoto.

Waarom dit telt

Plastic bakken breken, emmers scheuren en blikken roesten. Klei ligt in grote delen van Nederland gewoon onder de grond. Met klei, vuur en geduld maak je kookpotten, voorraadvaten tegen muizen, waterkruiken die vanzelf koelen, lampjes en dakpannen.

Als er nog hulp is Volg zolang het kan een cursus pottenbakken en neem een zak pottenbakkersklei mee naar huis om op te oefenen. Leer van een pottenbakker hoe jouw plaatselijke klei zich gedraagt.

Eerst doen

  1. Verzamel kapotte bloempotten, dakpannen en bakstenen. Vermalen zijn ze je magering.
  2. Zoek drie plekken waar klei aan de oppervlakte komt en neem van elk een emmer mee.
  3. Test elke klei met VK.H02 Klei vinden en testen.
  4. Maak eerst kleine knijppotjes en bak die. Zo leer je je klei kennen zonder veel werk te verliezen.
  5. Kies een stookplek: vlak, kaal, 3 meter vrij van alles wat kan branden, beschut tegen wind.
  6. Houd een logboek bij: welke klei, welke magering, hoe lang gedroogd, hoe gestookt, wat er brak.

Wat je nodig hebt

  • Klei, water, emmers, een zeef of fijn gaas (horrengaas), oude lakens
  • Magering: fijn scherp zand, vermalen gebakken scherven of baksteen, gehakt stro
  • Gereedschap: een mes, een lepel, een stukje ijzerdraad met twee houtjes om klei te snijden, een glad steentje om te polijsten, een stukje hard karton of schelp als schraper
  • Een plank of draaibaar plateautje om op te werken
  • Brandhout: veel droog kleinhout, zaagsel, takken en een paar armdikke stukken
  • Golfplaat, oude dakpannen of scherven om het vuur af te dekken

Werkwijze

Klei vinden

  • Rivierklei langs de grote rivieren en in uiterwaarden; zeeklei in Zeeland, Groningen en Friesland; keileem op de zandgronden in het noorden en oosten, vaak met steentjes. Klei zit vaak onder de bovenste 30 tot 50 cm zwarte grond, zichtbaar in slootkanten, bouwputten en bij omgevallen bomen.
  • Zeeklei bevat vaak kalk en schelpresten wordt getoetst.
  • Klei plakt als hij nat is, glanst onder je duim en barst in droge zomers in tegels.

Klei testen en klaarmaken

Test elke nieuwe klei voordat je er een week werk in steekt, zie VK.H02 Klei vinden en testen. Let vooral op drie dingen: is hij plastisch genoeg, krimpt hij niet te veel, en zit er kalk in.

  1. Droog de klei en breek hem in stukjes zo groot als een walnoot.
  2. Strooi de stukjes in een emmer water. Laat ze een dag uit elkaar vallen.
  3. Roer tot een dikke soep en giet die door een zeef of horrengaas. Steentjes, wortels en kalkkorrels blijven achter.
  4. Laat de soep een dag bezinken. Schep het heldere water eraf.
  5. Giet de natte klei op een laken over een laag bakstenen of in een doek die je ophangt. Laat hem drogen tot hij niet meer aan je handen plakt.
  6. Kneed de magering erdoor (zie hieronder).
  7. Kneed de klei 5 minuten als brooddeeg om luchtbellen eruit te werken. Snijd een kluit door met het draadje: in het snijvlak mogen geen gaatjes zitten.
  8. Bewaar klei in een emmer met een natte doek erover.

Magering

Pure klei krimpt sterk en barst bij drogen en stoken. Magering is grof materiaal dat niet krimpt. Het geeft de klei een skelet en laat stoom ontsnappen.

  • Meng ongeveer 1 deel magering op 3 tot 4 delen klei wordt getoetst. Test met een paar proefstaafjes welke verhouding het beste werkt.
  • Gebruik voor kookpotten meer en grovere magering: tot 1 deel op 2 delen klei. Kookpotten moeten tegen snelle opwarming kunnen.
  • Gebakken scherven (chamotte) zijn het beste. Sla bloempotten of dakpannen fijn tot korrels van 0,5 tot 2 mm.
  • Fijn zand werkt goed. Gebruik geen kalkrijk schelpenzand bij stoken boven donkerrood vuur wordt getoetst.
  • Gehakt stro of gedroogde mest brandt weg en laat luchtgaatjes achter. De pot wordt lichter en beter bestand tegen hitte, maar ook zwakker en poreuzer.

Vormen

Er zijn drie handvormen. Een draaischijf komt later, zie Volgende niveau.

