Vaardigheid · Materialen & gereedschap
Weven op een eenvoudig weefraam
Een stevige lap stof van eigen draad
Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.

Waarvoor
Op een raam van vier latten weef je lappen tot 40 bij 40 cm voor verstelstukken, tassen of, aan elkaar genaaid, een deken.
Wat je nodig hebt
- Vier latten van 50 cm, ongeveer 2 bij 4 cm, schroeven of spijkers
- 80 spijkertjes van 3 cm, een hamer
- Schering: sterk, getwijnd garen dat niet breekt als je hard trekt
- Inslag: elk garen, ook enkeldraad of repen stof
- Een plat latje van 45 cm, 3 cm breed (de scheerlat), een ronde stok van 45 cm, katoenen touw
- Een schietspoel: een plat latje van 30 cm met een inkeping aan elk eind
- Een vork of grove kam
Stappen
Het raam
- Maak een vierkant van de latten. Controleer met een winkelhaak of met gelijke diagonalen dat het haaks is.
- Sla op de boven en onderlat elke 1 cm een spijkertje, 1 cm diep, op een rechte lijn.
Scheren
- Knoop de schering vast aan het eerste spijkertje onderaan.
- Leid de draad naar het eerste spijkertje boven, eromheen, terug naar het tweede onderaan, en zo verder. Houd overal dezelfde spanning: de draden klinken als je erop tikt.
- Knoop het eind vast aan het laatste spijkertje.
Sprongen maken
- Weef de scheerlat boven in de schering: onder draad 1, over draad 2, onder draad 3, en zo verder. Zet hem op zijn kant: de oneven draden komen omhoog. Dit is sprong 1.
- Leg de ronde stok voor de schering. Knoop om elke even draad een lus touw van 10 cm en om de stok. Trek de stok naar voren: de even draden komen omhoog. Dit is sprong 2.
Weven
- Wind inslaggaren op de schietspoel.
- Weef onderaan eerst vier rijen dik garen of repen papier. Die spreiden de schering gelijk.
- Open sprong 1. Schuif de spoel van rechts naar links erdoor. Laat 5 cm staart hangen.
- Leg de inslag in een schuin boogje van ongeveer 30 graden, niet strak.
- Sla de inslag met de vork aan tegen de vorige rij.
- Leg de scheerlat plat en trek de stok naar voren: sprong 2. Schuif de spoel terug. Stop de staart van stap 10 mee in deze sprong.
- Herhaal. Meet elke 2 cm de breedte.
Afwerken
- Knip boven de schering twee draden tegelijk door en knoop ze tegen het weefsel aan met een platte knoop. Werk zo de hele rij af.
- Haal de rijen onderaan eruit en knoop ook daar af.
Zo controleer je het
- De lap is boven even breed als onder, met hooguit 1 cm verschil.
- Er zijn geen lange draden die over meerdere scheringdraden springen.
- De inslag ligt dicht: je ziet weinig licht door de stof.
Veelgemaakte fouten
- De inslag strak trekken: de lap wordt een zandloper.
- Ongelijke of te zwakke schering: golvende stof of breuk bij het aanslaan.
Oefenen Weef eerst een lapje van 10 bij 10 cm met dik garen. Let alleen op de randen.
Proeve Je weeft in hooguit 4 uur een lap van 20 bij 20 cm met rechte randen, hooguit 1 cm breedteverschil en zonder overgeslagen draden.