Het Nulpunt, startpagina
  1. Home
  2. Kennis
  3. Materialen & gereedschap
  4. Spinnen met een handspindel

Vaardigheid · Materialen & gereedschap

Spinnen met een handspindel

Van een pluk wol naar een sterke draad

Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.

VK.H11: gedetailleerde onderdelenplaat voor spinnen met een handspindel, met legenda en detailaanzichten.
Gegenereerd beeld, geen praktijkfoto.

Waarvoor

Een handspindel is een stok met een gewicht. Hij kost niets, past in je zak en maakt van wol of vlas draad om te breien, weven en stoppen.

Wat je nodig hebt

  • Spindel: een rechte stok van 25 tot 30 cm, 8 tot 10 mm dik. Een houten schijf van 5 tot 8 cm doorsnede met een gat, zo dat de spindel 30 tot 50 g weegt wordt getoetst. Een haakje van ijzerdraad of een gebogen spijkertje bovenin de stok.
  • Een voorgaren: 50 cm stevig wol of katoengaren.
  • Gewassen en gekaarde wol, het liefst als rolag.

Stappen

De spindel maken

  1. Schuif de schijf strak op de stok, 5 cm onder de bovenkant. Klem hem vast met een beetje lijm of een wigje.
  2. Draai het haakje bovenin het uiteinde. Vijl het glad.

Beginnen

  1. Knoop het voorgaren vast om de stok direct onder de schijf. Wind het drie keer om de stok, leid het over de rand van de schijf en haal het door het haakje.
  2. Rafel het vrije eind 3 cm uit. Leg er 3 cm wol overheen en houd dat vast tussen duim en wijsvinger van je linkerhand.

Parkeren en uittrekken (de beginnersmethode)

  1. Draai de stok met de rechterhand met de klok mee (gezien van boven). Laat de spindel draaien tot de draai in het voorgaren tot je vingers loopt.
  2. Klem de spindel tussen je knieën zodat hij stilstaat.
  3. Knijp met je rechterhand vlak boven het voorgaren. Trek met je linkerhand de wol 5 cm terug omhoog. De vezels schuiven uit elkaar tot een dun waaiertje.
  4. Laat de knijp van je rechterhand los. De draai loopt omhoog in de uitgetrokken vezels en maakt er draad van.
  5. Herhaal stap 7 en 8. Geef de spindel een nieuwe draai als de draai op is.
  6. Laat de draai nooit voorbij je linkerhand in de voorraad wol lopen.

Opwinden

  1. Haal de draad uit het haakje en van de rand. Wind hem kruislings op de stok onder de schijf, in een kegel. Houd 30 cm over en leid hem weer over de rand door het haakje.

Aanzetten en twijnen

  1. Is de wol op, rafel dan het eind van de draad 5 cm uit, leg nieuwe wol erover en spin door.
  2. Wind voor getwijnd garen twee spindels vol. Knoop de twee draden samen aan het voorgaren en draai de spindel tegen de klok in. Laat de twee draden om elkaar heen lopen.

Zo controleer je het

  • Vouw 50 cm vers enkeldraad dubbel. Het draait om zichzelf: dat is goed. Getwijnd garen hangt dubbel gevouwen stil.
  • De draad is overal 1 tot 2 mm dik, zonder dikke vlokken.

Veelgemaakte fouten

  • De spindel laten terugdraaien: dan haalt hij de draai er weer uit. Pak hem voor hij stopt.
  • Te grote plukken wol tegelijk uittrekken: dikke en dunne plekken.
  • Te weinig draai: de draad breekt als je de spindel laat hangen.

Oefenen Spin vijf avonden een half uur, eerst met de parkeermethode, daarna met een vrij hangende spindel.

Proeve Je spint in een uur 10 meter garen van gelijke dikte. Een stuk van 30 cm breekt niet als je het met twee handen strak trekt.

Open in de app en bewaar offline