  • Knijppot: rol een bal zo groot als een sinaasappel. Duw je duim in het midden tot 1 cm van de bodem. Draai de bal in je hand en knijp de wand tussen duim en vingers dunner, rondje voor rondje, tot 6 tot 8 mm. Goed voor kommetjes, lampjes en proefstukjes.
  • Rollen: rol slierten klei en bouw ze rond op tot een pot, zie VK.H03 Een pot vormen met rollen. Hiermee maak je alles, van een beker tot een voorraadvat van 30 liter.
  • Plakken: rol klei uit tot een plak van 8 mm dik tussen twee latten, snijd vormen uit en zet ze aan elkaar. Kruis beide randen in met een vork, smeer er slib op (klei aangelengd met water tot yoghurt) en druk ze aan. Goed voor vierkante bakken en dakpannen. Houd de wanddikte overal gelijk, ook in de bodem.

Drogen

Bij drogen gaan de meeste potten verloren. Klei krimpt; droogt de ene kant sneller dan de andere, dan scheurt hij.

  1. Zet de pot op een plank in de schaduw, uit wind en zon.
  2. Dek hem de eerste twee dagen losjes af met een doek of plastic.
  3. Draai de pot elke dag een kwartslag. Zet hem na drie dagen op zijn kop als de rand stevig is.
  4. Polijst de pot als hij leerhard is: hij is stevig maar nog donker en koel. Wrijf met een glad steentje of de bolle kant van een lepel tot hij glanst. Gepolijste klei laat minder water door.
  5. Laat de pot daarna drogen tot hij botdroog is: lichter van kleur, overal even licht, niet koel tegen je wang. Reken op 1 week voor een kommetje en 3 weken of meer voor een groot vat wordt getoetst. In een warme, droge zomerweek gaat het sneller, maar droog dan ook in de schaduw.

Bakken

Een pot wordt pas aardewerk als de klei heet genoeg is geweest. Onder ongeveer 550 tot 600 °C verandert klei niet wordt getoetst: zet je hem daarna in water, dan valt hij weer uit elkaar. Daarboven wordt hij voorgoed hard. Een open vuur of kuil haalt 600 tot 900 °C wordt getoetst: genoeg voor bruikbaar aardewerk. Zie VK.H04 Aardewerk bakken in een kuil. De temperatuur zie je aan de gloed, in het donker of in de schaduw:

№Kleur van de gloedOngeveerWat er gebeurt
1Nog geen gloedonder 500 °CKlei is nog geen aardewerk
2Dof donkerrood550 tot 650 °CKlei wordt aardewerk
3Kersrood750 tot 850 °CGoed gebakken, sterker
4Oranje900 tot 1.000 °CGrens van kuil en open vuur, kalk wordt problematisch
5Geel tot witboven 1.100 °CAlleen in een goede oven

Alle temperaturen bij deze kleuren zijn schattingen wordt getoetst. Daglicht maakt gloed onzichtbaar: kijk bij schemer of met je hand boven je ogen. Test na het bakken een scherf of een mislukte pot: leg hem een nacht in water. Wordt hij niet zacht en kun je er geen klei van afschrapen, dan is hij goed gebakken.

Waterdicht maken

Laag gestookt aardewerk is poreus: het laat langzaam water door. Voor een waterkoeler is dat juist goed, voor een voorraadvat of kookpot niet.

  • Polijsten voor het bakken maakt de wand dichter (bewijs B).
  • Kookpotten: kook de eerste keer melk of dunne pap in de pot, of wrijf de warme pot in met melk. Eiwit en zetmeel vullen de poriën (bewijs C).
  • Koude vloeistoffen en droge voorraad: wrijf de nog warme pot (handwarm tot net te heet om aan te raken) aan de binnenkant in met bijenwas. Gebruik zo'n pot niet op het vuur.
  • Water en olie: een laagje dennenhars aan de binnenkant (VK.H09 Harslijm maken, zonder houtskool) maakt hem waterdicht. Het water smaakt naar hars.

Wat je ermee maakt

  • Kookpotten: rond van onder, dunne gelijke wand, veel grove magering. Zet ze nooit koud op een heet vuur: warm ze eerst naast het vuur op.
  • Voorraadvaten voor graan, bonen en gedroogd fruit: met een deksel dat precies past, of een stuk leer of doek erover gebonden. Muizen en ratten komen er niet door.
  • Terracotta koeler: zet een kleinere pot in een grotere, vul de ruimte met nat zand en leg een natte doek op de opening. Verdamping koelt de binnenpot enkele tot ruim tien graden onder de buitentemperatuur wordt getoetst, het best in droge, warme lucht. In vochtig Nederlands weer blijft het effect klein wordt getoetst. Een ongeglazuurde waterkruik koelt water op dezelfde manier. Zie ook 04.04 Koelen zonder stroom.
  • Olielampjes en spinschijven, zie VK.H08 Een olielamp maken en VK.H11 Spinnen met een handspindel.
  • Dakpannen: rol een plak van 1 cm dik en buig hem over een gladde boomstam van 15 cm doorsnede tot een holle pan. Kuilgestookte pannen zijn niet vorstbestendig: water trekt erin, bevriest en laat ze schilferen. Gebruik ze alleen onder een droge overkapping.

Zo weet je dat het werkt

  • Een gebakken pot klinkt helder als je er met je knokkel op tikt, niet dof.
  • Een scherf wordt na een nacht in water niet zacht.
  • Een kookpot overleeft tien keer koken zonder barsten.
  • Een voorraadvat met deksel houdt een seizoen lang muizen buiten.

Zo weet je dat het misgaat

  • De pot scheurt tijdens het drogen: hij droogt te snel of ongelijk. Dek hem langer af, draai hem vaker en maak de wand gelijkmatiger.
  • De pot knalt in het vuur: er zat nog water of een luchtbel in. Droog langer, warm langer voor en kneed beter.
  • Er springen dagen na het bakken stukjes uit de wand, met een wit korreltje in het midden: kalkkorrels in de klei. Zeef fijner, stook niet heter dan nodig of dompel de pot direct na afkoelen een uur in water wordt getoetst.
  • De pot valt in water uit elkaar of is zacht: niet heet genoeg gebakken. Stook langer en heter, met meer hout erbovenop.
  • Een kookpot barst op het vuur: te weinig magering, te dikke bodem of te snel opgewarmd.

Gevaar · Lood, stof en vuur

  • Gebruik nooit glazuur met lood en gebruik geen oud geglazuurd sieraardewerk van onbekende herkomst voor zuur of vet voedsel. Lood lost op in azijn, wijn, zuurkool en vruchten en vergiftigt langzaam, vooral kinderen.
  • Droog kleistof bevat fijn kwarts dat je longen beschadigt. Veeg nat, schuur niet droog binnenshuis.
  • Een pot kan in het vuur ontploffen. Blijf het eerste uur op 3 meter afstand.
  • Stook niet bij droog, winderig weer. In een droge lente of zomer kan één vonk heide, duin of bos in brand zetten.

Als je iets mist

№Mis jeGebruik dan
1Goede kleiTwee schrale kleisoorten mengen, of keileem zeven tot de steentjes eruit zijn
2ChamotteFijn zand, vermalen baksteen of gehakt stro
3Draadje om klei te snijdenVisdraad of gitaarsnaar met twee houtjes
4PolijststeenDe bolle kant van een metalen lepel, een glad stuk bot
5Dekplaat voor de kuilOude dakpannen, kapotte potten, golfplaat
6ThermometerDe kleur van de gloed en de watertest met een scherf

Achtergrond

Klei bestaat uit piepkleine plaatjes mineraal met water ertussen. Het water maakt klei kneedbaar. Bij drogen verdampt het water tussen de plaatjes en krimpt de klei. Bij stoken boven ongeveer 550 tot 600 °C verdwijnt ook het water dat in het kristal zelf zit: dan verandert klei voorgoed in aardewerk. Daarom wordt gebakken klei in water nooit meer zacht. Kalk (calciumcarbonaat) verandert boven ongeveer 750 °C in ongebluste kalk wordt getoetst. Die neemt daarna vocht op uit de lucht, zwelt op en drukt stukjes uit de wand. Magering werkt omdat de korrels niet krimpen: ze houden de vorm vast en vangen spanning op.

Volgende niveau

  • Bouw een eenvoudige oven van bakstenen met een stookgat onder en een rooster, voor 900 tot 1.000 °C wordt getoetst en minder verlies.
  • Bouw een trapdraaischijf voor snellere en dunnere potten.
  • Bak bakstenen en vorstbestendige dakpannen in een echte oven. Leer van mortel en kalk in 11.08 Mortel en kalkpleister.
  • Leer veilig glazuur zonder lood maken, met houtas en klei, bij hogere temperaturen.

Controlelijst

  • Elke kleivindplaats is getest op plasticiteit, krimp en kalk.
  • Er is een voorraad magering van gebakken scherven of zand.
  • Potten drogen langzaam in de schaduw en zijn botdroog voor ze in het vuur gaan.
  • Elke pot wordt een uur voorgewarmd naast het vuur.
  • Niemand gebruikt loodglazuur of oud geglazuurd sieraardewerk voor zuur voedsel.
  • De stookplek is 3 meter vrij en wordt niet gebruikt bij droog, winderig weer.
  • Er is een logboek van elke stook.

Verantwoording

Praktijk van pottenbakkers en archeologen die prehistorisch aardewerk nabouwen en in kuilen stoken; algemene keramiekkennis over krimp, magering en kalk. Getoetst door: nog niet.

Open in de app en bewaar offline